nieuws

Betere beoordeling bodemdaling door satellietmetingen

30 apr 2015

Veel van wat er in de ondergrond gebeurt, zoals verlaging van de grondwaterstand en winning van olie en gas, leidt uiteindelijk tot bodemdaling. TNO combineert in modellen nauwkeurige satellietmetingen van de aarde met ondergronddata. Oorzaken en gevolgen van bodemdaling zijn daardoor beter te beoordelen.

Operators die olie of gas produceren doen er veel aan om te begrijpen wat er in het reservoir gebeurt. Met behulp van seismisch onderzoek, geofysische metingen en een continue stroom productiegegevens houden ze de vinger aan de pols. Veilig en efficiënt produceren zijn van groot belang, zowel voor de maatschappij als de industrie. Dat geldt ook  voor het beperken van de effecten op de omgeving. Ondanks al deze meet- en monitoringinspanningen is er volgens onderzoeker Peter Fokker nog ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld door ondergrondgegevens te combineren met nauwkeurige satellietmetingen.

Met een actueel voorbeeld illustreert geomechanicus Peter Fokker wat je zo kunt bereiken: “Door de gaswinning wordt het gesteente van het Groningen gasveld ingedrukt, een proces dat bekend staat als compactie. Bovenop het gashoudende gesteente liggen elastische lagen zout, schalie, zand, klei en veen. Alles bij elkaar een matras van enkele kilometers dik. Die zorgt ervoor dat de door gaswinning veroorzaakte verandering in de diepe ondergrond zich over groot gebied kan verspreiden, ongeveer even uitgestrekt als de diepte van het gasveld. Tot op de millimeter nauwkeurig worden kleine hoogteveranderingen van het maaiveld met radarsignalen vanuit de ruimte opgemeten.”

Data combineren met satellietmetingen

Satellieten die op 700 kilometer hoogte hun rondjes om de aarde draaien meten sinds 1992 geleidelijk optredende bodembewegingen. Sommige veranderingen van het maaiveld zijn toe te schrijven aan olie- of gaswinning op grote diepte. Andere oorzaken, zoals inklinking van veen of het samendrukken van klei door verlaging van de grondwaterstand, zitten ondieper. En dat is waar de kennis van TNO van pas komt: het achterhalen van oorzaken die hebben geleid tot de waargenomen vervorming van het maaiveld. Omdat het effect al bekend is, maar niet wat er aan voorafging, noemen experts dit terugrekenen of inverse modellering. In deze modellen combineert TNO data over de opbouw van de ondergrond met satellietmetingen over het maaiveld.

Kennis geeft uitsluitsel in discussies

Fokker legt uit wat de maatschappelijke baten zijn: “Onze kennis geeft uitsluitsel in discussies over wie verantwoordelijk is voor eventuele schade van bodemdaling. Dat is een belangrijke vraag. En operators helpen we om beter te begrijpen hoe de drukverdeling in een reservoir zich ontwikkelt tijdens de productie. Als onze metingen laten zien dat er ergens gas onder hoge druk is achtergebleven, dan kan hij zo’n compartiment heel gericht aanboren. Dat heeft economische waarde voor de operator en de schatkist. Daarnaast  voorkomt de operator zo dat er grote drukverschillen ontstaan en verkleint hij daarmee het risico dat spanningen in de ondergrond tot aardbevingen leiden. Ook is TNO betrokken bij onderzoek naar gasopslag in lege gasvelden. Onze ontdekking dat bij de gasopslag Bergermeer de bodemstijging kleiner was dan de eerder bereikte bodemdaling, kan een ander licht werpen op de aardbevingsgevoeligheid op de lange termijn. Opnieuw een verrassend resultaat.”

Wilt u meer weten over de betere beoordeling bodemdaling?

Neem dan contact op met Peter Fokker

Nieuws

Dr. Peter Fokker

Contact

Dr. Peter Fokker

  • geomechanica
  • reservoir engineering
  • data assimilatie
  • bodemdaling
  • geïnduceerde seismiceit
E-mail

Mediavragen?

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.