
Uitstoot luchtverontreinigende stoffen nu al onder de 2030-norm dankzij op feiten gebaseerd beleid
Het CBS kwam dit najaar met goed nieuws: de totale uitstoot van luchtverontreinigende stoffen in Nederland ligt nu al onder de norm voor 2030. Vooral dankzij het wegverkeer dat veel schoner is geworden. Onderzoek van TNO speelt hierin al tientallen jaren een grote rol. Precies weten waar welke emissies vandaan komen, en onder welke omstandigheden, zorgt voor effectief beleid. Hoog tijd dus om een verbeterd inzicht te krijgen in de emissies van andere vervuilers, zoals de scheepvaart.
Van het lab naar de praktijk
Een mooi voorbeeld van hoe onderzoek zorgt voor effectiever beleid komt uit de periode 2010-2015. Pim van Mensch, onderzoeker duurzame mobiliteit bij TNO, legt uit: “Tot die tijd werden uitlaatgassen van nieuwe personenauto’s in het laboratium gemeten. Metingen onder praktijkomstandigheden, van onder andere TNO, toonden echter aan dat de uitstoot daar aanzienlijk hoger was dan in het lab tijdens de typekeuring. Bij sommige auto’s zelfs 5 tot 8 keer.”
Volgens Pim kregen praktijkmetingen bij de bron in deze periode een belangrijke rol in het Europese beleid rondom emissies. Met als eerste mijlpaal in 2019: nieuwe wetgeving gericht op ‘Real Driving Emissions’, of kortweg RDE.
Schonere auto’s dankzij RDE-test
De tot standkoming van RDE-wetgeving was een lang proces, waarbij ingebrachte feiten op basis van onder andere de TNO-metingen op de weg een belangrijke rol speelden. TNO breidde deze metingen verder uit en bracht alle rijcondities en bijbehorende emissies in kaart.
Dit is belangrijke informatie om normstelling en procedures zo robuust mogelijk te krijgen. De RDE-test op de weg werd in 2019 verplicht voor alle nieuwe auto’s. Het wegverkeer is sindsdien veel schoner geworden.

"Metingen onder praktijkomstandigheden, van onder andere TNO, toonden echter aan dat de uitstoot daar aanzienlijk hoger was dan in het lab tijdens de typekeuring. Bij sommige auto’s zelfs 5 tot 8 keer."
Levenslang schoon
Om die positieve trend voort te zetten richt TNO zich ook op monitoring van oudere voertuigen. Voertuigen moeten niet alleen met lage emissies uit de showroom komen, maar dat ook vasthouden tijdens de hele levensduur. TNO maakt zich er daarbij hard voor dat de emissiewetgeving meegaat met de steeds langere levensduur van auto’s.
In de nieuwe Euro 7-wetgeving van april 2024 is de ‘extended lifetime’ inmiddels 200.000 kilometer. Maar volgens Pim is dat onvoldoende: “Een analyse in 2019 toonde aan dat zo’n 50% van de gereden kilometers boven deze grens valt. Voertuigen zijn dus veel langer in gebruik dan de geldende limieten.” Daarom werkte TNO mee aan de ontwikkeling van ‘On Board Monitoring’ (OBM) in Euro 7. Met OBM controleert de auto zelf gedurende z’n hele levensduur of de emissies nog steeds laag zijn.
Roetfiltertest in de APK
Om te waarborgen dat auto's levenslang schoon blijven, is wetgeving nodig, zoals de APK-roetfiltertest. Samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat was TNO nauw betrokken bij de invoering hiervan in 2023. Pim licht toe wat het probleem was: “Het verplichte roetfilter maakt dieselauto’s aanzienlijk schoner. Maar in de praktijk werden de filters soms verwijderd, bijvoorbeeld vanwege storingen. Met bijna 100 keer meer uitstoot als gevolg.”
Een klein deel van de voertuigen kan daardoor gaan zorgen voor een groot deel van de uitstoot. Om dat te voorkomen heeft TNO een methode voorgesteld voor een effectieve controle van het roetfilter in de APK. Zodat een auto zonder werkend roetfilter niet meer door de jaarlijkse APK-keuring komt.
Geen reden voor gas terug
De succesvolle maatregelen en het goede nieuws van het CBS zijn voor Pim en zijn collega Emiel van Eijk geen reden om gas terug te nemen. Emiel is onderzoeker vlootontwikkeling en emissiefactoren bij TNO. Hij benadrukt dat TNO altijd verder kijkt naar het volgende probleem: “De totale emissies zijn afgenomen, maar naar verwachting is de luchtkwaliteit in 2030 op diverse plaatsen nog boven de aangescherpte norm. Zoals bij industriegebieden, havens en vliegvelden.” Bovendien draagt de sector verkeer en vervoer bij aan de stikstofproblematiek.
Pim vult aan: “Grote vervuilers zijn nu bijvoorbeeld de zeevaart en de binnenvaart. Ook zijn er nog veel oude, vervuilende auto’s in de vloot.” Ten slotte noemt hij nog de mobiele werktuigen, zoals graafmachines: een categorie waarbij de emissies niet zo snel dalen als bij het wegverkeer.
Het uitbreiden van praktijkmetingen bij de bron blijft dus hard nodig. De praktijkmetingen aan auto’s, die voor luchtverontreinigende emissies zo belangrijk blijken te zijn, gaan ook een steeds grotere rol spelen in het verbeteren van de effectiviteit van beleid voor elektrische en plug-in auto’s.
Snuffelen naar extreem hoge uitstoot
In lijn met die noodzaak om nog meer te meten, werkt Europa op dit moment aan het 'Roadworthiness Package' (RWP). Emiel licht toe: “Binnen dit wetgevingspakket wordt onder andere gewerkt aan uitbreiding van de APK en wegkantinspecties.”
TNO kan ook hier een belangrijke rol in spelen. Bijvoorbeeld met de bij TNO ontwikkelde snuffelbus die al rijdend de uitstoot meet van medeweggebruikers en daarmee zogenaamde ‘high-emitters’ (voertuigen met extreem hoge uitstoot) kan identificeren. Daarnaast kijkt TNO naar portalen boven de weg die hetzelfde kunnen doen.


“De totale emissies zijn afgenomen, maar naar verwachting is de luchtkwaliteit in 2030 op diverse plaatsen nog boven de aangescherpte norm. Zoals bij industriegebieden, havens en vliegvelden.”
Op weg naar nog minder luchtvervuiling
TNO past alle geleerde lessen toe om de luchtvervuiling nog verder te verminderen. Zo richten de onderzoekers zich nu ook op andere soorten emissies. Zoals de deeltjes die vrijkomen door de slijtage van remmen en banden. En op achterblijvende sectoren, zoals mobiele machines en de scheepvaart.
De slijtage van remmen en banden brengt fijnstof in de lucht en microplastics in de natuur. Bij remslijtage komen zelfs schadelijke metalen vrij. In de Euro 7-wetgeving zijn deze emissies al opgenomen. Maar de exacte specificaties en testprocedures moeten nog worden ontwikkeld. TNO werkt aan manieren om ook deze emissies onder praktijkcondities te kunnen meten, zodat lage emissies niet alleen in een laboratoriumtest laag zijn, maar ook op de weg.
De scheepvaart is in Nederland op dit moment de grootste veroorzaker van luchtvervuiling binnen de sector verkeer en vervoer. De wetgeving is minder streng en de motoren in schepen worden met een laag tempo vervangen. Metingen en rekenmodellen van TNO moeten nu de urgentie laten zien om ook hier de wetgeving te verbeteren en de emissies aan te pakken bij de bron, al dan niet aangevuld met andere beleidsmaatregelen.
Ook voor mobiele werktuigen zoals graafmachines en generatoren bestaat emissiewetgeving. Maar de eisen zijn niet voor alle machines streng genoeg en de machines stoten vaak meer uit onder bepaalde omstandigheden, zoals stationair draaien. Om die emissies op locatie te meten heeft TNO de BOEMkit ontwikkeld: meetapparatuur in een handzame koffer die mee kan naar de bouwplaats.
Minder uitstoot begint bij goed onderzoek
De cijfers van CBS laten zien dat goed onderzoek en uitgebreid meten in de praktijk leiden tot effectief beleid tegen luchtvervuiling. Dat we nu al zo ver zijn met het schoner maken van het wegverkeer, zegt veel over alles wat we nog kunnen bereiken. Voor andere sectoren, andere soorten emissies en voor het nog schoner maken van het wegverkeer. Wil je op dit gebied samenwerken met TNO? Of heb je interesse in de snuffelbus of BOEMkit? Neem contact met ons op.
Neem contact met ons op
Laat je verder inspireren
TNO en Topsector Logistiek lanceren praktische meetmethode voor mobiele werktuigen


Hoe ver kom je met een elektrische auto?


Nationaal Groeifonds investeert in een Nederlandse batterijketen voor zwaar vervoer


TNO opent testcel voor duurzame scheepsmotoren


Batterijtechnologie; 4 ontwikkelingen volgens het batterijlab


