nieuws

Advies TNO versterking huizen Groningen gepubliceerd

02 jul 2018

TNO heeft op verzoek van het ministerie van EZK een inschatting gemaakt van het effect van veranderende seismische dreiging op het seismisch risico en het aantal woningen, dat niet voldoet aan de veiligheidsnorm. Hoe verhoudt deze analyse zich tot de praktijk op dit moment en hoe kan een balans worden gevonden tussen tijdelijke en permanente versterkingsmaatregelen? Het advies van TNO is vandaag gepubliceerd door de Mijnraad als bijlage bij haar eigen advies.

Gebruikmakend van probabilistische technieken alsmede van de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) 9998 voor aardbevingsbestendig bouwen, is de kans ingeschat op een bepaalde grondbeweging en op het als gevolg daarvan bezwijken van bouwwerken.

De concreet aan TNO gestelde vragen:

  • Wat is het effect van een lagere seismische dreiging op het seismische risico van bouwwerken in het Groningse aardbevingsgebied?
  • Hoe verhoudt de uitkomst van de risicoanalyses zich met de praktijk waarin op basis van de NPR wordt versterkt en hoe kunnen eventuele verschillen worden verklaard vanuit de risicoanalyses (NPR inzichten zijn separaat belegd bij NEN)?
  • Hoe kan, gezien het verwachte uitvoeringstempo van maatregelen, een balans worden gevonden tussen tijdelijke en permanente versterkingsmaatregelen?
  • Op 15 juni werd daaraan de vraag toegevoegd om vóór 1 juli een zo goed mogelijke inschatting te maken van de risico's voor zoveel mogelijk woningen van de batch 1588 woningen, waarvan in eerste instantie door de NCG versterking is voorgesteld.

Wetenschappelijk onderbouwde inschatting

De opdracht aan TNO beperkt zich tot het geven van een wetenschappelijk onderbouwde inschatting van de risico’s voor bouwwerken. Net als bij andere beslissingen over welke risico’s in de openbare ruimte of in gebouwen aanvaardbaar zijn en welke niet, wordt de zogenoemde norm voor het individueel risico toegepast. Het TNO advies vormt een onderdeel van de feiten op basis waarvan de minister de politiek-bestuurlijke afweging maakt over welke versterkingsmaatregelen voor welke huizen in aanmerking komen, of welke huizen daarvoor het eerst in aanmerking komen.

TNO heeft niet gekeken naar schade met een volgens de norm acceptabel risico. Dergelijke schade kan natuurlijk wel gevolgen hebben voor het uiterlijk of de waarde van een woning of andere sociaal-maatschappelijke aspecten, maar dit valt nadrukkelijk buiten de scope van dit onderzoek. TNO beperkt zich in dit advies tot de beantwoording van technisch/wetenschappelijke vraagstukken; wij hebben geen suggesties of meningen gegeven ten aanzien van de politiek-bestuurlijke keuzes die voorliggen.

Conclusies

  • Het is, conform de modellen, aannemelijk dat minder winning leidt tot minder bevingen, lagere seismische dreiging en ook minder woningen die niet aan de gehanteerde veiligheidsnorm van 10-5
  • TNO heeft binnen het gegeven kader van dit advies gericht gekeken naar een type woning dat het meest voorkomt, de zogenoemde URM4L rijwoningen. Dit type woningen wordt gekenmerkt door de grote openingen in de gevel op de begane grond. Een groot deel van de woningen die niet voldoen valt binnen deze categorie. Voor de URM4L woningen, gezien als een van de zwakkere Groningse woningtypen, neemt het aantal woningen dat niet aan de veiligheidsnorm voldoet zeer sterk af over de komende jaren; tot nul na 2023. Ongeacht de gemiddelde temperatuur van de winters.
  • Door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht en de (versneld) afgenomen gasproductie, is het aantal woningen dat niet voldoet aan de norm voor het veiligheidsrisico de afgelopen jaren sterk in omvang afgenomen. Eventuele versterking moet daarom vooral gericht worden op een bij voorkeur grote groep woningen die efficiënt en op korte termijn is aan te pakken. Dit zouden bijvoorbeeld de URM4L type woningen in het centrale seismisch actieve gebied kunnen zijn. Indien niet op korte termijn met versterking wordt begonnen, is deze om veiligheidsredenen eenvoudigweg niet meer nodig. Een reden om tijdelijke maatregelen te overwegen, is de kortere realisatieduur en mogelijk geringere overlast. De voorkeur van de bewoner kan hierbij een rol spelen.
  • De periode waarin de norm voor het individueel risico (ook zonder versterking) nog zal worden overschreden is relatief kort en de mate waarin overschrijding plaatsvindt is (meestal) gering. Hoe hiermee om te gaan is bij uitstek een politiek-bestuurlijke keuze en geen technische.
  • Gerichter onderzoek bij 534 woningen in Delfzijl, Appingedam en Ten Boer horend bij de batch 1588 woningen leidt tot de inschatting dat deze huizen zeer waarschijnlijk nu voldoen aan de veiligheidsnorm. Binnen de totale groep van 1588 woningen zal een klein deel op dit moment nog niet voldoen aan de norm, maar gezien de afname van het seismisch risico binnen een paar jaar wel.

Wat doet TNO op het gebied van de effecten van aardbevingen in Groningen?

BuildinG

Om de beschikbare kennis toepasbaar te maken en innovaties te versnellen, is TNO mede-initiatiefnemer van het kennis- en innovatieplatform Build in Groningen (BuildinG). “Met Hanzehogeschool Groningen, de Economic Board Groningen en Bouwend Nederland brengen we nieuwe, op aardbevingsbestendig bouwen gerichte producten in de markt, door ideeën en mogelijke oplossingen laagdrempelig te testen. Verder adviseren we burgers en bedrijven over het versterken en verduurzamen van woningen, en stimuleren we nieuwe partnerschappen.”

Triltafel

Een praktisch voorbeeld is de ‘triltafel’ die TNO eind januari overdroeg aan BuildinG en die op de Zernike Campus in Groningen komt te staan. De tafel van twee bij drie meter simuleert het gedrag van materialen en constructies bij een aardbeving door gaswinning. “Bedrijven kunnen er experimenten mee doen en ons levert het weer nieuwe kennis op, die helpt onze rekenmodellen te verfijnen. Zo kunnen we de constructieve veiligheid van gebouwen en het effect van de benodigde bouwkundige maatregelen nog nauwkeuriger vastleggen.”

300 gebouwsensoren

Onder de noemer ‘Meetnet’ plaatste TNO in 2015 ruim 300 gebouwsensoren in woonhuizen, andere publieke gebouwen en NAM-locaties in en om Groningen. Zo’n sensor meet elke beweging van het gebouw, van een deur die dichtvalt tot een vrachtwagen die langsrijdt en dus ook een eventuele aardbeving. De metingen in millimeters per seconde helpen om een betere relatie te leggen tussen karakteristieken van de seismische belasting en het wel of niet optreden van schade.

Nieuws

Drs. John Zegwaard

Contact

Drs. John Zegwaard

E-mail

Mediavragen?

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren. Ons privacystatement is aangepast aan de nieuwe privacywetgeving in de EU.