nieuws

Drie vragen over gaswinning uit kleine gasvelden op land

21 nov 2019

In de samenleving leeft het beeld, soms ook terug te zien in berichten in de media, dat er sprake is van een versnelling van de gaswinning uit kleine gasvelden sinds de productie uit het Groningen gasveld wordt verlaagd. Deze kwestie is ook opgebracht tijdens vragen in de Tweede Kamer. TNO onderzocht of dit beeld correspondeert met de feiten. Met de beantwoording van drie vragen zet TNO de feiten op een rijtje.

Klopt de aanname dat de aardgaswinning uit kleine velden op land wordt versneld?

De figuur hieronder laat zien dat de productie uit kleine gasvelden op land structureel daalt sinds begin van deze eeuw. In 2003 bedroeg de totale jaarlijkse productie uit kleine velden op land nog 13,9 miljard m3. In 2018 was dit nog slechts 5,1 miljard m3. In totaal is tussen 1967 en 2018 ca. 435 miljard m3 aardgas uit kleine gasvelden op land gewonnen. In de onderverdeling naar verschillende provincies is tevens te zien dat er geen significante verschuiving van de productie van één regio naar de andere heeft plaatsgevonden. Tenslotte laat de gaswinning op zee eveneens een dalende trend zien. De aanname is dus onjuist.

Overzicht van de historische en toekomstige productie uit kleine gasvelden op land waarvoor een goegekeurd winningsplan beschikbaar is (excl. Groningen gasveld). Bron: www.nlog.nl











Is het aannemelijk dat de gaswinning in de komende jaren zal versnellen?

Als we kijken naar de prognose over de huidig producerende kleine gasvelden op land, dan is een verdere daling van de winning onafwendbaar. De grafiek laat zien dat deze gasvelden in de laatste fase van productie zitten en het is nagenoeg onmogelijk om hieruit een versnelde winning te realiseren. De resterende aardgasreserve in kleine velden op land bedraagt ca. 6% van het totale volume dat sinds 1967 is geproduceerd. Vergelijk het met een luchtbed waar je de stop uithaalt. In het begin komt de lucht er met hoge snelheid uit. Daarna gaat het over in een tragere luchtstroom totdat deze uiteindelijk stopt. Gemiddeld blijft in de Nederlandse gasvelden overigens ca. 20% aardgas achter dat technisch of economisch niet winbaar is.

In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat publiceert TNO jaarlijks een prognose over aardgasvoorraden in gasvelden die nog niet in productie zijn genomen1 alsmede onbewezen aardgasvoorraden die nog moeten worden aangetoond met opsporingsonderzoeken. Veel van deze voorraden zullen nooit worden gewonnen. Redenen hiervoor zijn o.a. dat de gasvelden te weinig aardgas bevatten of omdat het aardgas moeilijk winbaar is. Opsporingsonderzoeken zijn regelmatig niet succesvol in het aantonen van nieuwe gasvelden. Desondanks is aannemelijk dat in de komende jaren nog een aantal nieuwe gasvelden op land in productie zal worden gebracht. Het is echter vrijwel uitgesloten dat dit zal leiden tot een verandering van de dalende trend. Het zijn de laatste kruimels van wat ooit een prospectieve regio was. Hooguit zal de gaswinning hiermee enkele jaren worden verlengd.

Zijn er verklaringen voor het idee dat er toch sprake is van een versnelde winning uit kleine gasvelden op land?

Op basis van de hierboven gepresenteerde gegevens is het duidelijk dat de gaswinning op land sinds begin deze eeuw structureel afneemt. TNO constateert dat in sommige gevallen de productiecijfers van individuele gasvelden ten onrechte worden vertaald naar een grotere landelijke trend. Toch zijn er mogelijk ook andere factoren die de indruk kunnen wekken dat er sprake zou zijn van toenemende activiteit rond aardgaswinning.
Begin 2015 heeft de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) zijn rapport over de aardbevingsrisco's in Groningen gepubliceerd2. In de kabinetsreactie van 2 april 20153 is aangegeven dat het kabinet alle aanbevelingen uit dit OVV-rapport zal overnemen. In afwachting van een nieuwe mijnbouwwet zijn toentertijd bestaande winningsplannen (in procedure) en nieuwe winningsplannen in de wacht gezet. Dit moratorium is na de inwerkingtreding van de nieuwe mijnbouwwet4 (Mbw) per 2017 opgeheven. Het gevolg hiervan was:

  • Relatief meer winningsplannen in behandeling in 2017 en 2018: Door het moratorium was er een ‘stuwmeer’ ontstaan van winningsplannen die in de wacht stonden voor een actualisaties conform de nieuwe regeling. Dit ‘stuwmeer’ zorgde er samen met nieuwe aanvragen voor dat er in 2017 en 2018 relatief meer winningsplannen behandeld werden dan in de jaren ervoor.
  • Meer adviesrecht: Met de nieuwe Mbw worden andere overheden betrokken bij de besluitvorming over mijnbouwactiviteiten en is er meer aandacht voor het burgerperspectief. Naast de reeds bestaande wettelijke adviseurs Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en de Technische commissie bodembescherming (Tcbb), worden op grond van de gewijzigde Mbw ook de provincie, gemeenten, waterschappen en de Mijnraad in de gelegenheid gesteld om advies te geven. Ook is bij een winningsplan in principe afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing verklaard, waardoor de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen bestaat. Op deze wijze is getracht het burgerperspectief nadrukkelijk mee te nemen in de besluitvorming.
  • Meer aandacht voor veiligheid, natuur en milieu: In de nieuwe Mbw is vastgelegd dat een winningsplan expliciet aandacht besteed aan het belang van veiligheid en risico's voor omwonenden, gebouwen en infrastructuur; waaronder het daadwerkelijke seismische risico. Ook de gevolgen voor milieu en natuur zijn toegevoegd aan het toetsingskader voor winningsplannen.
  • Toenemende informatie voorziening: Naast de wettelijke informatie voorziening5 heeft de Kamer en de Minister van Economische Zaken en Klimaat aangedrongen op meer en verbeterde transparante informatievoorziening. Onderdeel hiervan zijn onder meer de informatiemarkten op locatie waardoor er lokaal meer bewust zijn is ontstaan van gaswinning van kleine velden.

Bovengenoemde punten hebben de kleine gasvelden in de afgelopen jaren volop in de aandacht gebracht. Het adviesrecht en de zienswijze is voor respectievelijk veel instanties en burgers een nieuw onderwerp. Het betreft complexe en vaak technische dossiers waar in de praktijk ook veel informatie- en kennisbehoefte bestaat bij lokale instanties en burgers. Dit alles heeft er mogelijk voor gezorgd dat er soms een onjuist beeld bestaat over de winning uit kleine gasvelden.

Welke bijdrage kan de winning van resterend aardgas in kleine velden op land leveren?

De huidige resterende (aangetoonde) reserves in de bestaande kleine velden op land omvatten in totaal 26,4 miljard m3 aardgas, oftewel ongeveer 70 – 80% van de hoeveelheid aardgas die we momenteel in één jaar consumeren. In 2018 droeg de gaswinning uit kleine velden op land nog voor ca. 14% bij aan het totale verbruik6. In 2030 zal dit afnemen naar ca. 1-2%. Samen met de aardgaswinning op zee, zullen de kleine gasvelden op land in de komende jaren nog een significante bijdrage kunnen leveren.
In 2017 voorzag aardgas voor 41% in de totale primaire energievraag en voor 85% in de warmtevraag binnen de gebouwde omgeving7. De precieze vraag naar aardgas in 2030, 2040 en 2050 is nog onzeker maar zal zeer waarschijnlijk voorlopig blijven bestaan8. Naast winning uit eigen bodem, zal aardgas moeten worden geïmporteerd9. 

1 TNO 2019, Jaarboek Delfstoffen en Aardwarmte 2018

2 Kamerstukken II 2014/15,33 529, nr. 123

3 Kamerstukken II 2014/2015, 33 529, nr. 143

4 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-554.html

5 afdeling 3.4 van de Awb

6 CBS statsline

7 CBS statsline

8 PBL 2019, Klimaat en Energie Verkenning

9 TNO 2017 White Paper: van exporteur naar importeur

De Geologische Dienst Nederland

De Geologische Dienst Nederland (GDN) is de beheerder van alle data en kennis van de Nederlandse ondergrond. De GDN is onderdeel van TNO (een onafhankelijk publieke kennisinstelling). De GDN voert een aantal wettelijke taken uit voor het ministerie van EZK, waaronder het adviseren omtrent de winning van gas uit de Nederlandse ondergrond. De GDN doet dat al tientallen jaren en rapporteert hier jaarlijks over in het (Jaarverslag delfstoffen en aardwarmte; zie ook www.nlog.nl).

Kleine gasvelden

Alle gasvelden buiten het Groningen veld worden aangeduid als “klein gasveld”. Gemiddeld bevatten de 202 kleine gasvelden op land ca. 4 miljard m3 aardgas per voorkomen (voor aanvang productie). Groningen bevatte bijna 3000 miljard m3. In dit artikel richten we ons specifiek op de kleine gasvelden op land. Gasvolumes worden weergegeven op basis van de specifieke gassamenstelling bij atmosferische druk en 0°C

Definitie winningsplan

Conform artikel 34 Mijnbouwwet (Mw) dient de winning van koolwaterstoffen sinds 2003 te gebeuren overeenkomstig een winningsplan. In het Mijnbouwbesluit (Mb) is in artikel 24 aangegeven welke informatie het winningsplan moet bevatten. Dit betreft o.a. de hoeveelheid winbare koolwaterstoffen in het gasveld, de duur van de winning, de wijze van winning, het winningspercentage, de verwachte bodemdaling en het verwachte seismische risico.

VOLG TNO OP SOCIAL MEDIA

blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, vacatures en activiteiten

Op TNO.nl maken we gebruik van cookies. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd  worden.