Diersoorten

De diersoorten die bij TNO en TNO Triskelion BV worden gebruikt in dierexperimenteel onderzoek zijn weergegeven in Tabel 2. De keuze voor een diersoort voor toepassing in een dierproef is afhankelijk van de voorspellende waarde voor de mens. Traditioneel wordt hoofdzakelijk met knaagdieren (muizen en ratten) gewerkt vanwege de ruime beschikbaarheid van historische data. Echter, knaagdieren zijn niet altijd het beste model voor de mens en daarom worden soms andere diersoorten ingezet. Door het inzetten van beter voorspellende diersoorten wordt voorkomen dat er onnodige dierproeven verricht worden.

Zowel binnen TNO als TNO Triskelion BV wordt onderzocht welke diersoort het beste past bij de onderzoeksvraag. TNO heeft in samenwerking met TNO Triskelion BV een zebravismodel ontwikkeld voor toepassingen in toxicologisch onderzoek. Bevruchte zebraviseitjes kunnen worden gebruikt als alternatieve methode om prenatale-ontwikkelingstoxiciteit en neurotoxiciteit vast te stellen. De eitjes worden verzameld en getest zonder dat de volwassen ouderdieren worden blootgesteld. Met de bevruchte eitjes en jonge larven van een klein aantal ouderpaartjes kan een hele studie worden uitgevoerd. Ook is de zebravis geschikt voor onderzoek naar algemene toxiciteit waarvoor traditioneel knaagdieren worden ingezet. In de toekomst kan deze aanpak mogelijk studies met knaagdieren vervangen. Onderzoek met bevruchte eitjes en larven valt buiten de wettelijke proefdierregistratie en zijn daardoor niet opgenomen in tabel 2. In 2014 zijn ongeveer 5000 bevruchte zebraviseitjes gebruikt voor toxicologisch onderzoek in 25 studies.

TNO heeft in 2014 voornamelijk knaagdieren gebruikt in onderzoek. Het betreft muizen (70,4%), ratten (21,3%) en cavia’s (2,2%). Tweederde van de muizen zijn transgene muizen. Doordat deze dieren zijn uitgerust met een menselijk gen zijn deze geschikt om onderzoek te doen naar menselijke ziektes. TNO fokt deze speciale muizen zelf. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de dieren die geboren worden zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. Dit bereikt TNO onder andere door de fok centraal te coördineren en vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

Daarnaast heeft TNO in 2014 onderzoek uitgevoerd naar de gezondheid van mestkalveren. Hiervoor is bij 202 kalveren op een boerderij met behulp van een wattenstaafje wat neusvocht en slijmcellen verzameld (een zogenaamde neusswab).

Tabel 2: Gebruikte diersoorten en aantallen binnen TNO en TNO Triskelion in 2014

TNO Triskelion BV gebruikt hoofdzakelijk knaagdieren en konijnen (ca. 99%). Ruim de helft van de proefdieren betreft de rat, veelal voor wettelijk verplichte productveiligheidsstudies (voedingsingrediënten, geneesmiddelen en chemische stoffen). Muizen vormen 41% van de ingezette proefdieren. Binnen TNO Triskelion BV worden muizen hoofdzakelijk ingezet om de effectiviteit van nieuwe vaccins vast te stellen. In beperkte mate worden kippen en geiten gebruikt om na te gaan of stoffen terecht kunnen komen in eieren of melk.

Hergebruik van dieren

Indien voor onderzoek het gebruik van organen of weefsels van dieren nodig is, spannen TNO en TNO Triskelion BV zich tot het uiterste in om het doden van dieren, speciaal voor deze doeleinden, te voorkomen. Zo wordt voor het testen van stoffen op oogirritatie gebruik gemaakt van kippenogen uit het slachthuis, en wordt voor huidirritatietesten gebruik gemaakt van huid van ratten, die in het kader van andere proeven zijn gedood. TNO heeft een samenwerkingsovereenkomst met de Universiteit Utrecht en verschillende andere instituten in Nederland voor het verkrijgen van organen en weefsels van varkens die zijn gedood ten behoeve van de opleiding van dierenartsen of die eerder in studies zijn gebruikt. Voor onderzoek naar opname van stoffen door de darm, waar vers darmmateriaal voor nodig is, heeft TNO van 31 varkens darmmateriaal ontvangen. Voor onderzoek naar absorptie van stoffen door de huid heeft TNO 44 varkensoren ontvangen.

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.