'); } catch (err){}
Valerie Frissen is senior strateeg bij TNO Informatie- en Communicatietechnologie en bijzonder hoogleraar ICT en Sociale Verandering bij de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit. Zij is geïnteresseerd in de maatschappelijke impact van ICT. Een van de thema’s in haar publicaties en lezingen is de rol van gebruikers in innovatieprocessen. Dit thema stond centraal in haar oratie ‘De domesticatie van de digitale wereld’.
|
ICT is onlosmakelijk verbonden met alles wat wij doen. De grenzen tussen het ‘echte’ en virtuele leven zijn volgens Frissen steeds minder scherp te trekken. De gevolgen zien we vooral bij jongeren. Voor deze ‘digitale autochtonen’ is de digitale wereld de wereld waarin zij leven en waarvan zij de mogelijkheden optimaal benutten. Ze nemen deze manier van leven en denken mee naar de werkplek. Voor de jonge generatie werknemers is virtueel, multimediaal en mobiel werken normaal. E-mail zien ze als ‘bejaardenchat’. Kennis halen ze uit netwerken en delen ze ook weer open met anderen. De organisaties waar zij werken verkeren vaak nog in een 1.0 fase Ze zijn hiërarchisch georganiseerd en de ICT-systemen weerspiegelen dat: ze zijn gebaseerd op controle, beheersing van efficiency en georganiseerd wantrouwen. De uitdaging voor organisaties is om zichzelf opnieuw uit te vinden en een omgeving te scheppen waarin werknemer 2.0 zich thuis voelt en waarin diens potentie tot zijn recht komt.
Digitale technologie speelt een belangrijke rol in de zoektocht naar identiteit van allochtonen: het internet is voor hen broedplaats, vrijplaats en schuilplaats tegelijk. Het web is bij uitstek de plek waar de multiculturele samenleving gestalte krijgt. De verscheidenheid aan subculturen op het internet is duizelingwekkend. Vooral voor allochtone jongeren is internet belangrijk: in de digitale wereld zijn zij juist autochtonen. Digitale netwerken zijn voor hen een primaire bron van informatie, identificatie en sociale interactie. Dankzij ICT kunnen zij een band opbouwen met het land waar zij wonen én met het land van herkomst. Maar de spanningen zie je ook terug in de digitale wereld. Het internet is voedingsbodem voor zowel integratie als segregatie, voor wederzijds begrip, maar ook voor onbegrip en onverdraagzaamheid. Volgens Frissen ontstaan echter, juist door meervoudige identificatie, ook weer nieuwe patronen van identificatie die de grondslag kunnen vormen voor een nieuw ' wij' .
Ondanks de gestage voortgang van de digitalisering van de publieke dienstverlening, blijft het tempo nog flink achter. Begin 2008 was er ook nogal wat aandacht voor het mislukken van ambitieuze ICT-projecten van de overheid. Daarnaast worden digitale publieke diensten opvallend weinig gebruikt. Dat strookt niet met de grote belangstelling van burgers voor web 2.0 diensten, zoals blogs, wiki’s en social networking sites zoals Hyves. De web 2.0 trend laat zien dat gebruikers van ICT geen genoegen nemen met de rol van passieve consument, maar zich steeds meer gaan bezig houden met selectie, distributie en zelfs productie van content. Ook in het publieke domein gaan burgers zich actiever bemoeien met de dienstverlening, en nemen zij soms zelfs taken over van de overheid. Dit roept de vraag op of we op weg zijn naar een ‘user generated state’ ofwel een ‘staat van de straat’. Onderzoek van Frissen en collega’s brengt de ontwikkelingen in kaart en onderzoekt de impact, kansen en bedreigingen.