Isolatie van slechtst geïsoleerde woningen drukt gasverbruik en energiearmoede
Gerichte isolatie van woningen van huishoudens met energiearmoede levert meer gasbesparing per geïnvesteerde euro op dan bij andere woningen. Dat blijkt uit TNO-onderzoek naar de kosten en effecten van isolatie van woningen van energiearme huishoudens in Nederland. Bovendien dalen door isolatie de energielasten van energiearme huishoudens naar verhouding sterker dan bij andere huishoudens.
Dit resultaat is extra sterk voor energiearme huishoudens in woningen met de slechtste energielabels (F en G). Het isoleren van alle woningen van huishoudens met energiearmoede kost circa 3 miljard euro. Voor de analyse maakten de onderzoekers gebruik van het Hestia-model* en microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Volledige analyse
Meer weten over het onderzoek? Lees de analyse "Isolatie slechtst geïsoleerde woningen drukt gasverbruik én energiearmoede".
3 miljard euro
Binnen de groep huishoudens die in een matig of slecht geïsoleerd huis wonen kampen 256 duizend huishoudens met energiearmoede. Er is 3 miljard euro, ruim 11.000 euro per woning, nodig om deze woningen te isoleren tot de isolatiestandaard**.
Die kosten zijn lager dan gemiddeld voor alle woningen omdat het bij energiearmoede veelal om kleinere woningen gaat. Een groep van circa 23 duizend huishoudens binnen deze groep heeft een woning van zeer lage energetische kwaliteit (energielabels F en G). Om deze woningen goed te isoleren is een half miljard euro nodig, ruim 21.000 euro gemiddeld per woning.
Gasbesparing het hoogst bij woningen met laagste energielabels
Na isolatie tot de isolatiestandaard dalen energielasten van de groep huishoudens met energiearmoede naar verhouding sterker dan bij huishoudens zonder energiearmoede. Vooral bij energiearme huishoudens in de slechtste woningen neemt de energiequote***, het aandeel van het inkomen dat naar energie gaat, flink af. Gemiddeld van 11% naar 7,5% voor huishoudens in sociale huurwoningen en van 13% naar 8,5% voor huishoudens met koopwoningen.

“Hoewel woningisolatie energiearmoede niet volledig kan oplossen, daalt het aantal energiearme huishoudens met een hele hoge energiequote door isolatie met bijna de helft. Woningen met de slechtste energielabels zijn logischerwijs het duurst om te verduurzamen, maar leveren ook de hoogste gasbesparing op. Per saldo wordt juist in deze woningen per geïnvesteerde euro relatief veel energie bespaard.”
De grootste energiebesparingen door isolatie zijn te behalen in de noordelijke gemeenten, waar energiearmoede het hoogst is. Daar wordt relatief meer gestookt door grotere woningen en koudere winters dan in het westen. Hierdoor daalt de energiequote en de diepte van energiearmoede door isolatie juist in Noordoost Nederland het sterkst.
Eerst isoleren slechtste woningen loont
Isolatie tot de isolatiestandaard levert energiearme huishoudens een gemiddelde gasbesparing op van ruim 500 kubieke meter per woning per jaar. Bij energiearme huishoudens in woningen met de slechtste energielabels is dit ruim 800 kubieke meter. Bij de gasprijs die veel huishouden de afgelopen anderhalf jaar gemiddeld betaalden (1,30 euro per kubieke meter inclusief belastingen) komt dit ruwweg neer op een jaarlijkse besparing van 670 euro, oplopend tot ruim 1000 euro in de slechtst geïsoleerde woningen.
“Als de gasprijs stijgt, zoals nu het geval is, wordt dit financiële voordeel natuurlijk groter. De uitkomsten van ons onderzoek onderstrepen daarmee opnieuw dat het met voorrang aanpakken van de slechtste woningen loont, zowel financieel als maatschappelijk. Het gaat qua aantallen om een kleine minderheid van alle woningen, en zeker nu de gasprijzen weer oplopen is dit een hele goede investering in het weerbaar maken van kwetsbare huishoudens”, zegt Peter Mulder.
Meer gerichte verduurzamingsstrategie
De resultaten onderstrepen volgens TNO het belang van innovatie in de verduurzamingsstrategie, met specifieke aandacht voor de slechtste woningen van energiearme huishoudens. Dit betreft meestal koopwoningen. Voor koopwoningen met slechte energielabels kunnen innovatieve financieringsvormen, zoals gebouwgebonden leningen of inkomensafhankelijke renovatiesubsidies, helpen om gerichte investeren te stimuleren.
Daarnaast is innovatie in het organiseren van renovaties noodzakelijk. Opschaling, standaardisering en industrialisering van renovatieprocessen kunnen kosten verlagen en uitvoering versnellen, zeker in een krappe arbeidsmarkt. Huurwoningen en verhuurders hebben in sterk verschillende mate te maken met energiearmoede omdat woningkwaliteit en armoede sterk verschilt per locatie. Dat betekent dat maatwerkafspraken met woningcorporaties en grote particuliere verhuurders kunnen helpen om gericht te investeren op die plekken waar de nood én het rendement het hoogst is.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
*Dit model brengt de energetische kwaliteit, het isolatieniveau en installaties van alle woningen in Nederland in kaart op basis van woningkenmerken (zoals bouwjaar, oppervlakte en type woning) en technische kenmerken per bouwdeel, gecorrigeerd voor lokale en jaarlijkse temperatuurverschillen.
** De isolatiestandaard komt ruwweg overeen met het isolatieniveau van energielabel A (exclusief de duurzame installaties die bij label A horen).
*** Een vaak gehanteerde vuistregel is dat een energiequote hoger dan acht procent betekent dat een huishouden te hoge energiekosten heeft (TNO,2023)
Neem contact met ons op
Laat je verder inspireren
Fossielvrij in 2050 is technisch haalbaar


Tijdelijke Speciale Economische Zone rond Rotterdam kan klimaatvertraging en bbp-verlies voorkomen


Vraag en aanbod bepalend voor effect kernenergie op systeemkosten


Kans op halen klimaatdoel 2030 heel erg klein; stevig, structureel extra beleid nodig


Kernenergie in ons toekomstig energiesysteem


