TNO - Kennis voor zaken
05 november 2009

Nederland beweegt steeds meer, sommige groepen blijven achter

Het aantal Nederlanders dat voldoende beweegt, blijft stijgen. In 2008 beweegt 68% van de volwassenen en 47% van de jongeren voldoende. Het overheidsbeleid om meer mensen voldoende te laten bewegen, ligt op koers. Bepaalde groepen hebben echter nog steeds een beweegachterstand, zoals ouderen, allochtonen, chronisch zieken en mensen met zittend werk en middelbare scholieren.

De TNO-cijfers zijn vandaag gepresenteerd door staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) tijdens het jubileumcongres van het Nerderlands Instituut Sport en Bewegen (NISB).

Sinds 2000 meet TNO trends in het beweeggedrag van de Nederlandse bevolking om het beleid te evalueren. Daarbij worden de diverse Nederlandse normen voor bewegen gehanteerd. Uit deze jaarlijkse metingen blijkt dat sinds de oprichting van het NISB, in 2000, de beweegnorm onder alle bevolkingsgroepen is toegenomen. In 2000 voldeed iets meer dan de helft van de Nederlandse volwassen bevolking voldeed aan de beweegnorm. Acht jaar later, in 2008 is dat percentage fors gestegen van 52% naar 68%. Of kinderen aan de beweegnorm voldoen wordt pas sinds 2006 gemeten. In die drie jaar is het percentage jongeren dat beweegt toegenomen met een half procent en staat nu op ruim 47%.

”Deze stijging is mede te danken aan de inzet van het NISB,” complimenteerde staatsecretaris Bussemaker tijdens het jubileumcongres. Bussemaker gaat samen met het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en het NISB de komende jaren initiatieven stimuleren om meer groepen aan het bewegen te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn “VMBO on the Move”, een combinatie van sport en dans; de campagne Dubbel 30 waarin centraal staat dat bewegen gezond is; en Alle leerlingen Actief, gericht op gedragsverandering bij leerlingen.

Volwassenen

In 2008 voldoet 68% van de Nederlandse volwassenen aan de beweegnorm. Lichamelijke activiteiten tijdens werk en school en activiteiten in het huishouden zijn goed voor 58% van de totale hoeveelheid lichamelijke activiteit. Wakker brengt de Nederlander 40% van zijn tijd zittend of liggend door. Het aantal volwassenen dat niet actief is, is niet verder gedaald. Een op de zeventien volwassenen is inactief.

Jongeren

In 2008 voldoet 47% van de Nederlandse jongeren aan de beweegnorm, 4% meer dan in 2007 en vergelijkbaar met 2006. Eén op de zes jongeren is inactief. School en sport vormen de belangrijkste bronnen van lichamelijke activiteit van Nederlandse jongeren. Op een normale schooldag brengen Nederlandse jongeren gemiddeld 53% van hun tijd zittend of liggend door, buiten de tijd dat ze slapen.

Beweegachterstand bij groepen

Zowel bij de volwassenen als de jongeren zijn er groepen die een beweegachterstand hebben. Bij de volwassenen zijn dit ouderen vanaf 65 jaar, met name de groep 75-plussers; niet-werkenden; mensen met een lage opleiding, een zittend beroep; een niet-Nederlandse achtergrond; die niet aan sport doen; of met een langdurige aandoening. Bij de jongeren zijn dit meisjes; jongeren in de middelbare schoolleeftijd; jongeren die niet sporten; jongeren met een niet-Nederlandse achtergrond.

Contactpersoon

Mevr. dr. ir. A.M.J. (Astrid) Chorus
071 518 17 25
Contact opnemen

Niet gevonden wat u zocht?

Gerelateerde items

Telefoon 015 269 69 00  |  wegwijzer@tno.nl