nieuws

Inzetbaarheid van zero emissie bussen in Nederland

15 apr 2015

Voor het Ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzocht TNO de inzetbaarheid van een aantal innovatieve busconcepten in de Nederlandse praktijk. Onder de busconcepten waren batterij elektrische bussen en verschillende hybride bussen, waaronder een plug-in hybride en een brandstofcel hybride bus.

In 2012 ondertekende de Minister van Infrastructuur en Milieu de Green Deal Zero Emissie Busvervoer, met als ultieme doel een volledig emissievrije bussenvloot in 2025. Dat betekent een ambitie om in 2025 alle OV-bussen te hebben voorzien van elektrische aandrijving, waaronder batterij-elektrisch en waterstofelektrisch.

Batterij elektrische bus op het testcircuit

Metingen

Elektrische bussen kennen momenteel een beperktere inzetbaarheid dan conventionele bussen met een dieselverbrandingsmotor. De inzet van elektrische bussen in de aanloop naar 2025 heeft daarom een grote impact op bijvoorbeeld het dienstrooster en de total cost of ownership (TCO) van de bussenvloot.
Voor goede keuzes omtrent de in te zetten bussen is gedegen objectieve informatie over de inzetbaarheid van innovatieve busconcepten onmisbaar. Daarom heeft TNO in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in het project ‘Zero Emissie Bussen’ metingen uitgevoerd aan vier typen innovatieve bussen. Het gaat om bussen met een hybride aandrijving met en zonder plug-in faciliteit, volledig elektrische bussen en een bus op waterstof.

TNO heeft eerst de parameters vastgesteld die de inzetbaarheid van zero emissie bussen bepalen. Daarna zijn van zes bussen deze parameters onder Nederlandse omstandigheden gemeten. Met deze informatie kan TNO uitspraak doen over de inzetbaarheid van de verschillende typen bussen in de Nederlandse praktijk.

Inzetbaarheid

De conclusie is dat per situatie bepaald zal moeten worden welk concept met bijbehorende specificaties het beste geschikt is. De meest bepalende specificaties van een concept die van invloed zijn op de inzetbaarheid zijn: energieopslag (elektrisch, waterstof), laadsnelheid, laadinfrastructuur, energieverbruik en passagierscapaciteit.

In de praktijk hebben – naast de specificaties van een concept – de volgende variabelen de grootste impact op de inzetbaarheid waar rekening mee dient te worden gehouden. Dit zijn: klimaat, belading, type rit en rijstijl.

De doorgemeten zero emissie bussen zijn nog niet voor elk soort inzet geschikt. Wel bestaat voor de komende jaren veel potentie voor een forse verbetering van de inzetbaarheid van zero emissie bussen. Er komen nieuwe technologie en concepten op de markt die elk nieuwe mogelijkheden bieden ten aanzien van Zero Emissie (ZE) busvervoer. Denk hierbij aan batterijtechnologie, snelladen en gelegenheidsladen. Om op grote schaal ZE busvervoer te implementeren is veel nieuwe kennis nodig omtrent de nieuwe innovatieve systemen die op de markt beschikbaar komen.

Lees meer

TNO 2015 R10315 Inzetbaarheid zero emissie bussen in NL

Praktijkemissies van wegverkeer

Wegvoertuigen zijn een belangrijke bron van luchtverontreinigende emissies. Daarbij gaat het onder andere om stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (o.a. PM10), beide stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid.... Lees verder
Ons werk

Emissiemetingen aan vrachtwagens en bussen

De Nederlandse overheid zet zich in voor het terugbrengen van brandstofverbruik en schadelijke emissies van vrachtwagens en bussen. Om over objectieve gegevens te kunnen beschikken, voert TNO in opdracht... Lees verder
Ons werk

Rapporten emissiemetingen vrachtwagens en bussen

Resultaten van metingen, in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgevoerd in het steekproefcontroleprogramma vrachtwagens en bussen, zijn gepubliceerd in de volgende rapporten: Lees verder
Nieuws
Contact
E-mail

Mediavragen?

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.