'); } catch (err){}
Groeit de bereidheid onder werknemers om langer door te werken? En kunnen ze dat ook? Waarom stoppen ouderen eigenlijk met werken? En: hoe proberen bedrijven hun medewerkers langer aan zich te binden? Deze vragen vormen de kern van drie recente studies. TNO-onderzoeker Jan Fekke Ybema: 'Een toenemende bereidheid om langer te werken gaat gepaard met de vraag naar lichter werk.' De laatste cijfers uit NEA, NEA-cohort en WEA.
|
Sinds enkele jaren brengt de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) trends in kaart op het gebied van langer doorwerken. Onlangs werden nieuwe uitkomsten gepresenteerd. Senior onderzoeker Jan Fekke Ybema ziet de bereidheid groeien om tot het 65e levensjaar te blijven werken: 'In 2005 wilde nog maar 21% van de ondervraagden dat, in 2008 is dat 36%.' Op de vraag of de werknemers (in de leeftijd van 45 tot 64 jaar) ook daadwerkelijk in staat denken te zijn zo lang te werken, antwoordt de helft 'ja'. In 2005 was dat nog 40%. Ook het percentage mensen dat denkt dat lichter werk helpt is gestegen: van 34 naar 40%.
Ook vond longitudinaal onderzoek plaats onder het 'NEA-cohort'. Dit wil bepalen welke factoren ervoor zorgen dat mensen langer willen en langer kunnen doorwerken. 'Uit nieuwe data blijkt dat mensen langer willen werken als het werk lichamelijk niet al te zwaar is', zegt Ybema. 'Ze willen níet doorwerken als ze te maken krijgen met ongewenst gedrag, zoals pesten. Ook bij een burn out houdt het op.' Mensen kunnen langer doorwerken als ze flexibele werktijden hebben, in een prettig sociaal klimaat werken en het werk lichamelijk en geestelijk niet al te zwaar is. Van negatieve invloed zijn hoge taakeisen en gezondheidsproblemen. Ambachtelijke en industriële beroepen, de zorg en het onderwijs scoren relatief laag.
Wat gebeurt er als mensen stoppen met werken? Ruim de helft gaat met (pre)pensioen. Ruim een kwart krijgt een WW-, WAO- of WIA-uitkering. Een kleine 20% stopt zonder uitkering. Bij de groep die met prepensioen gaat, speelt vaak een reorganisatie mee. 'Prepensioen lijkt een aanvaardbaar instrument voor inkrimping van het personeelsbestand', zegt Ybema. Bij de groep uitkeringsgerechtigden zijn ongewenst gedrag op de werkvloer en gezondheidsklachten vaak voorspellers.
Tenslotte werden ook werkgevers ondervraagd. Willen zij eigenlijk wel dat hun werknemers langer doorwerken? Slechts 22% vindt het belangrijk dat mensen doorwerken tot hun 65e, 8% wil graag dat ze ook daarna nog blijven werken. 'De recessie kan het beeld wat vertekenen', geeft Ybema aan. 'De meeste bedrijven doen wel iets aan het stimuleren van langer doorwerken, maar dat zijn doorgaans bij CAO vastgelegde verplichtingen, zoals extra vrije dagen voor senioren. Demotie komt amper voor.'
De resultaten van de drie onderzoeken worden momenteel gebundeld in een boekje. Dit biedt handvatten voor beleid binnen bedrijven en voor de overheid. 'Hoe je het ook wendt of keert: de vergrijzing zet in fors tempo door. Organisaties moeten er dus nú al over nadenken hoe ze ouderen, ook met gezondheidsproblemen, langer aan het werk kunnen houden', besluit Ybema.