Ongerief bij dierproeven

Wanneer dierproeven noodzakelijk zijn, streeft TNO ernaar om de dieren zo min mogelijk ongerief te laten ondervinden zonder in te leveren op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de resultaten. We hebben dierenwelzijn hoog in het vaandel, daarom is TNO in het bezit van een AAALAC accreditatie.

In de meeste gevallen ondervinden de proefdieren licht of matig ongerief. Waar mogelijk proberen wij het ongerief te verminderen, bijvoorbeeld door te kiezen voor eerdere humane eindpunten, betere leefomstandigheden,  betere testmethoden of het toepassen van pijnbestrijding. In een beperkt aantal studies wordt het dier onder narcose gebracht ten behoeve van de proef, en is het voor het bereiken van de resultaten niet nodig de dieren te laten ontwaken. De dieren ondervinden op deze wijze zo min mogelijk ongerief. Dergelijke studies worden daarom internationaal apart geclassificeerd als ‘Terminaal’. Bij TNO betreft het ca. 0,5 % van de dierproeven).

Overige dierproeven worden geclassificeerd als licht, matig of ernstig ongerief.

AAALAC (Association for Assessment and Accreditation of Laboratory Animal Care) is een wereldwijd geaccepteerde organisatie die middels een vrijwillige accreditatie en beoordelingsprogramma dierenwelzijn wil optimaliseren dat verder gaat dan de minimale wettelijke eisen ten aanzien van dierproeven.

LICHT ongerief (69% van de dierproeven)

Voor sommige onderzoeken is het noodzakelijk om dieren met een specifiek dieet te voeden, bijvoorbeeld een hoog of laag vet dieet. De dieren ondervinden hier geen hinder van. Dit type test is een voorbeeld van een behandeling die valt onder de categorie ‘licht ongerief’. TNO streeft ernaar om het aantal benodigde dieren te reduceren door een optimale statistisch design te kiezen en waar mogelijk controlegroepen te combineren.

Matig ongerief (30% van de dierproeven

Voor andere onderzoeken is het noodzakelijk om de dieren wekelijks en gedurende een langere periode met een te onderzoeken stof te injecteren, of de dieren onder verdoving aan een lichte ingreep te onderwerpen. Indien mogelijk worden procedures gecombineerd om het aantal ingrepen per dier te verminderen. Ook wordt pijnbestrijding toegepast bij dieren die een kleine ingreep ondergaan. Dergelijke testen vallen onder de categorie ‘matig ongerief'.

Ernstig ongerief (0,5% van de dierproeven)

Het testen van de werkzaamheid van geneesmiddelen omvat het testen van nieuwe geneesmiddelen in dieren die een bepaalde ziekte hebben. Het induceren van een ziekte bij een dier kan leiden tot ‘ernstig ongerief'. TNO test geneesmiddelen tegen onder meer longfibrose. Wij kiezen in deze studies voor het vroegst mogelijke experimentele eindpunt, zodat de proef kan worden gestopt zodra acceptabele resultaten bereikt zijn en de dieren zo kort mogelijk ongerief ondervinden.

VOLG TNO OP SOCIAL MEDIA

blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, vacatures en activiteiten

Op TNO.nl maken we gebruik van cookies. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd  worden.