Ons werk

Inzicht in de gevolgen van aardbevingen op bebouwing

TNO heeft een meet- en monitoringsnetwerk opgezet dat zich specifiek richt op het eenduidig vaststellen van de gevolgen van aardbevingen op de bebouwing.
Dit gebeurt door middel van trillingsmetingen bij huizen en gebouwen. Met het meet- en monitoringsnetwerk kan het verband onderzocht worden tussen trillingen in de ondergrond, de beweging van huizen en gebouwen en de uiteindelijke schade.

Onderzoek naar aardbevingen wordt uitgevoerd door het KNMI. Het KNMI heeft hiervoor sinds 1995 een seismisch meetnetwerk in gebruik. Met dit meetnetwerk bepaalt het KNMI van elke geregistreerde aardbeving de magnitude en de locatie van het hypocentrum. Het meetnetwerk van het KNMI geeft geen directe informatie over de gevolgen van de aardbevingen voor de bebouwing. Dergelijke informatie is echter wel noodzakelijk om te onderzoeken welke gebouwen op welke wijze preventieve versterking nodig hebben, om toekomstige aardbevingen veilig te kunnen weerstaan. Het meet- en monitoringsnetwerk van TNO richt zich specifiek op het eenduidig vaststellen van de gevolgen van toekomstige aardbevingen op de bebouwing. Dit gebeurt door middel van trillingsmetingen bij huizen en gebouwen. Inmiddels zijn ca. 350 huizen en gebouwen in en  aan de randen van het aardbevingsgebied in de provincie Groningen uitgerust met een trillingsmeter, die bij elke aardbeving het daadwerkelijke trillingsniveau in de huizen en gebouwen registreert.

Meet-en monitoringsnetwerk

Door middel van voortdurende observatie kan een zo compleet mogelijk beeld verkregen worden van de situatie in de ondergrond en de bovengrondse effecten daarvan. De meetpunten leveren data op over wat er feitelijk gebeurt met de huizen en gebouwen als er bodemtrillingen worden gemeten. Dit is nodig omdat de door het KNMI gemeten trillingen in de ondergrond niet één-op-één worden overgedragen naar de gebouwen. Naast het meten van de trillingen wordt bij elke aardbeving met een magnitude van 2,5 of meer een opname gedaan van de schade die door die aardbeving ontstaat aan de huizen en gebouwen binnen het meet- en monitoringsnetwerk. Deze meetgegevens worden gekoppeld aan data van het KNMI rond bodemtrillingen. Daarmee wordt het mogelijk om een directe relatie te leggen tussen de daadwerkelijk optredende trillingsniveaus en de daardoor ontstane schade aan de huizen en gebouwen.

Rol van TNO

In de jaren ’90 werd het verband aangetoond tussen aardbevingen en gaswinning in Groningen. Onderzoek naar aardbevingen wordt uitgevoerd door het KNMI. Het meetnetwerk van het KNMI geeft geen directe informatie over de gevolgen van de aardbevingen voor de bebouwing. In opdracht van NAM heeft TNO daarom een meet- en monitoringsnetwerk opgezet waarmee een directe relatie te gelegd kan worden tussen de daadwerkelijk optredende trillingsniveaus en de daardoor ontstane schade aan de huizen en gebouwen. Op basis van uitkomsten van het meet-en monitoringsnetwerk, kan geadviseerd worden welke huizen op welke wijze preventieve versterking nodig hebben, om toekomstige aardbevingen veilig te kunnen weerstaan.

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.