Van lab naar praktijk in 24 uur: i-screen toont verband tussen laboratoriummodel en humane darmrespons

Thema:
Efficiënte medicijnontwikkeling
Darmgezondheid
10 februari 2026

Producenten van voedingsmiddelen en ingrediënten hebben behoefte aan snellere en meer betrouwbare inzichten in hoe voedingsvezels het darmmicrobioom beïnvloeden. In een twaalf weken durende humane interventiestudie laten TNO-onderzoekers zien dat microbioomeffecten die al na 24 uur zichtbaar zijn in het i-screen laboratoriummodel, sterk correleren met de respons die bij deelnemers na acht en twaalf weken wordt gemeten. Zo kunnen bedrijven eerder en beter onderbouwde beslissingen te nemen, voordat zij investeren in langdurige en kostbare humane studies.

Waarom ‘one-size-fits-all’ microbioomstudies vaak tekortschieten

Interventies met voedingsvezels leiden zelden tot identieke veranderingen in het darmmicrobioom bij alle deelnemers. Zelfs wanneer proefpersonen exact hetzelfde protocol volgen, kunnen de uitkomsten sterk uiteenlopen. Dat bemoeilijkt het genereren van onderbouwd bewijs, het selecteren van de optimale formulering en het identificeren van doelgroepen waarvoor een product het meest geschikt is.

Deze variatie is geen detail. Onderzoek laat zien dat vezelinname slechts een beperkt deel van de totale variatie in het darmmicrobioom verklaart; het grootste deel wordt bepaald door individuele verschillen tussen mensen (Rodriguez et al., 2024).

Voor producenten vormt dit een praktisch knelpunt. Humane interventiestudies zijn tijdrovend en kostbaar, terwijl gemiddelde effecten juist de relevante respons in subgroepen kunnen maskeren – precies de groepen waarop gepersonaliseerde of doelgroepgerichte producten zijn gericht.

Een vezelmix in mens én lab

Om de vertaalslag tussen laboratoriumonderzoek en humane uitkomsten te verkleinen, ontwierpen de onderzoekers een studie waarin beide werelden zo direct mogelijk aan elkaar werden gekoppeld.

Er werd een twaalf weken durende, dubbelblinde, gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde cross-over studie uitgevoerd bij 54 gezonde vrijwilligers van 45 tot 70 jaar. De interventie bestond uit een vezelmix van acaciagom en wortelpoeder. Cruciaal daarbij was dat voor het in-vitro-onderzoek fecesmonsters werden gebruikt van dezelfde deelnemers, waardoor een directe vergelijking mogelijk was tussen laboratoriummodellen en het menselijk microbioom.

In het laboratorium maakte het onderzoeksteam gebruik van i-screen, een in-vitro darmmicrobioommodel dat is ontwikkeld om onder gecontroleerde omstandigheden te testen hoe microbiële gemeenschappen reageren op voedingsinterventies.

femke_hoevenaars

“Wat ons het meest verraste, was dat we dezelfde bacteriële taxa terugzagen in zowel de laboratoriumdata als de humane data. Ondanks de verschillen tussen gecontroleerde fermentatie in het lab en de complexe omgeving van de menselijke darm, wist i-screen de belangrijkste respons typen te identificeren. Dat gaf ons vertrouwen dat in-vitro-testen klinische uitkomsten kunnen weerspiegelen.”

Femke Hoevenaars

Hoofdonderzoeker

Belangrijkste bevinding: 24-uurs i-screen voorspelt 8–12 weken humane respons

De kernbevinding is dat microbioomveranderingen die na 24 uur in i-screen worden waargenomen, overeenkomen met de richting van de veranderingen die in de humane studie na acht en twaalf weken optreden. De publicatie rapporteert statistisch significante correlaties tussen in-vitro- en in-vivo-veranderingen in de microbiota samenstelling op deze tijdstippen.

Daarnaast werd een duidelijke overlap gevonden in de bacteriële taxa die in beide settings op de interventie reageerden. Voorbeelden hiervan zijn Bifidobacterium breve en soorten binnen het geslacht Subdoligranulum, micro-organismen die in verband worden gebracht met een gezonde darmfunctie.

Voor formuleringstrajecten is vooral relevant dat individuele vezelcomponenten verschillende microbiële responsen kunnen oproepen. Mengsels gedragen zich daardoor niet als één generieke vezel, maar laten gecombineerde effecten zien. Dit versterkt het vertrouwen dat een korte in-vitro-fermentatie betrouwbare inzichten kan geven in langere-termijneffecten bij mensen.

Relevantie voor ontwikkeling van voedingsvezels en ingrediënten

Voor producenten van ingrediënten en voedingsmiddelen is de meerwaarde vooral praktisch. De resultaten onderbouwen het gebruik van i-screen als hulpmiddel om in een vroeg stadium beter onderbouwde keuzes te maken, nog vóór grootschalige humane interventiestudies worden gestart.

Als vroege i-screenresultaten in grote lijnen overeenkomen met de richting van de langere respons bij mensen, kunnen teams eerder de meest veelbelovende vezelmengsels of doseringen prioriteren en stoppen met investeren in opties die het microbioom waarschijnlijk niet in de gewenste richting sturen.

Omdat reacties sterk tussen individuen variëren, helpt het testen van microbiota van meerdere donoren in vitro om te voorkomen dat men te veel vertrouwt op ‘gemiddelde’ uitkomsten en om te denken in termen van responderpatronen te ondersteunen.

Naast de vraag of ‘er iets verandert’, moeten ontwikkelaars vaak begrijpen wat er verandert (welke taxa verschuiven) en of die verandering in lijn is met het voorgestelde mechanisme. De focus van de studie op compositionele overeenstemming en respondertaxa helpt om dat mechanistische verhaal robuuster te onderbouwen.

Wat onderscheidt i-screen van andere darmmodellen

In tegenstelling tot gevestigde darmsimulatiesystemen zoals SHIME en TIM-2 – die waardevol zijn maar een beperkte doorvoer hebben – is i-screen specifiek ontwikkeld met industriële toepassingen in gedachten. Het model combineert:

  • Grote testcapaciteit voor tientallen tot honderden testcondities tegelijk, waaronder verschillende doseringen, combinaties en individuele donoren;
  • Behoud van individuele microbiële profielen, doordat monsters niet worden samengevoegd.
  • Snelle inzichten op basis van een 24-uurs incubatie, waarin zichtbaar wordt welke bacteriën reageren en hoe vezelcombinaties op elkaar inwerken.

Deze combinatie maakt het mogelijk om deelnemers voorafgaand aan klinische studies te pre-screenen, wat kan leiden tot kleinere, gerichtere en potentieel succesvollere studies.

I-screen maakt daarbij gebruik van TNO’s feces biobank, waarin microbiotamonsters zijn opgeslagen met uitgebreide metadata, zoals BMI, voedingspatronen en informatie over darmgezondheid. Dit maakt gerichte donorselectie mogelijk, afgestemd op specifieke producten of doelgroepen.

Hoe verloopt een i-screen-project in de praktijk?

Een i-screen-traject start met het scherp krijgen van het product en de onderzoeksvraag. Vervolgens bepaalt het team of voorbewerking van de monsters nodig is en worden geschikte donoren geselecteerd uit de TNO-biobank. Na een fermentatie-experiment van maximaal 48 uur volgt een uitgebreide bio-informatische analyse, waarin respons-bacteriën en geproduceerde metabolieten – zoals korteketenvetzuren – in kaart worden gebracht. De resultaten worden gerapporteerd in heldere analyses en presentaties, toegespitst op commerciële en ontwikkelbeslissingen.

TNO als brug tussen lab en mens

TNO ontwikkelt en past in-vitro- en ex-vivo-platforms toe voor darmgezondheidsonderzoek, in combinatie met humane studies, om microbioom-inzichten te vertalen naar concrete ontwikkelkeuzes. Deze studie werd uitgevoerd in samenwerking met het Centre for Human Drug Research, DSM Nutritional Products en met financiering vanuit de Topsector Agri & Food.

De volgende stap: van correlatie naar voorspelling

Met deze studie is aangetoond dat i-screen-uitkomsten correleren met humane responsen wanneer gebruik wordt gemaakt van gekoppelde donormonsters. Een logische vervolgstap is prospectief onderzoek: kan i-screen al vóór de start van een interventie voorspellen wie wel of niet zal reageren?

Verdere ontwikkeling richt zich onder meer op het koppelen van samenstellingsveranderingen aan functionele uitkomsten, het integreren van gastheerfactoren en het ontwikkelen van snelle diagnostische tools voor responsidentificatie vóór klinische studies.

Daarnaast werkt TNO aan protocollen voor remote clinical trials, waarbij deelnemers thuis het studiemateriaal ontvangen en data digitaal aanleveren. Recent onderzoek van De Jong et al. (2026) laat zien dat deze aanpak haalbaar is voor gepersonaliseerde voeding en kan bijdragen aan lagere kosten en bredere toegankelijkheid van validatiestudies.

Breder perspectief: gepersonaliseerde voeding ondersteunen

Dit werk sluit aan bij Europese ambities rond preventieve gezondheidszorg en gepersonaliseerde voeding. Een groot deel van de bevolking haalt de aanbevolen vezelinname niet, wat het risico op chronische aandoeningen vergroot. Producten die aantoonbaar bijdragen aan een gunstig

darmmicrobioom kunnen dit gat helpen dichten – mits de industrie beschikt over betrouwbare tools om effectieve formuleringen te identificeren.

quote_website_350x350_1_

“Het vertalen van een in-vitro-model naar humane toepassing is een belangrijke stap binnen het microbioom-onderzoek. Deze studie laat zien dat laboratoriumtesten waardevol ondersteunend bewijs kunnen leveren voor vezelformuleringen, nog vóórdat langdurige en kostbare klinische studies worden gestart.”

Torsten Scheithauer

Co-auteur

Pre-screen je ontwikkeltraject

Werk je aan voedingsvezels of vezelhoudende producten en wil je in een vroeg stadium formuleringen vergelijken, responspatronen verkennen of mechanistische inzichten verkrijgen? Neem dan contact met ons op. Met i-screen ondersteunt TNO vroegtijdige onderbouwing, voorafgaand aan grotere klinische investeringen.

Contact TNO's microbiome and nutrition research team to discuss how i-screen can support your product development.

  • Hoevenaars, F.P.M., Scheithauer, T.P.M., Eveleens Maarse, B.C., et al. (2025). Translating in vitro gut microbiota models to human context: compositional correlations under dietary fiber intervention. Frontiers in Microbiology 16:1708906.

Laat je verder inspireren

19 resultaten, getoond 1 t/m 5

Een preklinisch model dat de complexiteit van het CKM-syndroom nabootst

Informatietype:
Insight
29 mei 2026
Het CKM‑syndroom verbindt hart, nieren en metabolisme, maar onderzoek behandelt ze vaak afzonderlijk. TNO’s nieuwe muismodel brengt deze systemen samen voor relevanter onderzoek.

Medicijnen testen buiten het lichaam: darm-lever-nier-model versnelt medicijnontwikkeling

Informatietype:
Insight
10 juli 2025

TNO en FAST bundelen de krachten voor toegankelijke en betaalbare therapieën

Informatietype:
Nieuws
28 mei 2025

TNO-onderzoek: Vezels goed voor lichaam en geest

Informatietype:
Nieuws
20 januari 2025

Preklinisch ADME onderzoek

Informatietype:
Artikel