Ons werk

TNO in het Zuidasproject

Een van de zes nationale belangrijke infrastructuurprojecten, de Zuidas ten zuiden van Amsterdam, wordt een zakencentrum dat de internationale positie van Nederland aanzienlijk zal versterken. En TNO helpt een handje om dit te bereiken.

Bij het Amsterdam Zuidas project gaat het om gebiedsontwikkeling in combinatie met verbeterde transportinfrastructuur (trein, metro, stations voor openbaar vervoer en wegen). Amsterdam heeft het initiatief genomen voor dit project waarin de infrastructuur onder de grond wordt gebouwd en de voorzieningen voor bedrijven boven de grond. De financiering is een slimme combinatie van publiek en privaat geld. De regering betaalt de kosten voor de noodzakelijke verbeteringen, met inbegrip van het onderhoud, voor de publieke infrastructuur boven de grond terwijl Amsterdam en private financiers het extra geld bijdragen dat nodig is om de infrastructuur onder de grond te bouwen. Het geld kan worden terugverdiend met de winsten die komen uit het terrein boven de grond (onroerend goed).

De rol van TNO

TNO helpt bij het opstellen van de eisen waaraan de infrastructuur en de gebiedsontwikkeling moeten voldoen voor de drie publieke partijen: Amsterdam, ProRail en Rijkswaterstaat. Terwijl publieke partijen keiharde garanties willen dat de infrastructuur voldoet aan alle eisen en verwachtingen, kunnen investeerders en private commerciële partijen komen met innovatieve oplossingen. Daarom moeten de eisen ruimte laten voor dergelijke oplossingen. Tegelijkertijd willen de investeerders dat hun investeringen zo min mogelijk risico's met zich meebrengen. Dit leidt tot een zekere spanning en beperkt de manoeuvreerruimte: een te strikte eis kan in sommige gevallen de mogelijkheden voor oplossingen beperken. We moeten ons er bijvoorbeeld voortdurend van bewust zijn dat een bepaald eisenpakket niet kan worden samengevoegd in één enkel ontwerp. De truc is om uitsluitend de gewenste 'functionaliteit' te specificeren op basis van de algemene concepten van 'technisch systeemontwerp', zodat het volkomen duidelijk is wat verwacht wordt van de belangrijkste functies van de toekomstige weg (zoals capaciteit, verkeersregelsystemen).

SMART

Het TNO raamwerk maakt het mogelijk het programma van eisen te rangschikken en te selecteren op basis van de diverse belangen van de verschillende gebruikers. Ook zijn de eisen geclassificeerd op niveau van detaillering. Verschillende 'fundamentele eisen' vormen de basis en bevatten de doelstellingen in algemene termen. Onder dit niveau neemt de detaillering toe en op het laagste niveau moeten 'SMART'- eisen worden geformuleerd. Bij het structureren en formuleren van de eisen zijn principes van technisch systeemontwerp toegepast hoewel het volledig vertalen van de doelstellingen voor de Zuidas-infrastructuur naar SMART-eisen vaak erg lastig en soms onmogelijk was en zelfs tot verhitte debatten leidde. En de vraag hoe in de toekomst ontwerpers zullen reageren op de eisen is een volgend belangrijk punt waar we ons mee bezig moeten houden. Ondertussen wordt er gewerkt aan het opnemen van het programma van eisen in een samenwerkingsproces tussen publieke en private partijen.

Contact

Ir. Jos Wessels MBA

  • infrastructuur
  • wegen
  • spoor
  • waterbouw
  • asset management
E-mail

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.