Nieuwe meetmethode om microplastics uit textiel in kaart te brengen

Thema:
Milieu en duurzaamheid
17 september 2021

TNO schreef een adviesrapport voor de ontwikkeling van een nieuwe methode om te meten waar en wanneer kleine plasticdeeltjes uit kleding vrijkomen. De ontwikkeling van de nieuwe uniforme meetmethode is een grote stap op weg naar minder milieuvervuiling door microplastics.

Benieuwd naar de nieuwe meetmethode voor microplastics?

Lees de paper

Het rapport is geschreven in opdracht van - en in samenwerking met - het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het stakeholdernetwerk ‘Iedereen draagt bij’. Dit netwerk dat bestaat uit stakeholders uit de kleding-, wasmachine- en wasmiddelenbranche, kennisinstituten, waterschappen en NGO’s, wil het vrijkomen van kleine deeltjes plastic verminderen.

Daarvoor is het nodig goed te weten hoeveel plasticdeeltjes er wanneer vrijkomen uit kleding. Met het adviesrapport van TNO voor een concept meetmethode en hierbij een plan voor verdere ontwikkeling, komt daar zicht op.

Microplastics

De milieu-en gezondheidsimpact van microplasticvezels is nog zeer onduidelijk. Wel wordt er steeds meer bekend over microplastics in het milieu. Een van de bronnen van microplastics is synthetische kleding.

Uit synthetische kleding komen bij het maken en door het dragen, wassen en drogen kleine plasticdeeltjes (microplasticvezels) vrij en deze deeltjes belanden in lucht, water en bodem. Hoeveel microplasticvezels precies wanneer in het milieu terechtkomen, en hoe effectief de huidige maatregelen zijn, is nog niet duidelijk.

Nieuwe meetmethode

TNO werkt samen met het netwerk aan een nieuwe meetmethode om de afgifte van microplasticvezels uit kleding in water te kunnen bepalen. Het rapport dat vandaag verschijnt is een eerste stap in de ontwikkeling van de nieuwe meetmethode.

Het voorstel is om de meetmethode te testen in verschillende fases van de keten (maken, wassen en zuiveren) door watermonsters te vergelijken. Door deze methode krijgen netwerkpartners in beeld welke maatregelen het meeste impact hebben.

Als de meetmethode goed werkt, kun je deze o.a. gebruiken om te testen of er verschil zit in hoe het garen gesponnen en het doek geweven is, van welk materiaal het gemaakt is, het gebruik van wasmiddel en wasverzachter, de wastemperatuur en de hoeveelheid water.

Zo kunnen de netwerkpartners ontdekken hoe ze op een efficiënte manier kunnen voorkomen dat kleine plasticdeeltjes in het milieu terecht komen tijdens het maken en wassen van kleding, of tijdens het zuiveren van afvalwater. De betrokken stakeholders willen deze stappen nemen omdat zij staan voor kwaliteit, duurzaamheid, circulariteit en kennisontwikkeling.

Laat je verder inspireren

62 resultaten, getoond 1 t/m 5

Grondstofschaarste: maakt schaarste de energietransitie fataal?

Informatietype:
Artikel

Grondstoffenschaarste neemt toe. Hoe stellen we Europa veilig van kritieke grondstoffen? Bij TNO werken we aan antwoorden met onderzoek.

EntoBreed: AgriTech startup voor duurzame meelwormenkweek

Informatietype:
Insight
30 januari 2023

EntoBreed is een innovatieve agri-tech start-up die zich richt op de duurzame kweek van eetbare meelwormen. Hun doel? Een volledig circulair product te creëren.

ICER 2023: Circulaire doelen liggen nog ver buiten bereik

Informatietype:
Nieuws
27 januari 2023

Er is de afgelopen jaren nauwelijks vooruitgang geboekt bij het realiseren van een volledig circulaire economie in 2050 en een halvering van het abiotisch grondstoffengebruik in 2030.

Nationale onderzoeksagenda MaterialsNL Strategic Autonomy

Informatietype:
Evenement

De energietransitie verslindt enorme hoeveelheden kritische grondstoffen zoals lithium, kobalt en zeldzame aardmetalen. De huidige grondstofschaarste staat nog maar het begin, de geopolitieke implicaties zijn al voelbaar, evenals het appèl op onze moraliteit: hoe verhouden we ons tot de aarde en het groeiparadigma?

Startdatum:
-
Locatie:
TNO Utrecht, Princetonplein 6, 3584 CB Utrecht

Onderzoek naar mogelijkheden van satellieten voor modellering stikstofdepositie

Informatietype:
Nieuws
23 december 2022

Een consortium van KNMI (Koninklijk Meteorologisch Instituut), TNO, CML (Centrum voor Milieukunde van de Universiteit Leiden), WUR (Wageningen University & Research)en RIVM onderzoekt de komende vier jaar wat de toegevoegde waarde van satellietwaarnemingen is bij het berekenen van de stikstofdepositie op Nederlandse natuurgebieden.