blik op de toekomst

Bodemdaling is een sluipend probleem

27 januari 2020 • 3 min leestijd

Nederland daalt sneller dan de zeespiegel stijgt. In grote delen van Nederland daalt de bodem door menselijk ingrijpen. Zo wordt bodemdaling voornamelijk veroorzaakt door verlaging van het grondwaterpeil. De Geologische Dienst Nederland (GDN), onderdeel van TNO, onderzoekt in samenwerking met andere instituten het hele spectrum van bodemdaling. Dit gebeurt door te meten, te begrijpen én te voorspellen. Het levert data en kennis op die van belang is voor besluitvorming van gemeenten, provincies en de overheid. TNO’ers Peter Fokker, Kay Koster en Michiel van der Meulen beantwoorden een aantal vragen over bodemdaling.

Meer weten?

Wilt u meer weten over bodemdaling? Neem dan contact op met Peter Fokker.

Contact

Wat is bodemdaling?

“Bodemdaling is een natuurlijk proces dat we versnellen met ons handelen. Lokale effecten van bodemdaling zijn het verzakken van wegen, bruggen, dijken of huizen, maar ook een vergroot overstromingsrisico van laaggelegen gebieden. Willen we over een paar honderd jaar nog grond hebben om op te leven, dan moeten we dit proces stoppen. De twee belangrijkste processen die bodemdaling veroorzaken, zijn veenoxidatie en het krimpen van klei in de ondiepe ondergrond”, vertelt Koster.

“Op meer lokale schaal wordt bodemdaling versterkt door de winning van gas-, zout-, en olievoorraden in de diepe ondergrond”, vult Fokker aan.

WELK Effecten hebben waterbeheer en inpoldering?

“Vooral in delen van Nederland met veel klei en veen is bodemdaling een probleem, omdat we het grondwaterpeil daar kunstmatig laag houden. Dit doen we om onze voeten droog te houden en om het land geschikt te houden voor landbouw. Dit leidt ertoe dat grondwater uit de poriën verdwijnt, de lagen compacter worden en aanwezige organische stof oxideert en in de lucht verdwijnt als CO2. TNO-onderzoek in Flevoland laat zien dat sinds de inpoldering in 1968 het krimpen van klei en veenoxidatie plaatselijk voor meer dan anderhalve meter bodemdaling hebben gezorgd. Delen van Flevoland zijn van 3 naar 4,5 meter onder zeeniveau gegaan in die 50 jaar. Destijds is onderschat hoeveel en hoelang de bodem zou dalen”, legt Koster uit.

HOE ZIT HET MET MIJNBOUW?

“Bij bodemdaling in Noord-Nederland wordt vooral aan gaswinning in Groningen gedacht, maar daarnaast zie je daling door de winning van zout uit zoutcavernes. De effecten van mijnbouw zien we in deze regio in twee situaties: in de Waddenzee, waar natuurlijke sedimentatie daling kan compenseren. En op het land, waar dit niet geldt. Het regeringsbeleid is erop gericht om via het tempo van gaswinning rekening te houden met de kwetsbare Waddenzee, zeker gezien het vooruitzicht van een stijgend zeeniveau. Wij monitoren dit nauwlettend. Gaswinning in Groningen zorgt bovendien ook nog voor extra spanningen in de grond, doordat het reservoir compacter wordt. Dat heeft invloed op de seismiciteit, denk aan aardbevingen”, zegt Peter Fokker.

Wat is er bijzonder aan de expertise van de GDN?

“We hebben expertise op zowel diepe als ondiepe processen, dat is uniek. We proberen alles in samenhang te onderzoeken, aan elkaar te knopen en zo bodemdaling te ontrafelen. We hebben beschikking over veel data en kennis over ondergrondopbouw en ondergrondse processen. Dat maakt ons hét geowetenschappelijke instituut van Nederland. De komende jaren willen we ons onderzoek uitbreiden met het structureel meten van bodemdaling via satellietmetingen. Het resultaat van dit meten, monitoren en modelleren is dat we bodemdaling steeds beter kunnen voorspellen. Waar andere partijen zich vaak maar op enkele aspecten focussen, beslaan wij het hele werkveld”, benadrukt Fokker.

“Wij kunnen bovendien broeikasgassen meten die vrijkomen bij veenoxidatie”, voegt Koster toe.

Hoeveel CO2 komt er vrij door veenoxidatie?

“Het is lastig in te schatten hoeveel veen er jaarlijks oxideert en hoeveel CO2-uitstoot dat oplevert. Nederland dient dit echter jaarlijks naar de VN te rapporteren. Nu is het idee dat veenoxidatie goed is voor ruim 2% van de totale landelijke CO2-uitstoot, maar dit getal is vrij onzeker. We zijn momenteel druk bezig met het ontwikkelen van modellen die deze vorm van CO2-uitstoot beter kunnen bepalen”, legt Koster uit.

Hoe kan de bodemdaling worden beperkt?

“Gezien de gevolgen moet kritisch worden gekeken naar wat we in Nederland in de ondergrond doen. Met behulp van onze kennis en gegevens kunnen we zichtbaar maken waar en hoeveel de bodem daalt. Hierdoor kunnen de kansen en risico’s worden geanalyseerd en afgewogen. Beleid en regelgeving kunnen daarop worden afgestemd, zodat de gevolgen van bodemdaling minimaal zijn. Doordat bodemdaling niet bij één partij ligt, maar is gelinkt aan van alles – infrastructuur, economie, waterschappen, natuur et cetera – is aanpakken lastig”, stelt Fokker.

“Onze kennis is ook internationaal zeer relevant. Inpoldering en gaswinning worden elders tevens toegepast. Bodemdaling gaat in veel andere landen bovendien veel sneller dan hier”, besluit Koster.

“De meest treffende omschrijving van bodemdaling die ik ooit zag, op een congres, is: ‘subsidence is a slow-motion disaster’. In Nederland worden de hoogste snelheden veroorzaakt door menselijk ingrijpen. Hoewel de oorzaken bekend zijn, zelfs bij het grote publiek, wordt ons regelmatig gevraagd om bodemdaling te voorspellen alsof het een autonoom proces is. Er is nog een hoop te leren en te meten, maar het uiteindelijke probleem ligt niet zo zeer in de fysische en chemische processen. De grootste moeilijkheid is voorspellen wat de mens gaat doen”, vertelt Michiel van der Meulen, hoofd geomodellering.

“Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met de verschillende besproken oorzaken. Bodemdaling door waterbeheer speelt al eeuwen lang, bodemdaling door gaswinning voltrekt zich in de loop van decennia. Ook al gebeurt dit bij vergelijkbare snelheden, het totale bodemdalingseffect van gaswinning is veel kleiner en beter voorspelbaar dan dat van waterbeheer.”

Meer lezen?

Wilt u meer weten over het onderzoek van TNO naar bodemdaling?

Lees hier verder
blik op de toekomst

Podcast Insights seizoen 2 #30: Hoe ziet een industrie zonder fossiele brandstoffen eruit?

17 sep '20 - 1 min
In deze nieuwe aflevering gaan TNO-experts Faruk Dervis en Robert de Kler in gesprek met Alice Krekt, Directeur Climate Program van Deltalinqs. Ze praten onder andere... Lees meer
blik op de toekomst

Nieuwe generatie windturbines: groot, groter, grootst

24 aug '20 - 3 min
Terwijl de metingen door TNO aan de Haliade-X, de grootste windturbine ter wereld, op de Maasvlakte nog in volle gang zijn, werken experts alweer aan de volgende... Lees meer
verhaal van de klant

CO2: van afvalverbranding naar nuttig product

10 aug '20 - 3 min
Zolang het bedrijfsleven nog afhankelijk is van fossiele brand- en grondstoffen produceert het CO2. Afvang is daarom essentieel om schadelijke uitstoot te voorkomen.... Lees meer
blik op de toekomst

Podcast Insights seizoen 2 #29: Wat is het deltaplan voor de energietransitie?

4 aug '20 - 1 min
In deze podcast, opgenomen bij de Deltawerken in Zeeland, bespreken Rosanne Hertzberger (wetenschapper), Ton de Jong (managing director energietransitie bij TNO)... Lees meer
blik op de toekomst

Van aardbevingsmodel naar voorspellend model voor IC-opnames

31 jul '20 - 3 min
Binnen het Brains4corona-initiatief heeft TNO, samen met Amsterdam UMC, Erasmus MC, en Leiden UMC een model ontwikkeld dat het aantal IC-opnames kan voorspellen:... Lees meer

VOLG TNO OP SOCIAL MEDIA

blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, vacatures en activiteiten

Op TNO.nl maken we gebruik van cookies. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd  worden.