'); }catch (err){}
Binnen het Deltaprogramma wordt gespeculeerd over strengere normen voor overstromingskansen, terwijl de waardeontwikkeling achter onze dijken daar geen rol lijkt te spelen. Met de omarming van het concept Meerlaagse Veiligheid door de Tweede Kamer in april komt hier verandering in. In mei maakten TNO en DHV met een selecte groep waterveiligheidsexperts de balans op van wat dit betekent voor de praktijk.
|
De vraag die centraal stond is: hoe kan Nederland de verwachte toename van wateroverlast in het Deltagebied op een doelmatige en verantwoorde manier het hoofd bieden? Klimaatverandering, het economisch tij en de exponentiële waardeontwikkeling achter onze dijken sinds de watersnoodramp van 1953 rechtvaardigen een herbezinning op de aanpak van waterveiligheid. Wouter Jonkhoff, infrastructuureconoom bij TNO: ‘De afgelopen jaren is gestuurd op de handhaving van wettelijk vastgestelde normen rond de overstromingskans van waterwerken. Nu is het tijd voor een volledige risicobenadering waarbij er naast het verkleinen van de overstromingskans aandacht komt voor het beperken van de gevolgschade; deze is direct gekoppeld aan de waardeontwikkeling in een gebied. Op het terrein van waterveiligheid ligt er het komende decennium voor het Rijk, provincies en waterschappen een geweldige opgave.’
Jonkhoff: ‘De huidige normen in Nederland zijn in vergelijking met het buitenland uitzonderlijk streng. We willen bestand zijn tegen weersomstandigheden die eens per 10 duizend jaar voorkomen. Al met de huidige normen blijkt het financieel nauwelijks haalbaar om alle 22 duizend kilometer waterkeringen op het gewenste normniveau te brengen en te houden; een kwart van onze waterkeringen is nog niet op orde. Laat staan dat strengere normen zullen worden gehaald, zeker met de vooruitzichten van krimpende budgetten bij waterbeheerders. We stellen normen, maar staan toe dat ze niet worden gehaald. In de waterveiligheidsector wordt zesjaarlijks (straks twaalfjaarlijks) getoetst op de veiligheid van waterkeringen, maar er is geen wettelijk vastgelegde verantwoordingsplicht, zoals bij brandveiligheid.
Economisch onderzoek laat zien dat versterking van dijken en de bijbehorende verlaagde overstromingskans kunnen bijdragen tot het aantrekken van extra economische ontwikkeling achter de dijk. Dit verschijnsel is in meerdere delta’s waargenomen. Door de verwachte klimaatverandering neemt het risico van overstromingen, dat het product is van kans en gevolg, toe.’ In een recente studie is een vergelijking gemaakt tussen de Britse en de Nederlandse benadering van waterveiligheid. Bij overstromingskansen van eens in de 75 jaar langs rivieren in Engeland laat men het wel uit zijn hoofd om te investeren in vitale voorzieningen of kapitaalintensieve bedrijven. Daar liggen de overstromingsrisico’s bij de eigenaren en bewoners. Tevens geldt daar de verplichting tot het verzekeren tegen overstromingsrisico’s. Jonkhoff: ‘Deze Angelsaksische werkwijze bevat een les voor ons waterbeheer: als overstromingskansen heel klein zijn, wordt er minder bewust mee omgegaan.’
Volgens de waterveiligheidsexperts die in mei bijeenkwamen combineert effectieve risicobeperking een strenge, gehandhaafde norm voor de overstromingskans met schade- en slachtoffervermindering (Meerlaagse Veiligheid). Dit is doelmatiger dan strengere normen voor overstromingskansen. Investeringen in waterveiligheid moeten explicieter worden afgewogen tegen de waardeontwikkeling van infrastructuur en woonomgevingen aan het water. Deze waardeontwikkeling komt ten goede aan bewoners, dus is het realistisch om van de bewoners ook een bijdrage te vragen. Hier ligt een kans voor waterbeheerders om de investeringslasten in waterveiligheid te delen met betrokken burgers. De risico’s moeten zoveel mogelijk liggen bij de partijen die hierop het meeste zicht hebben. Afstemming met alle ruimtelijk belanghebbenden is daarom nodig. Water governance zal niet langer louter op normen zijn gericht, maar decentraal en waardegericht moeten worden georganiseerd.
|
Binnenkort verschijnt het TNO-rapport
Scenario’s voor economie en klimaatverandering tot 2100. Interesse? Laat het ons weten. |
CONTACT OPNEMEN |