'); } catch (err){}
Den Haag, 10 september 2009 – De speelconsole Swinxs waarmee kinderen actieve spelletjes binnen en buiten kunnen spelen, laat kinderen intensief genoeg bewegen om te voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Ze moeten dan wel een uur lang spelen. Dat blijkt uit onderzoek van het lectoraat Innovatieve Beweegstimulering en Sport, een samenwerkingsverband van TNO en De Haagse Hogeschool.
|
Nieuwe, innovatieve beweegconcepten moeten kinderen gaan stimuleren meer te bewegen. De Wii is een van de bekendste innovatieve concepten. Het bedrijf In2Sports heeft de speelconsole Swinxs ontwikkeld. De console laat kinderen binnen en buiten spelen, praat, herkent, moedigt aan en legt spelletjes uit, treedt tevens op als scheidsrechter en kan mee naar buiten worden genomen omdat hij in het bezit is van een accu. Iedere speler heeft zijn eigen gekleurde XS-polsbandje met een microchip die communiceert met de console.
Het lectoraat Innovatieve Beweegstimulering en Sport heeft onderzocht of het spelen met de Swinxs kan bijdragen aan het behalen van de beweegnormen. Het onderzoek is gehouden onder 24 basisschoolkinderen van 7 t/m 9 jaar. Bij twaalf kinderen zijn aan de hand van oxymetrie (Cortex) de belastingintensiteit, zuurstofopname en de hartslag gemeten. Ook zijn er focusgroep-interviews gehouden met de kinderen die gespeeld hebben met de Swinxs. Hierin is onderzocht wat kinderen van het uiterlijk van de Swinxs en hoeveel plezier ze hadden tijdens het spelen.
Als kinderen spelen met de Swinxs, bewegen ze intensief genoeg om te voldoen aan de NNGB voor kinderen. Ze moeten dan wel een uur lang blijven spelen. De kinderen vinden de Swinxs een leuke, mooi uitziende en goed te bedienen spelcomputer die ze graag zelf zouden willen hebben.