Informatietype:
Project
Thema:
Regionale energiesystemen
Unit:
Energy & Materials Transition

Consortium GO-e onderzoekt flexibel elektriciteitsnet

Status project

heden - 2024

In samenwerking met

Alliander, Enexis, Stedin, ElaadNL, Greenchoice, Recoy, Itho Daalderop, ETPA, Technolution, Phase to Phase, DNV GL, Witteveen + Bos, TU Eindhoven, TU Delft

Door de groei van het aantal warmtepompen, elektrische auto’s en zonnepanelen in de gebouwde omgeving ontstaan grote uitdagingen. Bijvoorbeeld het voorkomen van overbelasting in het regionale en landelijke elektriciteitssysteem. Het consortium Gebouwde Omgeving Elektrificatie (GO-e) onderzoekt slimme flexibiliteitsdiensten als alternatief voor verzwaring van het elektriciteitsnet in de gebouwde omgeving.

Over het project

Het project loopt tot begin 2024 en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft hiervoor een subsidie van 5,7 miljoen euro toegekend. Het samenwerkingsverband bestaat uit regionale netbeheerders, diensten- en technologieleveranciers, adviseurs en kennisinstellingen, consumenten en zakelijke energiegebruikers.

Flexibel gebruik van elektriciteit

Als het gebruik of de opwek van elektriciteit kan worden gevarieerd in de tijd, ontstaat flexibiliteit. Groei van de opkomende duurzame technologieën biedt kansen om slimme flexibiliteitsdiensten op grote schaal in te zetten in de gebouwde omgeving. Bijvoorbeeld door elektrische auto's 's nachts op te laden, wanneer er minder vraag naar elektriciteit is. Ook warmtepompen kunnen flexibiliteit bieden.

Overbelasting voorkomen

Flexibiliteit is een alternatief voor het verzwaren van het elektriciteitsnet. GO-e berekent hoe realistisch die flexibele inzet is. Zo kunnen regionale netbeheerders onderbouwd beslissen of, wanneer, waar en hoe flexibiliteit overbelasting van het elektriciteitsnet kan voorkomen.

We onderzoeken bij welke prikkels consumenten en bedrijven bereid zijn om flexibiliteit ter beschikking stellen aan de netbeheerder. GO-e draagt hiermee niet alleen bij aan invulling van het ‘verzwaren tenzij’ kader van Netbeheer Nederland, maar zet ook cruciale stappen richting het verwezenlijken van een toekomstig flexibele energiesysteem.

Bob Ran

Projectcoördinator, TNO

Geen omkijken naar

Om in de toekomst genoeg flexibiliteit in het energiesysteem te hebben, ontwikkelt het GO-e consortium schaalbare flexdiensten. Zo kunnen consumenten en bedrijven geautomatiseerd flexibiliteit uit bijvoorbeeld auto's beschikbaar maken voor hun energieleverancier. De energieleverancier zorgt dan voor een betere benutting van lokale energiebronnen en minder piekbelasting van regionale elektriciteitsnetten.

Veel deelnemers nodig

Het grootschalig flexibiliseren van elektriciteitsgebruik kan alleen als veel eindgebruikers deelnemen. Daarom staan consumenten en zakelijke energiegebruikers centraal in het ontwerp van de flexdiensten en flexproducten in GO-e.

Eindgebruikers in beeld

In 4 'living labs' worden de voorkeuren van eindgebruikers al tijdens de ontwerpfase van de diensten meegenomen. 3 living labs zijn in woonwijken in Houten, Heeten en Loenen (Veluwe), waar flexibiliteitsdiensten voor consumenten worden ontwikkeld. De 4e is een distributiecentrum van Albert Heijn waar diensten worden ontwikkeld om flexibiliteit uit het laden van elektrische vrachtwagens slim in te zetten.

Over het consortium

Het GO-e consortium is een samenwerking van Alliander, Enexis, Stedin, ElaadNL, Greenchoice, Recoy, Itho Daalderop, ETPA, Technolution, Phase to Phase, DNV GL, Witteveen + Bos, TU Eindhoven, TU Delft, onder leiding van TNO. Samen met de eindgebruikers uit de living labs vertegenwoordigt dit consortium de hele keten van partijen die nodig is om flexibilisering te laten slagen. Het consortium ontving van RVO een subsidie van 5,7 miljoen Euro in de MOOI regeling van de Topsector Energie. MOOI staat voor Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie.

Laat je verder inspireren

2 resultaten, getoond 1 t/m 2

Laden elektrische auto’s vereist meer samenwerking en regie

Informatietype:
Nieuws
23 september 2022

De stroomvraag van alle elektrische voertuigen in Nederland groeit. Welke effecten heeft dit op het elektriciteitssysteem nu en in de toekomst?

Routekaart: tenminste 60% energievraag industrie in 2050 elektrificeren

Informatietype:
Nieuws
14 oktober 2021

Om de industrie te laten overschakelen van fossiele op duurzame energie is elektrificatie het sleutelwoord. Er zijn op korte termijn al grote stappen nodig om de industrie vanaf 2030 van grote hoeveelheden hernieuwbare elektriciteit te kunnen voorzien. Tussen 2030 en 2050 gaat het om een extra behoefte van 80 tot 130 terawattuur (TWh) aan elektriciteit, waarvoor 26 tot 46 gigawatt aan vermogen van wind op zee nodig is. Een forse, maar haalbare opgave.