Ons werk

Visie On-Board-Monitoring in de binnenvaart

Vanaf 2025 geldt een gebiedsverbod in de haven van Rotterdam voor schepen die niet voldoen aan CCRII. Bij een voortzetting van de huidige vervangingssnelheid zou in 2025 maximaal 4.000 schepen (60% van de vloot) nog niet voldoen aan CCRII.TNO is samen met diverse MKB-binnenvaartpartijen op zoek gegaan naar een oplossing die de schippers een perspectief biedt om ook na 2025 door te kunnen varen. 

Achtergrond

Voor de binnenvaart geldt sinds 2008 als richtlijn dat nieuwe motoren moeten voldoen aan de CCRII norm. Deze richtlijn wordt waarschijnlijk rond 2020 aangescherpt naar EU Stage V. Vanaf 2025 wordt er een gebiedsverbod van kracht in de haven van Rotterdam voor schepen die niet voldoen aan CCRII.

 

Vlootanalyse

Uit een analyse van de binnenvaart vloot blijkt dat ten minste 2.000 binnenvaartschepen (30% van de vloot) niet aan deze eis zullen voldoen. Het versneld afschrijven van deze schepen leidt tot substantiële extra investeringskosten. Een conservatieve schatting hiervan is 94 miljoen euro voor de gehele vloot.
Stakeholders geven echter aan dat het probleem in de praktijk veel hoger kan zijn. Door onzekerheid rondom regelgeving en beperkte financieringsmogelijkheden zullen schippers terughoudend zijn in het investeren in nieuwe motoren. Bij een voortzetting van de huidige vervangingssnelheid zou in 2025 maximaal 4.000 schepen (60% van de vloot) nog niet voldoen aan CCRII.
Voor individuele schippers betekent dit een investering van gemiddeld 165.000 euro die 8 jaar eerder moet gebeuren dan voorzien. Voor veel van de ondernemers is dit echter een argument om vervroegd te stoppen, met name voor oudere schippers die individueel een relatief klein schip exploiteren.

Oplossingen

Vijf MKB-binnenvaartpartijen (PTC, Testo BV, Blueco Benelux BV, Koedood Dieselservice B.V. en Emigreen B.V., met ondersteuning van Integraal Ondernemen Drechtsteden (IOD) en de Kamer van Koophandel) zijn, samen met TNO, op zoek gegaan naar een oplossing die de schippers een perspectief biedt om ook na 2025 door te kunnen varen. Er is gezocht naar combinaties van maatregelen die met elkaar een kostenefficiënt alternatief vormen voor het grootschalig vervangen van motoren. Belangrijke oplossingsrichtingen zijn hierbij: gebruik van alternatieve brandstoffen, aanpassingen aan de aandrijflijn van het schip, gedragsveranderingen in het gebruik van het schip en overgaan op afgestemde logistieke concepten. Uit ervaringen in de praktijk komt naar voren dat CCR0 en CCRI schepen bij het gebruik van een aantal extra maatregelen kunnen voldoen aan de CCRII norm.
Er is echter geen ‘one size fits all’ oplossing voor binnenvaartschepen, aangezien de schepen zowel technisch als operationeel sterk verschillen. Daarnaast zijn sommige van de genoemde maatregelen, zoals gedragsverandering en alternatieve brandstoffen slechts effectief als ze daadwerkelijk gebruikt worden.

On-Board-Monitoring

Om de effectiviteit te kunnen beoordelen voor individuele schippers en te kunnen verantwoorden richting toezichthouders zouden de emissies daarom real time of periodiek, in de praktijk, in kaart gebracht moeten worden. Dit kan door middel van “On-Board-Monitoring” (OBM), of door een periodieke formele on-board meting. OBM heeft hierbij het voordeel van continue monitoring in de praktijk. Hiervoor dient monitoring gecombineerd te worden met modelering, zodat resultaten duidbaar en vergelijkbaar kunnen worden gemaakt.

Contact

Ing. Pim van Mensch

  • CO2
  • uitlaatgasemissies
  • testen
  • rollenbank
  • PEMS
E-mail

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.