nieuws

TNO analyseert economische trends in Nederlandse biotech

23 mrt 2015

In opdracht van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) heeft TNO in het kader van de Trendanalyse Biotechnologie een voorstudie gedaan waarin de (economische) ontwikkelingen in de Nederlandse biotechnologiesector vanaf 2007 in kaart zijn gebracht. De COGEM heeft het TNO-rapport in een signalerende aanbiedingsbrief aan staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu aangeboden. 

Economische belang van biotechnologiesector

Om de positie van de Nederlandse biotechnologiesector en de bedrijvigheid daarbinnen in kaart te kunnen brengen, heeft TNO een nieuwe database van bedrijven ontwikkeld. Dat was belangrijk omdat de gehanteerde definities van biotechnologie vaak niet duidelijk zijn, en omdat er grote verschillen zijn in het aandeel van de biotechnologie binnen de activiteiten van bedrijven. Het rapport geeft een “state of the art” beeld van de ca. 600 biotechnologiebedrijven in Nederland. In de studie wordt telkens onderscheid gemaakt tussen de rode (medische), de groene (agro en food) en de witte (industriële) biotechnologie. De ca. 600 biotechnologiebedrijven in Nederland waren goed voor bijna 35 duizend banen in 2013, waarvan ruim de helft in de rode biotechnologie. De bedrijven zijn onderdeel van een omvangrijk ecosysteem, met een groot aantal organisaties, waaronder onderzoeksinstellingen, brancheorganisaties, en juridische en financiële adviseurs. Biotechnologiebedrijven zijn relatief kleine bedrijven: In 2013 had ongeveer de helft (298) van de biotechnologiebedrijven 10 werknemers of meer. De andere helft bestond uit microbedrijven met minder dan 10 werknemers. Op basis van de werkgelegenheid wordt de productiewaarde van de Nederlandse biotechnologie geschat op €13,8 miljard, waarvan € 5,8 miljard terug te vinden is in de rode biotechnologie. De toegevoegde waarde van de Nederlandse biotechnologie wordt geschat op € 4,6 miljard.

Ontwikkelingen sinds 2007

De ontwikkelingen in de Nederlandse biotechnologiesector sinds 2007 laten een gemengd beeld zien. De sector heeft, als vele anderen, te lijden gehad van de economische recessie en de teruglopende investeringen van overheid en bedrijven. Belangrijke indicatoren als R&D uitgaven, financiering, beursgangen, het sluiten van belangrijke private R&D labs van grote bedrijven in de rode biotechnologie bevestigen het beeld van een sector die een moeilijke tijd heeft doorgemaakt. Aan de andere kant zien we in de verschillende bronnen tekenen van herstel van bedrijvigheid in de biotechnologie. Die vindt vooral plaats bij de microbedrijven met minder dan 10 werknemers waar het aantal bedrijven tussen 2007 en 2013 meer dan verdubbeld is, wat duidt op een sterke dynamiek bij startende ondernemingen. De sectoren zaadveredeling, medisch-biotechnologische research en biotechnologische landbouwresearch zijn daarbij prominent aanwezig. In de rode biotech zijn nieuwe kleine bedrijven ontstaan uit de voormalige R&D labs van MSD en Abbott.

Ondanks de financiële crisis van de afgelopen jaren duiden verschillende bronnen op een lichte groei in de private R&D investeringen sinds 2009. Daarentegen wordt geconstateerd dat de publieke R&D investeringen sterk afnemen. Bij de nationale overheid is er sprake van een heroriëntering van subsidies en specifieke investeringen naar algemene fiscale instrumenten. Tegelijkertijd is er sprake van een sterke toename in de activiteiten van regionale en lokale overheden. Een aantal provincies heeft geprofiteerd van de verkoop van de elektriciteitsbedrijven Nuon en Essent en heeft fondsen beschikbaar voor het aantrekken van bedrijven en het ondersteunen van infrastructuur. Deze activiteiten zijn hebben veelal een langere horizon dan op nationaal niveau en zijn in toenemende mate grensoverschrijdend zoals de Biobased Delta in Zuidwest Nederland.

Biotechnologie integreert

Tijdens de studie bleek dat de zichtbaarheid en traceerbaarheid van biotechnologie achteruit gaat. Het wordt moeilijker om zicht te houden op de ontwikkelingen op basis van gedetailleerde cijfers omdat biotechnologie geïntegreerd raakt in toepassingsgebieden waarin ook andere activiteiten plaatsvinden. Grote gediversifieerde bedrijven nemen in één of meer van hun producten of R&D-activiteiten biotechnologie op, zoals in de farmaceutische sector. Daarnaast valt op dat biotechnologie vertegenwoordigd is in vijf van de negen topsectoren, maar dat deze niet apart wordt benoemd als sector.

Sterke positie in fundamenteel en strategisch onderzoek vormt een uitstekende basis voor de toekomst.
Een belangrijk deel van het rapport is gewijd aan de toekomst van de biotechnologie. Het analyseert eerst de brede demografische, economische, sociale en politieke trends en ontwikkelingen in wetenschap en technologie in een internationale context. Vervolgens worden de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen voor de Nederlandse biotechnologie geanalyseerd. De belangrijkste kracht van de Nederlandse biotechnologie is de grote activiteit in fundamenteel en strategisch onderzoek: bijna alle Nederlandse universiteiten doen aan biotechnologie. En ze excelleren daarin. Een belangrijke kracht van het Nederlandse innovatiesysteem is de sterke en gediversifieerde infrastructuur. Valorisatie en het creëren van bedrijvigheid uit onderzoek worden steeds belangrijker. Het aantal spin-offs rond universiteiten (Wageningen, Leiden, Erasmus MC, Eindhoven, etc.) is groeiende. Ondersteuning van deze spin-offs door science parks is van cruciaal belang en wordt steeds sterker. Gevestigde internationale bedrijven, zoals Danone en Friesland Campina, zoeken steeds meer de ecosystemen op die rond universiteiten ontstaan waarbij de kwaliteit van human capital en wetenschappelijke topprestaties zwaar meetellen.

Punten van zorg

Zowel de private als publieke financiering vormen een punt van zorg. Overheidsfinanciering daalt en er is sprake van een veelheid van instrumenten en regelingen die vooral voor start-ups en het MKB onoverzichtelijk en moeilijk toegankelijk zijn. Daarnaast vormt de private financiering van biotechnologiebedrijvigheid een uitdaging. Financiering wordt door velen gezien als een belangrijke barrière voor de verdere ontwikkeling van de biotechnologiesector. Dit geldt vooral voor vervolgfinanciering bij start-up bedrijven; juist deze is meestal problematisch (‘valley of death’, kloof tussen startfinanciering en vervolgfinanciering). Dit probleem staat inmiddels op de agenda in het EU en Nederlandse beleid en er komen publieke en particuliere middelen beschikbaar. Een tweede zorg is dat de Nederlandse industriële basis onder druk staat, omdat grote gediversifieerde bedrijven hun activiteiten buiten Nederland verleggen. Zij herstructureren hun mondiale R&D-activiteiten of zien meer groeikansen buiten Europa.

Volop kansen

Een belangrijke kans voor de Nederlandse biotechnologie is de sterk groeiende vraag naar producten die gebaseerd zijn op biotechnologie. De groeiende vraag naar voedsel vereist nieuwe hoogproductieve variëteiten. In de gezondheidszorg zal ondanks het terughoudende overheidsbeleid de vraag naar nieuwe diagnostiek en medicijnen blijven groeien. Dat komt onder meer door vergrijzing, een toename in de incidentie van life style ziektes als obesitas en diabetes. Tenslotte zal er op termijn een sterk groeiende vraag naar biobased producten ontstaan. Afhankelijk van de beschikbaarheid in betaalbaarheid van de grondstoffen kan Nederland hierin een belangrijke rol spelen. De hernieuwde aandacht in Nederland en in Europa voor industriële ontwikkeling biedt ook kansen voor de biotechnologiesector. Industrieel leiderschap is prioriteit voor de Europese Unie en in dat kader is er grote aandacht voor de zogenaamde key enabling technologies (KETs), waarvan industriële biotechnologie er één is. Die aandacht vertaalt zich ook naar ondersteuning van pilot lines en andere faciliteiten, en bovendien in verdere investeringsmogelijkheden via Europese Structuurfondsen (ESF) en de Europese Investeringsbank (EIB) onder het kopje ‘smart specialisation’.

Kansen voor biotechnologie zijn er dus volop, maar die moeten wel verzilverd worden. Financiering en ondersteuning van kleine bedrijven in netwerken en science parks zijn daarvoor een belangrijke voorwaarde, evenals een blijvend sterke koppeling tussen fundamenteel en strategisch onderzoek enerzijds en toegepast onderzoek, innovatie en ontwikkeling anderzijds.

In een signalerende aanbiedingsbrief aan staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu biedt de COGEM het TNO-rapport aan en gaat COGEM in op de resultaten van het onderzoek en de implicaties daarvan.

Nieuws
Contact

Dr. Govert Gijsbers

  • innovation policy and strategy
  • monitoring
  • evaluation and impact assessment
E-mail

Mediavragen?

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.