'); } catch (err){}
Voeding voor de breedtesport draait vooral om gezonde voeding en gezond leven. TNO is op beide fronten actief. De voeding van een niet-professionele sporter moet overeenstemmen met zijn totale levenspatroon. Een zaterdagvoetballer die de rest van de week achter de computer zit, heeft minder energie nodig dan een bouwvakker die in het weekend een balletje trapt.
|
Hier speelt de energiebalans een rol: de samenhang tussen opname en verbruik van energie. Dus voldoende bewegen en matig eten. Bewegingsstimulering is één manier om overgewicht te bestrijden. Een tweede wapen in de strijd is voorlichting: weet wat je eet. Dat kan met advies op het etiket of het winkelschap: voedingsinformatie, eventueel aangevuld met een label dat aangeeft 'geschikt voor sport' of groen/geel/rood voor goede/matige/slechte voeding.
Is sportvoeding ook gezonde voeding? Wat voor de topsporter goed is, hoeft niet per sé goed te zijn voor de amateur. Bijvoorbeeld omdat sportvoeding meer energie geeft dan een amateur nodig heeft. Het misverstand dat grote borden pasta altijd goed zouden zijn voor een sporter heeft bij menig amateursporter tot overgewicht geleid. Breedtesport is ook een sociale activiteit en een gezellige nazit in de kantine hoort daarbij. Inclusief een hapje en een drankje. Helaas is het voedingsaanbod sportkantines vaak nog slecht. Er wordt vooral veel vette hap geserveerd. TNO onderzoekt of snacks een gezondere samenstelling kunnen krijgen, zonder dat de smaak al te veel verandert.