Diersoorten

De diersoorten die bij TNO worden gebruikt in dierexperimenteel onderzoek zijn weergegeven in Tabel 2. De keuze voor een diersoort voor toepassing in een dierproef is afhankelijk van de voorspellende waarde voor de mens. Traditioneel wordt hoofdzakelijk met knaagdieren (muizen, ratten en cavia’s) gewerkt vanwege de ruime beschikbaarheid van historische data en bewezen transleerbaarheid van de gebruikte modellen. Echter, knaagdieren zijn niet altijd het beste model voor de mens en daarom worden soms andere diersoorten ingezet. Zo is in 2019 een aantal varkens als diermodel gebruikt. Door het inzetten van beter transleerbare modellen wordt voorkomen dat er onnodige dierproeven verricht worden.

In 2019 heeft TNO voornamelijk knaagdieren gebruikt in onderzoek. Het betreft muizen (84%), cavia’s (12%) en ratten (4%). Meer dan driekwart van de muizen zijn transgene muizen. Deze dieren zijn uitgerust met een menselijk gen. Er is met deze transgene muizen veel onderzoek verricht zodat bekend is voor welke aspecten van menselijke ziekten ze geschikt zijn, en welke niet.

TNO fokt deze speciale muizen zelf. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de dieren die geboren worden zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. Dit bereikt TNO onder andere door de fok centraal te coördineren, waarbij TNO ook is aangesloten bij een landelijk netwerk van fokcoördinatoren, om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierdoor wordt fokoverschot zo veel mogelijk vermeden.

Tabel 2: Gebruikte diersoorten en aantallen TNO 2019

Hergebruik van dieren

Indien voor onderzoek het gebruik van organen of weefsels van dieren nodig is, spant TNO zich tot het uiterste in om het doden van dieren speciaal voor deze doeleinden, te voorkomen. TNO heeft een samenwerkingsovereenkomst met de Universiteit Utrecht en verschillende andere instituten in Nederland voor het verkrijgen van organen en weefsels van o.a. varkens die zijn gedood ten behoeve van de opleiding van dierenartsen of die eerder in studies zijn gebruikt.

Tevens zijn er meerdere slachthuizen waarmee een samenwerkingsovereenkomst is. Dit maakt het mogelijk vers weefsel te gebruiken, zonder daarvoor extra dieren te hoeven gebruiken in de proef. Voor onderzoek naar opname van stoffen door de darm, waar vers darmmateriaal voor nodig is, heeft TNO in 2019 van 26 varkens, 1 hond, 3 kippen en 6 ratten darm- of levermateriaal ontvangen.

Daarnaast is er ook een actieve samenwerking met een aantal ziekenhuizen, waardoor ook regelmatig vers humaan materiaal gebruikt kan worden om onderzoek op te doen. TNO is ook zeer actief binnen het nationale project VitalTissue, een initiatief dat onderzoekers in Nederland helpt aan vitaal menselijk restweefsel. Naast de verbeterde transleerbaarheid van onderzoeksresultaten wordt op deze manier bijgedragen aan de vermindering van dierproeven.

VOLG TNO OP SOCIAL MEDIA

blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, vacatures en activiteiten

Op TNO.nl maken we gebruik van cookies. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd  worden.