feiten & cijfers

TNO heeft positieve impact op bedrijvigheid

14 november 2019 • 3 min leestijd

De missie van TNO is het verbinden van mensen en kennis om zo innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn van de samenleving duurzaam versterken. We streven naar doelgericht innoveren dus. Maar wat is nu daadwerkelijk het effect van innoveren met TNO? Een analyse bevestigt dat de impact op het resultaat van bedrijven significant is.

Vragen over het onderzoek?

Wil je meer weten of heb je vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met Marcel de Heide.

Neem contact op

Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2-instellingen) zoals TNO spelen een belangrijke rol in het innovatiesysteem. Er zijn vijf TO2-instellingen in Nederland: Marin (Maritiem Research Instituut Nederland, NLR (Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum), Deltares, Wageningen Research en TNO. Deze zijn opgericht om door onderzoek de innovatiekracht en concurrentiepositie van Nederland te versterken, bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en overheidstaken en -beleid te ondersteunen. Ze geven bedrijven die willen innoveren bijvoorbeeld toegang tot onderzoekscapaciteit die zij zelf moeilijk kunnen onderhouden. De Nederlandse overheid stelt financiële middelen (de Rijksbijdrage) aan TO2’s beschikbaar om innovatie te stimuleren.

Impact toegepast onderzoek

Omdat TO2-instellingen deels met publiek geld worden gefinancierd, worden ze regelmatig extern geëvalueerd. En dat is niet meer dan terecht, vindt TNO’s CEO Paul de Krom. “Wij ontwikkelen kennis niet om de kennis, maar om tot praktische toepassingen te komen. En om Nederland vooruit te helpen. Het inzichtelijk maken van onze impact is dan ook nadrukkelijk een van onze eigen doelen. We evalueren daarom ook zelf onze rol in het innovatiesysteem. Het is belangrijk dat wij als TNO, en heel onderzoekend Nederland, laten zien wat we doen en wat we daarmee bereiken. Impact en innovatie zijn echter lastig in cijfers te vatten. Het is mooi dat een econometrische analyse daar nu de vinger op kan leggen én laat zien dat we een resultaatgerichte kennispartner zijn”, aldus De Krom.

“Het is belangrijk dat wij als TNO laten zien wat we doen en wat we daarmee bereiken” (De Krom)

Groei van toegevoegde waarde: 14 tot 17 procent

Onder leiding van Marcel de Heide hebben TNO-onderzoekers Hettie Boonman, Jinxue Hu en Evgueni Poliakov de impact van TO2’s op bedrijven onderzocht. Hierin is TNO specifiek als casus meegenomen. Om die impact te kwantificeren, vergelijkt het onderzoek de groei op jaarbasis van de toegevoegde waarde van bedrijven die aan Research & Development (R&D) doen en wel of juist niet met TNO samenwerken. “Hiermee vangen we één aspect van de impact van onderzoek van TNO: de economische impact”, vertelt De Heide. “Toegevoegde waarde is de waarde die gedurende het productieproces aan grondstoffen en halffabricaten wordt toegevoegd door productiefactoren. Voorbeelden van productiefactoren zijn: arbeid (mensen), kapitaal (productiemachines), maar ook ‘kennis’ (als resultante van onderzoek). De focus ligt op de toegevoegde waarde die bedrijven creëren, omdat dat innovatie het beste vangt. Toegevoegde waarde is in deze context veel beter dan bijvoorbeeld omzet, waarop nog veel meer factoren van invloed zijn”, aldus De Heide.

“De focus ligt op de toegevoegde waarde die bedrijven creëren, omdat dat innovatie het beste vangt” (De Heide)

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat TNO daadwerkelijk impact heeft op bedrijven met wie het samenwerkt aan innovatie. De additionele groei in toegevoegde waarde voor ondernemingen die TNO inschakelen bij hun R&D wordt geschat op 14 tot 17 procent. Dit betekent dat bedrijven die met TNO samenwerken een groei in toegevoegde waarde kennen die gemiddeld 1,14 tot 1,17 maal de groei is van bedrijven die ook aan R&D doen, maar niet met TNO.

Unieke data-analyse

De in het onderzoek gebruikte data zijn uniek en voor het eerst is een Nederlandse TO2 onderzocht met econometrische methoden. De Heide: “Met name de dataset is bijzonder. We combineren eigen TNO-data met CBS-data over R&D-investeringen. In Noorwegen, Denemarken en Duitsland zijn soortgelijke evaluaties uitgevoerd en die leveren vergelijkbare resultaten op.” Het onderzoek staat dus niet op zichzelf en is geen toevalstreffer, vult De Krom aan. “Het past in een breder plaatje dat onderschrijft dat TO2-instellingen toegevoegde waarde en dus bestaansrecht hebben. Investeren in innovatie met TNO loont.”

“Investeren in innovatie met TNO loont” (De Krom)

Investeren cruciaal

“De impact van TNO op bedrijven is met dit onderzoek voor het eerst op een objectieve manier gekwantificeerd. En het onderbouwt de publieke financiering van TNO en TO2-instellingen. Wellicht kan het ook helpen om de impact van onderzoek en innovatie te gaan adresseren in macro-economische modellen. Het CPB (Centraal Planbureau) houdt nu bij de doorrekening van verkiezingsprogramma’s onvoldoende rekening met de economische effecten van investeringen in R&D en innovatie”, legt De Heide uit. Toch vaart Den Haag bij de CPB-modellen, ziet De Krom. “Nederland doet het goed als het gaat om innovatie. Willen we die positie behouden, dan zullen we meer moeten investeren. Op dit moment zijn de investeringen aan R&D in Nederland ongeveer gelijk aan 2 procent van het bbp ((bruto binnenland product), met als doel om naar 2,5 procent te groeien. Duitsland zit, ter vergelijking, nu al op 3 procent, maar heeft de ambitie om naar 3,5 procent te groeien. Nederland zou ook moeten streven naar 3,5 procent, on par met Duitsland. Verhoging van de uitgaven is essentieel, omdat Nederland, maar ook Europa, terrein verliest”, stelt De Krom.

Brede impact

Zoals gezegd vangt deze studie slechts een deel van de impact van TNO. “Zo heeft TNO ook impact op aspecten die niet met de toegevoegde waarde zijn te vangen, zoals het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Wij toetsen onderzoeksprojecten daarom bijvoorbeeld ook op de bijdrage die ze leveren aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties”, besluit De Krom.

Meer lezen?

Economisch vakblad ESB schreef ook een artikel over de toegevoegde waarde van TO2’s.

Naar ESB
blik op de toekomst

Met stappenplan op weg naar groenere VvE’s

2 jul '20 - 3 min
Veel Verenigingen van Eigenaren (VvE) willen wel verduurzamen maar stuiten op tal van praktische belemmeringen. Zoals gebrek aan kennis, weinig betrokken bewoners... Lees meer
blik op de toekomst

Podcast Insights seizoen 2 #27: De opgave om CO2-uitstoot in de industrie drastisch te verminderen

26 jun '20 - 1 min
De Nederlandse industrie staat voor een grote opgave om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Met als ultiem doel vrijwel geen uitstoot in 2050. Voorlopig zijn... Lees meer
blik op de toekomst

Zuiniger en met minder CO2 dankzij nieuwe absorptietechniek

26 jun '20 - 2 min
Absorptie en distillatie zijn belangrijke scheidingstechnologieën in de chemische industrie maar ze vergen veel energie. TNO werkt met industriële eindgebruikers,... Lees meer
blik op de toekomst

Van Oord: Noordzee als broedplaats van innovaties

22 jun '20 - 3 min
Door het slim combineren van energiesystemen kan de uitstoot van CO2 op de Noordzee drastisch omlaag, blijft er genoeg ruimte voor scheepvaart en visserij, bespaart... Lees meer
blik op de toekomst

Podcast Insights seizoen 2 #26: Onze energievoorziening vanaf 2030 – 2 scenario’s

19 jun '20 - 1 min
Nederland moet volgens de Klimaatwet in 2050 een klimaatneutraal energiesysteem hebben. Maar hoe kunnen we dat doel bereiken? De energietransitie is in volle gang.... Lees meer

VOLG TNO OP SOCIAL MEDIA

blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, vacatures en activiteiten

Op TNO.nl maken we gebruik van cookies. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd  worden.