Ongerief bij dierproeven

Wanneer dierproeven noodzakelijk zijn, streven TNO en TNO Triskelion BV ernaar om de dieren zo min mogelijk ongerief te laten ondervinden zonder in te leveren op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de resultaten. We hebben dierenwelzijn hoog in het vaandel, daarom zijn zowel TNO als TNO Triskelion BV  in het bezit van een AAALAC accreditatie. In de meeste gevallen ondervinden de proefdieren licht of matig ongerief. Waar mogelijk proberen wij het ongerief te verminderen, bijvoorbeeld door te kiezen voor eerdere humane eindpunten of betere testmethoden of het toepassen van pijnbestrijding. In een beperkt aantal studies wordt het dier onder narcose gebracht ten behoeve van de proef, en is het voor het bereiken van de resultaten niet nodig de dieren te laten ontwaken. De dieren ondervinden op deze wijze zo min mogelijk ongerief. Dergelijke studies worden daarom internationaal apart geclassificeerd als ‘Terminaal’. Bij TNO betreft het ca. 1% van de dierproeven, bij TNO Triskelion ca. 0,5%.

 

Overige dierproeven worden geclassificeerd als licht, matig of ernstig ongerief.

Licht ongerief (66% van de dierproeven bij TNO en 61% bij TNO Triskelion bv)

Voor sommige onderzoeken is het noodzakelijk om dieren met een specifiek dieet te voeden, bijvoorbeeld een hoog of laag vet dieet. De dieren ondervinden hier geen hinder van. Dit type test is een voorbeeld van een behandeling die valt onder de categorie ‘gering ongerief’. TNO streeft ernaar om het aantal benodigde dieren te reduceren door een optimale statistisch design te kiezen en waar mogelijk controlegroepen te combineren.

Bij TNO Triskelion BV worden dieren blootgesteld aan stoffen om daarvan de giftigheid te bepalen. Dit is voor elke stof waar mensen mee in aanraking komen, met uitzondering van ingrediënten voor cosmetica, een wettelijke verplichting. Het doel van dergelijke proeven is om vast te stellen bij welke dosering er geen toxische effecten waarneembaar zijn. In de meeste gevallen ondervinden de dieren hiervan weinig ongerief, waardoor deze testen vallen onder de categorie ‘gering ongerief’. Soms zijn stoffen wel giftig, en ondervinden dieren hier meer ongerief van. Om te zorgen dat zo min mogelijk dieren dit hogere ongerief ondervinden, wordt bij stoffen waarover vooraf weinig informatie beschikbaar is, eerst met een klein aantal dieren gezocht naar de juiste dosis, voordat de wettelijk verplichte studie wordt uitgevoerd.

Matig ongerief (33% van de dierproeven bij TNO en 21% bij TNO Triskelion)

Voor andere onderzoeken is het noodzakelijk om de dieren wekelijks en gedurende een langere periode met een te onderzoeken stof te injecteren, of de dieren onder verdoving aan een lichte ingreep te onderwerpen. Indien mogelijk worden procedures gecombineerd om het aantal ingrepen per dier te verminderen. Ook wordt pijnbestrijding toegepast bij dieren die een kleine ingreep ondergaan. Dergelijke testen vallen onder de categorie ‘matig ongerief'. Het gaat dan bijvoorbeeld om studies met muizen waarbij een stukje huid van patiënten met een huidziekte wordt getransplanteerd. De huidziekte blijft aanwezig in dit stukje huid en kan langdurig gebruikt worden om nieuwe medicijnen te testen.

Ook in toxicologisch onderzoek kan herhaalde blootstelling aan een stof leiden tot matig ongerief. Een voorbeeld is het herhaald blootstellen aan stoffen waaraan de mens wordt blootgesteld via de longen. Ratten worden voor dit soort onderzoek meerdere dagen gedurende enkele uren in een buisje gefixeerd, waarbij de neus in contact staat met een luchtstroom waarin de teststof is opgelost. In 2010 heeft TNO de buisjes zo aangepast dat de dieren minder ongerief ondervonden tijdens de blootstelling.

Ernstig ongerief (geen dierproeven bij TNO en 18,5% bij TNO Triskelion)

Het testen van de werkzaamheid van geneesmiddelen omvat het testen van nieuwe geneesmiddelen in dieren die een bepaalde ziekte hebben. Het induceren van een ziekte bij een dier kan leiden tot ‘ernstig ongerief'. TNO Triskelion BV test nieuwe geneesmiddelen tegen onder meer auto-immuunziekten zoals multiple sclerose en tegen griep (vaccin onderzoek). De laatste jaren komen er steeds vaker griep uitbraken voor. Derhalve is de vraag naar ontwikkeling van goede vaccins toegenomen. Bij deze studies is het noodzakelijk deze ernstige ziekte te simuleren om de werkzaamheid (effectiviteit) van het vaccin te kunnen testen. Wij kiezen in deze studies voor het vroegst mogelijke experimentele eindpunt, zodat de proef kan worden gestopt zodra acceptabele resultaten bereikt zijn en de dieren zo kort mogelijk ongerief ondervinden.

AAALAC (Association for Assessment and Accreditation of Laboratory Animal Care) is een wereldwijd geaccepteerde organisatie die middels een vrijwillige accreditatie en beoordelingsprogramma dierenwelzijn wil optimaliseren dat verder gaat dan de minimale wettelijke eisen ten aanzien van dierproeven.

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.