Diersoorten

De diersoorten die bij TNO worden gebruikt in dierexperimenteel onderzoek zijn weergegeven in tabel 3. De keuze voor een diersoort voor toepassing in een dierproef is afhankelijk van de voorspellende waarde voor de mens. Traditioneel wordt hoofdzakelijk met knaagdieren (muizen, ratten en cavia’s) gewerkt vanwege de ruime beschikbaarheid van historische data en bewezen transleerbaarheid van de gebruikte modellen. Echter, knaagdieren zijn niet altijd het beste model voor de mens en daarom worden soms andere diersoorten ingezet. Zo is in 2020 een klein aantal varkens als diermodel gebruikt. Door het inzetten van beter transleerbare modellen wordt voorkomen dat er onnodige dierproeven verricht worden.

In 2020 heeft TNO voornamelijk knaagdieren gebruikt in onderzoek. Het betreft muizen (92%), cavia’s (3%) en ratten (6%). Meer dan driekwart van de muizen zijn transgene muizen. Deze dieren zijn uitgerust met een menselijk gen. Er is met deze transgene muizen veel onderzoek verricht zodat bekend is voor welke aspecten van menselijke ziekten ze geschikt zijn, en welke niet.

TNO fokt deze speciale muizen zelf. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de dieren die geboren worden zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. Dit bereikt TNO onder andere door de fok centraal te coördineren, waarbij TNO ook is aangesloten bij een landelijk netwerk van fokcoördinatoren, om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierdoor wordt fokoverschot zo veel mogelijk vermeden.

Tabel 3: Diersoorten gebruikt voor experimenteel onderzoek binnen TNO.

Hergebruik van dieren

Indien voor onderzoek het gebruik van organen of weefsels van dieren nodig is, spant TNO zich tot het uiterste in om het doden van dieren speciaal voor deze doeleinden, te voorkomen. Zo zijn er meerdere slachthuizen waarmee een samenwerkingsovereenkomst is voor het leveren van o.a. vers varkensweefsel. Ook heeft TNO een samenwerkingsovereenkomst met de Universiteit Utrecht en verschillende andere instituten in Nederland voor het verkrijgen van organen en weefsels van dieren die zijn gedood ten behoeve van de opleiding van dierenartsen of die eerder in studies zijn gebruikt.

Door deze samenwerkingen waren we in staat om weefsel te verkrijgen, zonder daarvoor extra dieren te hoeven doden voor de proef. Voor onderzoek naar opname van stoffen door de darm, waar o.a. vers darmmateriaal voor nodig is, heeft TNO in 2020 van 53 varkens, 4 honden, en 5 ratten darm- of levermateriaal ontvangen vanuit andere instituten of slachthuizen.

Daarnaast is er ook een actieve samenwerking met een aantal ziekenhuizen, waardoor ook regelmatig vers humaan materiaal gebruikt kan worden om onderzoek op te doen. TNO is ook zeer actief binnen het nationale project VitalTissue, een initiatief dat onderzoekers in Nederland helpt aan vitaal menselijk restweefsel. Naast de verbeterde transleerbaarheid van onderzoeksresultaten wordt op deze manier bijgedragen aan de vermindering van dierproeven.

Algemeen

Dierproevenbeleid van TNO

Bij ons onderzoek op het gebied van gezondheid, voeding, defensie, consumentenveiligheid, veiligheid op de werkplek en milieuvraagstukken is de inzet van dierproeven nog altijd noodzakelijk. Deels door... Lees verder
Algemeen

Feiten en Cijfers 2020

TNO hecht grote waarde aan verantwoord proefdiergebruik. De TNO Beleidsnota ‘Proefdieren en dierproeven’ is een concrete leidraad hiertoe. De uitvoering van dierproeven wordt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid... Lees verder
Algemeen

Doelen van de dierproeven

Werkt een nieuw geneesmiddel? Hoe blijven mensen gezond? Hoe kunnen we tijdig ziektes herkennen? Verantwoord proefdiergebruik helpt ons in het vinden van antwoorden op deze gezondheidsvragen voor de mens.... Lees verder
Feiten en Cijfers 2020
Contact

Dr. Ing. Tonny Lagerweij

Volg TNO op social media

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, de vacatures en activiteiten

Op TNO.nl maken we gebruik van cookies. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd  worden.