nieuws

Uniek onderzoek naar prestaties zero emissie bussen

22 sep 2014

In 2025 zullen de ongeveer vijfduizend bussen in het openbaar vervoer geen schadelijke emissies meer uitstoten. Dat is de afspraak die de overheid met de Stichting Zero Emissie Busvervoer heeft gemaakt. Om dat doel te bereiken moeten nog veel technische vragen worden beantwoord. TNO deed op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu diepgaand onderzoek naar de praktische prestaties van elektrisch aangedreven bussen.

TNO merkte dat er in de markt, bij overheden en concessieverleners in het ov veel vragen bestaan rond elektrisch vervoer. Over emissies en verbruik van personen- en vrachtauto's was al veel bekend, maar zero emissie bussen vormen een compleet ander verhaal. Zeker in stedelijke omgevingen varieert de snelheid continu, moeten ze steeds stoppen en optrekken, deuren openen en sluiten, verwarmen en koelen.
'Dus was de vraag hoe elektrisch aangedreven bussen concreet presteren. Hoe ver komen ze nou echt op een accu? Wat is het energieverbruik onder wisselende omstandigheden? Hoe zuinig is een waterstofbus? Opgaven van fabrikanten, zo heeft TNO eerder geconstateerd als het gaat om emissies en verbruik, zijn vaak optimistischer dan de harde praktijk. Dus hebben we de bussen aan een reeks uitgebreide testen onderworpen. Dat heeft een unieke schat aan data opgeleverd waaruit alle bij het ov betrokken partijen nog veel nuttige informatie kunnen destilleren', vertelt TNO-expert Gertjan Koornneef.

Inzetbaarheid beoordelen

Aan de hand van de praktijkproeven zijn veel relevante prestaties gemeten en doorgerekend. Daaraan voorafgaand moest TNO de testmethode ontwerpen. In de wereld van het busvervoer bestaan wel procedures om het verbruik van dieselbussen te meten, maar voor elektrische bussen ontbrak deze nog. In de praktijk zijn tot nu toe twee zogeheten busconcepten beproefd: hybride bussen (elektrisch plus brandstof) en bussen aangedreven door verschillende typen batterijen. Later dit jaar staan er nog testen met een waterstofbus op de rol.
Koornneef: 'De uitkomsten van de proeven bieden inzicht aan overheden en busmaatschappijen hoe zero emissie bussen zijn in te passen in hun lijnennet, vanuit het voertuig geredeneerd. Ook voor het verlenen van concessies zijn deze resultaten van belang en natuurlijk voor het vaststellen van beleid en regelgeving door de rijksoverheid.'

Minimale en maximale actieradius

Binnen de drie concepten elektrisch, hybride en waterstof zijn nog allerlei variaties mogelijk. Zo heeft TNO bussen met verschillende typen batterijen getest. Bussen met een grote batterij die in warm en koud weer in beginsel een hele dag moet functioneren en kleinere accu's die een paar keer per dag snel zijn op te laden. Daarbij is vooral gekeken welke factoren van invloed zijn op het energieverbruik en dus op de actieradius. 'We hebben niet alleen veel gemeten maar ook aan de bussen gerekend. Dat verwarming of airco van invloed zijn op het energieverbruik snapt iedereen, maar wij hebben vastgesteld dat deze in extreme gevallen net zoveel energie kunnen kosten als nodig is voor de voortbeweging. Door alles te kwantificeren kun je voor buslijnen in stad en regio vaststellen wat in welke omstandigheden de minimale en maximale actieradius van dat type bus is. Daarnaast hoe je het energieverbruik van zero emissie bussen kunt optimaliseren', zegt Koornneef.

Nieuws

ir. Gertjan Koornneef

Contact

ir. Gertjan Koornneef

E-mail

Mediavragen?

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.