Ons werk

K12-B, CO2-opslag en verbeterde gaswinning

In het gasveld K12-B zal de haalbaarheid worden onderzocht van injectie en opslag van CO2 in uitgeputte aardgasvelden op het Nederlandse continentale plat, met het doel te komen tot een permanente CO2 injectie- installatie. Gaz de France Production Nederland B.V. and TNO monitoren de CO2-injectie en de testgegevens worden bekeken door Europese onderzoeksinstituten die samenwerken in verschillende onderzoeksprogramma's voor de opslag van CO2.

Het gasveld K12-B in de Nederlandse sector van de Noordzee, ongeveer 150 km ten noordwesten van Amsterdam, produceert al sinds 1987 uit het Boven-Slochteren Laagpakket (Rotliegend). Het geproduceerde aardgas heeft een relatief hoog gehalte CO2 (13%). Voorafgaand aan transport naar de kust wordt het CO2 gescheiden van het aardgas. Vroeger werd het CO2 afgeblazen maar nu wordt een groot deel geherinjecteerd in het reservoir op een diepte van ongeveer 4000 m. K12-B is de eerste locatie ter wereld waar CO2 wordt geïnjecteerd in het veld waar het vandaan kwam. In mei 2004 werd begonnen met de injectie van CO2, tegelijk met een grootschalig meetprogramma voor het vaststellen van de mogelijkheden voor zowel CO2-opslag als verbeterde gaswinning (EGR). Ook de corrosie van de injectieleidingen veroorzaakt door het CO2 kan worden onderzocht. Tot op heden is ongeveer 50 kiloton CO2 geïnjecteerd. De gegevens worden geïnterpreteerd in verschillende onderzoeksprogramma's zoals MONK, CO2REMOVE, CATO, CASTOR en CO2GEONET.

De fasen

Het CO2-injectieprogramma omvat twee fasen op verschillende locaties in het K12-B-veld. In fase 1 werd CO2 geïnjecteerd in een volledig uitgeproduceerd reservoirdeel met één put van mei 2004 tot januari 2005, waarna in fase twee, gestart in februari 2005, CO2 werd geïnjecteerd in een bijna uitgeput reservoir dat nog steeds in productie is. Bij het begin van fase 2 werden twee tracer-chemicaliën geïnjecteerd in het reservoir samen met de CO2. Met deze tracer-chemicaliën kan nauwkeurig worden nagegaan wat het stromingsgedrag in het reservoir is en hoe effectief het CO2 wordt opgeruimd [MN: huh?]door de injectie. In fase 2 werden ook de volgende grootheden gemeten:

  • druk, temperatuur en stroming op verschillende plaatsen (injectie- en productieputten): - bij de compressor - bij de putmond - over de diepte van de put - in het reservoir
  • samenstelling van het geproduceerde gas en water, met (behulp van ?) minieme tracerconcentraties
  • integriteit van de CO2-injectieleidingen (meervoudige passer en video-opnamen in de put)

Mogelijkheden

Interpretatie van de metingen in fase één en de beoordeling van de injecteerbaarheid in het reservoircompartiment bevestigden het verwachte gedrag van het CO2 en de reactie van het reservoir tijdens injectie, waardoor bestaande correlaties en voorspellingen uit reservoirsimulaties werden gevalideerd. Bij de gecompliceerdere metingen in fase 2 werd in januari 2008 een toename van 5% CO2 waargenomen in de productieput K12-B1. In april 2006 werden tracer-chemicaliën aangetoond in het verderweg gelegen K12-B5, de tweede productieput in het compartiment op ongeveer 1000 m van het punt waar het CO2 en de tracer waren geïnjecteerd. Deze waarnemingen worden verder onderzocht om de mogelijkheden te beoordelen voor verbeterde gaswinning (EGR) en het gedrag van de tracer wordt geëvalueerd in CO2GEONET. In veld K12-B zijn tot nu toe geen grote complicaties opgetreden. De toepassing van tracers heeft geleid tot meer begrip van het reservoirgedrag. Veld K12-B biedt goede mogelijkheden voor opslag van CO2. De mogelijkheden voor EGR worden nog diepgaand onderzocht.

Drs. ing. Maurice Hanegraaf

Contact

Drs. ing. Maurice Hanegraaf

E-mail

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.