Soort project:
Case study
Thema:
Zorgbouw

P3Venti: ventilatie tegen aerogene transmissie van virussen

Status project

2022 - juli 2025

In samenwerking met

Ministerie van VWS, universiteiten en kennisinstituten

Resultaten

Rapport 2025

Bij infectieziekten, waaronder COVID-19, speelt aerogene transmissie ofwel de verspreiding van een virus via de lucht, een rol. Gedurende drie jaar (vanaf 2022) werd in het programma P3Venti intensief onderzoek verricht naar de rol van ventilatie binnen de langdurige zorg en de maatschappelijk urgente sportvoorzieningen in het kader van pandemische paraatheid. Bekijk het resultaat.

COVID-19

Bij een aantal infectieziekten, waaronder COVID-19, speelt aerogene transmissie ofwel de verspreiding van een virus via de lucht, een rol. Mensen ademen, hoesten of niezen waardoor kleine druppeltjes met virusdeeltjes in de lucht terecht komen en ze zich zo verder verspreiden. Ventileren en/of reinigen van de lucht in een gebouw kan risico’s -als gevolg van aerogene transmissie- voor een deel tegengaan.

Een verbeterde ventilatiestrategie kan ook mogelijk tijdens een pandemie helpen om de beschikbaarheid en kwaliteit van maatschappelijke voorzieningen op peil te houden, vooral binnen de zorg. Omdat we in 2022 nog te weinig wisten over het effect van ventilatie en luchtreiniging op het aantal besmettingen om dit effectief in te zetten, startte een consortium van universiteiten en kenniscentra het onderzoeksprogramma P3Venti in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Onderzoeksprogramma Pandemische Paraatheid en Ventilatie: P3Venti

In het onderzoeksprogramma Pandemische Paraatheid en Ventilatie (P3Venti) bouwen we toepasbare kennis op over de rol van aerogene transmissie bij virussen en andere ziekteverwekkers en de effectiviteit van ventilatie als maatregel tegen die verspreiding.

Het P3Venti onderzoeksprogramma is gebaseerd op zes ‘kennishiaten’ die het RIVM identificeerde naar aanleiding van COVID-19:

  1. Wat is de bijdrage van aerogene transmissie aan de totale verspreiding van een virus
  2. Hoeveel virusdeeltjes zijn bij aerogene transmissie nodig om een besmetting te veroorzaken?
  3. Welke bijdrage leveren ventilatie en het gebruik van luchtreinigers en dergelijke aan het voorkomen van besmettingen?
  4. Prioritering: in welke maatschappelijke sectoren is (investeren in) ventilatie als preventiemaatregel het hardst nodig en het meest effectief?
  5. Wat is de proportionaliteit en de balans tussen kosten en baten bij toepassing van ventilatie?
  6. Wat is de invloed van omstandigheden in het binnenmilieu, zoals luchtvochtigheid en temperatuur?

Het onderzoek

Universiteiten en kenniscentra werkten in wisselende samenstelling aan onderzoeksprojecten binnen het programma P3Ventie. De nauwe samenwerking is belangrijk om alle mogelijke input mee te nemen en om brede feedback te krijgen voor het vormen en testen van de passende handelingsperspectieven.

Gezamenlijk zochten we naar antwoorden op de belangrijkste kennisvragen rondom ventilatie. De focus lag hierbij in eerste instantie op ventilatie in de langdurige zorg, zoals verpleeghuizen, geestelijke gezondheids- en gehandicaptenzorg.

Dit onderzoek bestond uit: literatuurstudies, laboratorium experimenten, model studies (software simulaties), mock-up studies, in-situ metingen.

Wat moet P3Venti opleveren?

P3Venti verrichtte onderzoek voor de ontwikkeling van kennis voor het vormen van:

  • handelingsperspectieven die besmettingen voorkomen voor bijvoorbeeld zorginstellingen;
  • methoden en andere instrumenten om de overheid en maatschappelijke partners te ondersteunen bij complexe en gevoelige besluitvorming.

De onderzoekers die aan P3Venti werkten vormen samen een kennisnetwerk. Dat netwerk is de basis voor een kennisplatform over aerogene transmissie en ventilatie:

  • waar relevante kennis (in en buiten het programma) bij elkaar komt;
  • waar ideeën ontstaan voor onderzoek en innovatie en waar prioriteiten worden gesteld;
  • waar nieuwe samenwerking en kennisallianties ontstaan;
  • dat een basis vormt voor uitwisseling van kennis en data met instituten en netwerken in het buitenland;
  • dat een natuurlijke, goed benaderbare vraagbaak vormt waar bedrijven en burgers terecht kunnen voor kennis, methoden en instrumenten.

Het resultaat in 2025

De resultaten van het programma maken duidelijk dat verspreiding door de lucht over grotere afstand bij respiratoire virussen een grote rol speelt en dat ventilatie dus een belangrijke rol heeft bij het voorkomen van besmettingen in een ruimte.

De resultaten van het programma zijn verwerkt in vier ‘handelingsperspectieven’. Een handelingsperspectief bestaat uit een of meer documenten, tools en/of werkvormen waarmee de in P3Venti opgebouwde kennis praktisch toepasbaar wordt gemaakt.

Het geeft aan welke stappen gebruikers kunnen zetten op weg naar pandemische paraatheid en zijn bedoeld voor specifieke gebruikersgroepen zoals gebruikers en ontwerpers, facility managers, besluitvormers, beleidsvoorbereiders en – makers.

1. Binnen een ruimte varieert de concentratie virusdeeltjes sterk

“Voor allerlei modellen werd eerder aangenomen dat virusdeeltjes zich homogeen over een ruimte verdelen. We hebben aangetoond dat dit niet het geval is. In de buurt van iemand die besmet is, zijn die concentraties veel hoger.”

2. Goede ventilatie verlaagt het besmettingsrisico

“Naarmate je door ventilatie meer verse lucht toevoert, wordt de concentratie van virusdeeltjes veel lager en de samenstelling van de lucht homogener. Hierdoor neemt de besmettingskans in een ruimte dus af.

3. Het ontwerp van een ventilatiesysteem bepaalt sterk de effectiviteit

“Bij de TU/e in Eindhoven hebben we gezamenlijk een mock-up gebouwd: een grote ruimte waar we oneindig konden variëren met toevoer- en afvoerventielen, met verschillende groottes en locaties. Daarmee hebben we aangetoond dat tussen het slechtste en het beste ontwerp een factor drie verschil zit in blootstelling aan virusdeeltjes, bij een gelijk ventilatievolume.”

4. Huidige meetmethodes voor aerogene virussen schieten te kort

“Het blijkt in de praktijk erg uitdagend om infectueuze deeltjes uit de lucht te verzamelen. De concentraties zijn laag en door stress tijdens het verzamelen worden virusdeeltjes soms direct geïnactiveerd, waardoor ze niet meer op infectiviteit meetbaar zijn. Ook geven verschillende sample methodes verschillende resultaten. We moeten ons dus goed bewust zijn welke methode wordt gebruikt en innoveren richting nieuwe, nauwkeurige meetmethodes.”

De samenwerking

TNO, Universiteit Utrecht, TU Eindhoven, TU Delft, Universiteit Leiden, RIVM, het Mulier Instituut, het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), Hogeschool Saxion en het Erasmus MC werkten samen in het programma.

Binnen het onderzoeksprogramma zorgden we voor focus en goede aansluiting op de maatschappelijk urgente onderzoeksvragen door de beoogde gebruikers van de kennis regelmatig te raadplegen.

  • Financier: de directie Pandemische Paraatheid van VWS
  • Consortium: flexibel, bestaande uit universiteiten en kennisinstituten
  • Besluitvormingsadvies: een afstemmingsoverleg met onafhankelijke voorzitter
  • Klankbordgroep: een breed samengestelde wetenschappelijke Klankbordgroep kijkt kritisch mee naar de relevantie, de kwaliteit en het innovatief gehalte van het programma.
  • Coördinatie: TNO coördineert het onderzoeksprogramma en voert in samenwerking met diverse universiteiten en kennisinstituten het onderzoek uit.

Laat je verder inspireren

6 resultaten, getoond 1 t/m 5

7 x goed voorbereid op een volgende pandemie met ventilatie

Informatietype:
Insight
14 oktober 2025
Goede mechanische ventilatie in zorggebouwen is cruciaal om kwetsbare groepen beter te beschermen tegen virussen als Covid-19.

Onderzoek naar ventilatie en pandemische paraatheid afgerond

Informatietype:
Nieuws
10 oktober 2025

Veilig en efficiënt zorggebouw

Informatietype:
Artikel

Ziekenhuizen pakken verduurzamingsopgave voortvarend aan

Informatietype:
Insight
24 november 2021

Duurzaamheid in de zorg: ziekenhuizen van het gas af

Informatietype:
Insight
15 oktober 2021