Praktijkverbruik van personenauto’s

Het brandstofverbruik van personenauto’s is de laatste jaren afgenomen. De daling van het praktijkverbruik is echter minder sterk dan de daling van het brandstofverbruik dat wordt gemeten tijdens de typekeuringstest. Het verschil tussen het praktijkverbruik en het verbruik dat in de folder staat vermeld is de afgelopen jaren bovendien groter geworden. Dit blijkt uit de studies waarin TNO het praktijkverbruik van personenwagens monitort. Op deze pagina vindt u de rapporten van deze studies.

Volgens de typekeuringswaarden is het gemiddelde brandstofverbruik van nieuwe personenauto’s in Nederland sinds 2000 met 30% gedaald. Het verbruik in de praktijk is echter hoger dan wat autofabrikanten in de brochure opgeven. Bovendien is het verschil tussen het praktijkverbruik en het verbruik dat in de folder staat vermeld de afgelopen jaren groter geworden. Gemiddeld verbruiken nieuwe auto’s nu in de praktijk zo’n 30 tot 50% procent meer brandstof dan in de typekeuringstest. Dit zorgt ervoor dat consumenten met de aanschaf van een zuinige auto minder besparen op brandstofkosten dan verwacht.

De CO2-uitstoot heeft een direct verband met het brandstofverbruik. Een auto die een hoger brandstofverbruik heeft, stoot dus ook meer CO2 uit dan een auto met een lager brandstofverbruik. Het verschil tussen praktijk- en normverbruik heeft zo tot gevolg dat nieuwe auto’s elke kilometer gemiddeld 50 gram meer CO2 uitstoten dan in de typekeuringstest. Dit maakt Europees en Nederlands beleid om CO2-emissies van verkeer te verminderen minder effectief.

TNO monitort praktijkverbruik

Sinds 2008 onderzoekt TNO in opdracht van Travelcard Nederland BV en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu het praktijkverbruik van personenauto’s. Uit de analyse van tankpasgegevens van een grote en diverse groep automobilisten, beschikbaar gesteld door Travelcard Nederland BV, worden trends zichtbaar gemaakt in het gemiddelde praktijkverbruik.

Oorzaken voor het (groeiende) verschil tussen norm en praktijk

Het praktijkverbruik van een auto hangt sterk af van de inzet van het voertuig, zoals belading en type rit, en het rijgedrag van de bestuurder. Ook wisselende weers- en verkeersomstandigheden spelen een belangrijke rol. De rijpatronen tijdens de typekeuringstest op een rollenbank in het lab zijn niet exact gelijk aan de gemiddelde dagelijkse praktijk, en ook omgevingscondities verschillen. Bovendien wordt bij het testen van de auto’s op de rollenbank het energiegebruik voor bijvoorbeeld verlichting en airconditioning niet meegenomen. Dit zorgt ervoor dat in de praktijk brandstofverbruik en CO2-emissies hoger zijn dan op de typekeuringstest.

Het groeiende verschil tussen de resultaten van de testen in het laboratorium en de praktijk wordt met name veroorzaakt door de inzet van verschillende verbruiksreducerende technieken (bijv. stop-startsystemen) die op de typekeuringstest meer voordeel opleveren dan in de praktijk en de toegenomen uitnutting door fabrikanten van zogenoemde flexibiliteiten in de testprocedure. Door gebruik te maken van marges en onduidelijkheden in de voorgeschreven procedure en testcondities is het mogelijk om zonder technische aanpassingen aan het voertuig het gemeten verbruik op de test te verlagen.

Praktijkverbruik van plug-in hybride voertuigen

Plug-in-hybride elektrische voertuigen (PHEVs) kunnen zowel op brandstof rijden als op elektriciteit, die geladen wordt uit het elektriciteitsnet. Bij rijden op de verbrandingsmotor leiden bovengenoemde oorzaken ook bij plug-in-hybride voertuigen tot een vergelijkbaar verschil tussen praktijk- en testverbruik. Bij dit type voertuigen speelt er echter een extra factor, namelijk het aandeel elektrisch gereden kilometers. In de praktijk is dit aandeel gemiddeld significant kleiner dan in de typekeuringstest, omdat veel gebruikers de batterij van hun voertuig niet regelmatig opladen. Dit leidt tot een groter verschil in brandstofverbruik en CO2-emissies tussen typekeuring en praktijk dan bij conventionele voertuigen. In 2013 is onder regie van het Formule E-Team het ‘Plan van Aanpak verbeteren gebruik Plug-In hybride auto’s’ ontwikkeld. Ter ondersteuning daarvan monitort TNO het praktijkverbruik en het aandeel elektrisch gereden kilometers op basis van data die door Travelcard Nederland BV en MTC worden aangeleverd.

Objectieve informatie voor onderbouwing en monitoring van beleid

De Nederlandse overheid spant zich in om in Brussel te komen tot effectieve Europese wetgeving om wegvoertuigen schoner en zuiniger te maken. Om deze schonere en zuinigere voertuigen (sneller) op de weg te krijgen, zet Nederland aanvullende instrumenten in zoals fiscale stimuleringen. Het onderzoek van TNO levert belangrijke inzichten voor de vormgeving en bijsturing van Europees en Nederlands beleid. Onderdeel hiervan zijn inspanningen om via aanpassingen aan de typekeuringstestprocedure de testresultaten beter in overeenstemming te brengen met de praktijk.

TNO meet en monitort de emissies van wegvoertuigen in diverse meetprogramma’s. Op basis van de emissiemetingen worden emissiefactoren afgeleid. Informatie over voertuigemissies, de metingen die TNO daaraan uitvoert en over emissiefactoren kunt u ook vinden via onderstaande links.

Ons werk

Emissiefactoren voor het wegverkeer

Emissiefactoren voor het wegverkeer zijn officiële schattingen van de gemiddelde praktijkemissies van voertuigen, uitgesplitst per voertuigtype, Euroklasse, weg type en verkeerssituatie. Deze worden in... Lees verder

Praktijkemissies van wegverkeer

Wegvoertuigen zijn een belangrijke bron van luchtverontreinigende emissies. Daarbij gaat het onder andere om stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (o.a. PM10), beide stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid.... Lees verder
Dossiers in het nieuws
Contact

Dr. ir. Richard Smokers

  • duurzame mobiliteit
  • voertuigemissies
  • elektrische voertuigen
  • alternatieve brandstoffen
E-mail

Wij gebruiken anonieme cookies om het gebruik van onze site te verbeteren.