'); }catch (err){}
De Randstad heeft het moeilijk. Dat blijkt uit de Randstad Monitor, een jaarlijks rapport van TNO waarin de twintig grootste Europese steden met elkaar worden vergeleken. Zo verliest het gebied rond Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam de aantrekkingskracht op buitenlandse toeristen en bedrijven. De vraag die voor de Randstad centraal staat is: hoe kan de arbeidsproductiviteit worden verhoogd ten einde lange termijn groei te realiseren?
|
Amsterdam heeft de positie in de subtop van de aantrekkelijkste vestigingsplaatsen verloren en is nu achtste. In 2008 lag de krimp voor Schiphol op het gemiddelde voor de tien grootste luchthavens. Het toerisme in Amsterdam zakte in 2008 behoorlijk terug. Hier kan de beperkte toegankelijkheid van de kunstschatten in Amsterdam een rol spelen. Amsterdam blijft de grootste hub voor internetverkeer. Rotterdam handhaaft zijn eerste positie in de goederenoverslag via zeehavens met gemak, maar de eerste positie in de containeroverslag via Europese zeehavens staat onder druk.
Binnen Nederland zakt de noordelijke Randstad (Amsterdam en Utrecht) qua groei terug naar het Nederlands gemiddelde. Hier lijken agglomeratienadelen op te treden: ruimtegebrek en congestie als gevolg van een periode van hoge groei. Ook lijken het terugvallende toerisme, de druk op Schiphol, de problemen in de financiële sector, de beperkte openstelling van musea en de stagnatie van de bouw van de Noord-Zuidlijn hun tol te eisen. Inkomens per hoofd, het percentage investeringen ten opzichte van export en het aandeel hoger opgeleiden zijn in de Noordvleugel nog steeds gunstiger dan in de Zuidvleugel. De Zuidvleugel kent een hoger eigenwoningenbezit dan de Noordvleugel. Wat toerisme betreft steekt de provincie Noord-Holland met kop en schouders boven de andere Randstadprovincies uit. Vooral de stedelijke regio’s van de Randstad laten wat betreft veiligheid, sociale cohesie en leefbaarheid een lagere score zien dan gemiddeld nationaal.
TNO heeft de Randstad Monitor samengesteld op verzoek van de provincie Utrecht. De begeleiding van het onderzoek vond plaats door een werkgroep van vertegenwoordigers van verschillende bij de Randstad betrokken organisaties, zoals de vier Randstadprovincies, de vier grote steden, Regio Randstad Brussel en het ministerie van Verkeer en Waterstaat. TNO verzamelt voor de jaarlijkse Monitor data op het gebied van economische prestaties, bevolking, ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit van de leefomgeving. Bronnen zijn onder meer Eurostat, de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) en het Nederlandse CBS. Gezien het grote aantal verschillende onderzoeken en bronnen moest TNO een methode ontwikkelen om data op laagruimtelijk niveau met elkaar te vergelijken. Per indicator stelt TNO een Top 20 samen.