Ons werk

Verdeling van zandsteen in Boven-Carboon sequenties

Uit een studie naar Boven-Namurien fluviatiele zanden uit het Boven-Silesische Kolenbekken is gebleken dat de hoeveelheden en verdeling van fluviatiele zandsteenlichamen rechtstreeks kan worden bepaald door differentiële daling van breukblokken. Fluviatiel zandsteen komt veel voor aan de neerwaartse zijde van breuklijnen en het voorkomen kan worden voorspeld door de differentiële daling te schatten op basis van cyclotheemdikte.

Het onderzoek is uitgevoerd op acht dicht bij elkaar liggende putten, geboord in een kleinschalig verbreukte ondergrond. Dit maakte een gedetailleerde kwantitatieve analyse mogelijk van de invloed van dalingsverschillen op de zandsteenverdeling. Het bestudeerde stratigrafische interval omvatte 250 m van het Boven-Namurien van het Boven-Silesische Kolenbekken (Polen). Het bestaat uit drie cyclothemen (steenkool-clastica cycli) van verschillende diktes, waaruit het verschil in daling blijkt. Het percentage fluviatiel zandsteen neemt van onder naar boven af van 55% tot 13% (gemiddeld) en loopt plaatselijk op tot 80%. De aanwezigheid van fluviatiel zand in het bekken was plaatselijk, in overeenstemming met overschuiving in het Laat-Namurien. Hierdoor vond een verandering plaats van lateraal constante daling naar lateraal variabele daling door rotatie van breukblokken.

Fluviatiele zandsteenverdeling

Fluviatiel zandsteen overheerst in de onderste tektonische cyclotheem; de eenheid bevat twee tot vier zandsteenlichamen afgewisseld met dunne lagen steenkool en klei. De zandsteenlichamen zijn vervolgbaar door het hele gebied, wat suggereert dat gaat om afzettingen van vlechtende systemen en niet om transgressieve, fluviatiele opvullingen van insnijdingen door zeespiegeldaling. Bovendien bevatten de putten die zijn geboord aan de neerwaartse zijde van de breuklijnen meer en meestal dikkere zandsteenlichamen dan die verder weg van de breuklijnen. De middelste cyclotheem, gekenmerkt door minder differentiele daling, bevat minder zandsteenlichamen (per put) en minder zandsteen in totaal, hoewel de zandsteenwaarden nog steeds hoog zijn in de buurt van de breuklijnen. De bovenste cyclotheem bevat slechts weinig en in het algemeen dunne, willekeurig verspreide zandsteenlichamen.

Kwantitatieve analyse

Diktegegevens bevestigen dat het zandsteenpercentage het hoogst is in putten waarin de sedimentkolom (het interval tussen steenkoolbedden 354 en 510) het dikst is, dus waar de daling het sterkst was. Dit wordt benadrukt door een sterke, positieve correlatie (r = 0,84) tussen de totale zandsteen hoeveelheid en sedimentkolomdikte. In andere gebieden kan een dergelijke trend worden toegeschreven aan lineaire toename van het totaal zandsteen als resultaat van een constante zandsteenverhouding binnen een sedimentwig, maar in het onderzochte gebied stijgt het zandsteenpercentage onevenredig. Dat kan worden geconcludeerd uit het feit dat de zandsteenverhouding groeit met een toenemende cyclotheemdikte. Uit gegevensanalyse is gebleken dat de totale zandsteen hoeveelheid een functie is van de cyclotheemdikte. Het volledige artikel over deze studie is beschikbaar als PDF.

Downloads

Dr. Tom van Hoof

Contact

Dr. Tom van Hoof

  • biostratigrafie
  • energie
  • milieu-monitoring
E-mail

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.