Nieuwe meetprotocollen voor lichttransmissie kasomhulling

Voor de berekening van de lichttransmissie bij kasdekken van onbewerkt glas bestaat een op referentiewaarden gebaseerd meetprotocol. Zowel loodrechte lichtinval als diffuse lichttransmissie – lichtinval bij bewolkte lucht – kunnen hiermee worden gemeten. Maar voor nieuwe, bewerkte glassoorten en kunststoffen is deze methode niet geschikt. TNO ontwikkelde hiervoor nieuwe meetprotocollen, zodat tuinders een afgewogen materiaalkeuze kunnen maken.

Hoe minder licht een kasomhulling, of kasdek, onderschept, hoe beter. Tuinders willen daarom een afgewogen keuze kunnen maken uit verschillende materiaalopties. Keuze voor een ander type glas kan bijvoorbeeld extra punten opleveren voor een Groen Label Kas-certificaat [LINK?].

Wanneer een bouwer een nieuwe kas ontwerpt of een dek renoveert, is het dus zaak te weten wat de lichttransmissie van het kasdek zal zijn. Tot voor kort werd de hoeveelheid lichtdoorlating gemeten volgens een protocol dat uitgaat van loodrecht invallend licht. Met dit protocol kan voor onbewerkt glas met een loodrechte meting de transmissie worden vastgesteld. En de diffuse lichttransmissie – lichtinval wanneer het bewolkt is – kan vervolgens aan de hand van een vastgestelde curve worden berekend. De huidige generatie kasdekmaterialen zijn echter vaak van kunststof of met coatings of folies bewerkte glassoorten. Daarvoor is dit meetprotocol ongeschikt. TNO ontwikkelde daarom samen met Wageningen UR Glastuinbouw nieuwe meetmethoden om voor deze materialen de diffuse transmissiewaarden betrouwbaar te kunnen vaststellen. De eerste methode is een hemisferische meting, waarbij een holle reflector wordt belicht, die het licht weerkaatst. Deze methode is snel, er zijn maar twee metingen nodig. Maar de opstelling is complex en groot en de meting levert alleen de diffuse transmissiewaarde op.

De tweede methode, de hoekafhankelijke meting kost meer tijd, er zijn meerdere metingen nodig. Het licht wordt onder verschillende hoeken direct door het materiaal gestuurd, waarna de hemisferische transmissie wordt afgeleid uit het gewogen gemiddelde. De opstelling is compacter dan die van de hemisferische meting en levert extra informatie, zoals de transmissiewaarden vanuit verschillende hoeken. Die informatie kan leiden tot aanpassingen in het ontwerp.

Contactpersoon

ir. J. (Jan) Ruigrok
088 866 33 82
Contact opnemen

Niet gevonden wat u zocht?