Ons werk

Nieuwe koolwaterstof-prospects in het Krijt

Nederland is een "volwassen" gebied voor koolwaterstoffenexploratie en er kan alleen nog olie en gas worden gevonden in minder voor de hand liggende geologische sequenties. Een daarvan is het Krijt. Voorgesteld is een multidisciplinair gezamenlijk onderzoek van de E&P-industrie en TNO om de industrie te helpen het Krijt te onderzoeken.

Het Krijt bevat belangrijke koolwaterstofreservoirs in de Britse, Noorse en Deense sectoren van de Noordzee. De reservoirkwaliteit van het Krijt wordt meestal gekenmerkt door hoge porositeit en lage doorlaatbaarheid. Niet-horizontale olie- en gas-watercontacten in dit Krijt en regionale overdrukgradiënten wijzen op dynamische omstandigheden in het hele bekken. Terwijl de meeste Krijtvelden produceren uit hoge delen van het Krijt (Maastrichtien en Danien), worden lagere delen van het Krijt en de Onder-Krijtschalies geacht te werken als regionale afsluitende laag die de vloeistof- en gasstroming belemmert en vaak hoge overdrukken in stand houdt. Een recente kwantitatieve beoordeling van de poro-perm kenmerken van deze delen van het Krijt die geen reservoirs vormen, laat zien dat breuken nabij zoutstructuren lokaal invloed kunnen hebben op druk en vloeistofmigratie, waardoor verticale paden kunnen ontstaan die olie en gas naar en door het Krijt voeren.

Uitdaging

Hoewel grote delen van het Krijt waarschijnlijk niet van reservoirkwaliteit zijn, zijn er koolwaterstoffen door het Krijt gemigreerd en hebben ze reservoirs gevuld in hoge delen van het Krijt in de Britse, Noorse en Deense delen van de Centrale Slenk. In Denemarken zijn sinds 1966 met succes verschillende velden aangeboord. Het enige producerende veld in Nederland is het Hanzeveld, ontdekt in 1996 in Blok F2. Er is weinig kennis van eigenschappen en verdelingen van mogelijke stratigrafische insluitingen, regionale afsluitende lagen en lekken/migratiewegen in het Krijt in Nederland. Een studie ter verbetering van de kennis en het begrip van het Krijt in Nederland bouwt voort op gepubliceerde informatie en recente Nederlandse studies van het Krijt, aangevuld met de enorme hoeveelheid gegevens, informatie en kennis van TNO over de Nederlandse ondergrond. Daarnaast zal al deze informatie worden geanalyseerd en geïnterpreteerd met behulp van de nieuwste, geavanceerde methoden.

Nieuwe modellen

Een vergelijking van biostratigrafische en paleomilieu-kenmerken, compactie en doorlaatbaarheid, en stromings-en opslagcondities van "succesvolle" reservoirs in de Deense sector met Krijtomstandigheden in Nederland, zal nieuwe modellen opleveren van stratigrafische insluitingen en migratie/opslag in het Nederlandse Krijt. Het project kent twee fasen: een voorstudie op basis van beschikbare gegevens en monsters, en vervolgens ontwikkeling van een exploratiemodel. Goede reservoirvoorspellingen vereisen gedetailleerde chronostratigrafische en biofaciale modellen voor het stratigrafische insluitingsmodel en maken ontwikkeling mogelijk van een gedetailleerd biostratigrafisch raamwerk voor het boren. De aanpak en de resultaten van de voorstudie zullen worden toegepast in andere voorkomens van het Krijt in het Nederlandse zeegebied, beginnend met een regionaal overzicht gevolgd door een gedetailleerder onderzoek van een met de projectpartners gekozen veelbelovend gebied.

Contact

Dr. Johan ten Veen

  • geologie
  • seismische interpretatie
  • structurele geologie
  • geoligische modellen
  • petroleum geologie
E-mail

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.