‘Houd 11-jarigen met mentale problemen goed in de gaten’

Thema:
Gepersonaliseerde preventie en zorg
Weerbare jeugd en ouderschap
Jeugd
1 december 2021

Kinderen met mentale problemen die op het punt staan naar de middelbare school te gaan, moeten we extra goed in de gaten houden, zo blijkt uit recent onderzoek van TNO in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen. Deze kinderen lijken relatief kwetsbaar voor mentale gezondheidsproblemen op latere leeftijd,’ vertelt Symone Detmar van TNO, een van de projectleiders van het onderzoek. De onderzoekers gingen ook op zoek naar manieren om deze jongeren te bereiken.

Dit onderzoek van de Nationale Wetenschapsagenda (route Jeugd) bestond uit een groot kwantitatief onderzoek over ongezond gedrag en mentale gezondheidsproblemen bij jongeren en over de manier waarop dat samenhangt met schooluitval en deelname aan de arbeidsmarkt op latere leeftijd. Symone Detmar: ‘Vervolgens zijn we in het tweede deel – een kwalitatief onderzoek – op zoek gegaan naar wat jongeren ervan weerhoudt om hun gedrag te veranderen. En hoe de werkwijze van de jeugdgezondheidszorg aansluit bij deze problematiek.”

2.500 jongeren onderzocht

Voor het kwantitatieve onderzoek is gebruik gemaakt van een zeer grote dataset: uit de zogenaamde TRAILS-survey**. Uit dit onderzoek is gebleken dat de mentale gezondheid in de eerste tienerjaren voorspellend is voor de mentale gezondheid tijdens en direct na de adolescentiefase. “Dit onderzoek laat dus het belang zien van aandacht voor jongeren met mentale problemen bij de overgang van de basisschool naar de middelbare school,” vult Symone Detmar aan. “Zij lijken relatief kwetsbaar voor mentale gezondheidsproblemen op latere leeftijd; voor hen zijn preventieve maatregelen gericht op tegen gaan ongezond gedrag en leren omgaan met stressvolle gebeurtenissen van belang. Het goed volgen en begeleiden van deze groep is essentieel.

Niet loslaten

Een van de praktijkpartners in dit onderzoek is Yvonne Vanneste van het Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheid (NCJ). “Dankzij dit onderzoek weten we nu dat we kinderen van deze leeftijd die niet lekker in hun vel zitten, goed in de gaten moeten houden. En niet los moeten laten.” Een andere praktijkpartner, Anja van de Berg-Bakker van Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond, onderstreept dit: “Voor ons was dit periodieke jeugdgezondheidszorgonderzoek aan het einde van de basisschool vaak sluitpost op de begroting. En wij zijn vast niet de enige die elk jaar kijken of we het wel of niet kunnen doen. Terwijl nu blijkt dat die controle hartstikke belangrijk is.”

Luisteren, niet oordelen

Het kwalitatieve deel van dit onderzoek bestond uit een systematische literatuurstudie van onderzoek naar schooluitval en gesprekken met jongeren over kwetsbaarheid. Hieruit bleek dat er weinig zelfvertrouwen is bij jongeren én een gebrek aan vertrouwen in de jongere door anderen. Het tonen of uitspreken van vertrouwen kan de situatie doorbreken. Hierbij is van belang dat voor adolescenten de kwetsbaarheid vooral zit in het moment waarop ze zich blootgeven. Het is dus niet vanzelfsprekend dat bij monitoren van deze groep de mentale problemen aan het licht komen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat degene bij wie ze aankloppen, iemand is die vertrouwen geeft, die naar hen luistert en niet te snel oordeelt.

Reflectietool

Ter afsluiting van het onderzoek werden door TNO en het NCJ (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid) alle uitkomsten van het project vertaald in de reflectietool ‘Jongeren in de JGZ’ voor professionals in jeugdgezondheid. Het bespreekbaar maken van mentale problemen is essentieel maar gaat niet vanzelf bij jongeren. De Reflectietool maakt beschikbare kennis en inzichten over kwetsbaarheid in de adolescentie uit dit onderzoek toepasbaar Symone: “De tool biedt inspiratie en kan JGZ-organisaties helpen om te reflecteren op de eigen manier van werken en na te denken over doorontwikkeling om de jongeren op de juiste wijze te kunnen helpen.”

*Dit driejarige onderzoeksprogramma is onderdeel van het project ‘Gelijke kansen voor een diverse jeugd’ waarmee de route Jeugd van de Nationale Wetenschapsagenda ruim drie jaar geleden van start ging.

**TRAILS: Tracking Adolescents’ Individual Lives Survey. Een unieke longitudinale studie, die al 20 jaar loopt. Daarin worden 2.500 jongeren, hun ouders en hun docenten elke paar jaar onderzocht. Deze jongeren zijn nu 29. Er is zelfs een TRAILS Next, waarin de kinderen van de TRAILS-jongeren onderzocht worden.

Laat je verder inspireren

3 resultaten, getoond 1 t/m 3

40 jaar POPS: Wat doet vroeggeboorte met je op lange termijn

Informatietype:
Insight
17 november 2022

Elk jaar wordt ongeveer 7 procent van de baby’s in Nederland te vroeg geboren, wereldwijd is dat zelfs 1 op de 10 kinderen. Op 17 november wordt hier wereldwijd aandacht voor gevraagd tijdens World Prematurity Day. TNO doet middels het POPS-cohort sinds 1983 onderzoek naar de ontwikkeling en gezondheid van bijna alle kinderen die dat jaar te vroeg zijn geboren in Nederland. In dit artikel gaan Sylvia van der Pal (coördinator POPS-cohort bij TNO), Sylvia Obermann (coördinator wetenschapscommissie bij Care4Neo) en Michiel Schreuder (hoogleraar kindernefrologie bij het Radboudumc) met elkaar in gesprek over het belang van het langdurig volgen van vroeggeboren volwassenen en de plannen om een vervolgonderzoek op te zetten voor POPS.

Consortium zet zich in voor ondersteuning van samengestelde gezinnen

Informatietype:
Insight
29 september 2022

Het aantal samengestelde gezinnen is afgelopen decennia sterk gegroeid. Daarom dient TNO samen met partners op 4 oktober 2022 een subsidieaanvraag in voor onderzoek naar en de ontwikkeling van ondersteuning van (stief)ouderschap in samengestelde gezinnen.

Succesvolle resultaten mentale hulp aan kinderen

Informatietype:
Insight
25 januari 2022
TNO en Red een Kind ontwikkelden het BOB-programma om kinderen in Zuid-Soedan te helpen weerbaarder te maken tegen stress en trauma.