8JUNI 2011 TNOTIME Advies per iPhone (zie kadertekst) INFO UIT KNEEBRACE ‘Je moet het integreren in het Integrale Gezondheidsheidsmanagement.’ Een innovatie als de dynamische kantoorwerkplek is alleen al goed voor de bewústwording van de heilzame werking van beweegmomenten in een bewegingsarme omgeving. VERANDERSLAG NODIG Nieuwe rituelen vormen, vaste gewoonten doorbreken, draagvlak kweken. Ziedaar drie ingrediënten die nodig zijn om mensen op het werk in beweging te brengen. ‘Ik probeer zoveel mogelijk stáánd te bellen’, vertelt dr. Ingrid Hendriksen. Zij doet onderzoek naar sedentair gedrag onder de werkende populatie. ‘Met regelmatig opstaan breng je niet alleen je spieren in beweging maar komt ook je metabolisme in actie.’ Lopen naar het kopieerapparaat, wandelen tijdens de lunch, zittend op een fiets werken – als het een ritueel wordt, is er zóveel mee gewonnen, betoogt zij. Maar het hele beweegstimuleringsbeleid moet wel aansluiten op individuele interesses: ‘Er is een grote groep, bijna vijftig procent, die op zich wel geïnteresseerd is in woon-werkfietsen maar bij wie het er alleen nog niet van kwam. Dáár moet je je aandacht op richten. Dan werk je actief aan vitale mensen en daarmee vitale organisaties.’ De huidige beweegnormen moeten op de schop: ‘Mensen moeten echt actiever worden, bewegen echt inbrengen in het dagelijkse leefpatroon. We moeten naar een nieuwe modus, waarin naast matig tot intensief bewegen ook voldoende krachtoefeningen en het tegengaan van zitgedrag wordt betrokken. Dat is niet te vangen in een campagneregeltje over dertig minuten bewegen.’ Haar collega Hildebrandt pleit dan ook voor een Nationale Vitaliteitsmonitor, een geheel nieuw instrument om te monitoren of we de Olympische ambitie van een ‘Vitaal Nederland’ in 2028 gaan halen. ‘Vitaliteit gaat breder dan bewegen en gezondheid. Ook leefstijl, fysieke en psychische fitheid en welbevinden spelen mee. En dat bespreken we met alle belangrijke partijen, zodat er echt draagvlak ontstaat.’ Voor gezondheid en vitaliteit is nog een wereld te bevechten, stelt ook Van Meeteren. Hij ijvert voor een soort Deltaplan. ‘Er is een grootschalige en langdurige veranderslag nodig.’ Dat vergt veel tijd, beseft hij. ‘Maar over 150 jaar leven wij wellicht twintig jaar langer in goede gezondheid. Het vraagt een andere mindset in de maatschappij. Een culturele revolutie.’ iPHONE APP VOOR REVALIDATIE Het ideaal van elke fysiotherapeut: echt weten of een revaliderende patiënt ook thuis de oefeningen goed uitvoert. Dat is mogelijk met de iPhone app die TNO’er ir. Sytze Kalisvaart samen met MUMC ontwikkelde binnen het project BioSensing. ‘We hebben een kniebrace gemaakt die niet alleen steun geeft maar waarin sensoren de precieze hoek meten tussen onder- en bovenbeen. Uit de stand van de knie kun je afleiden hoe iemand beweegt, en ook hoevéél.’ De fysiotherapeut kan afwijkingen in het looppatroon van de patiënt afleiden uit links-rechts-verschillen, want symmetrie speelt een grote rol. Met de smartphone-app kan de patiënt zelf zien of hij/ zij de oefening goed doet en genoeg beweegt of te veel. ‘De patiënt krijgt tijdens het oefenen aanwijzingen op basis van de live gemeten beweging.’ Tijdens het consult kan de fysiotherapeut vervolgens alle karakteristieken draadloos uitlezen. Met de kniebrace kun je ook monitoren hoe iemand met een heupimplantaat loopt. ‘Je hebt echt een coach thuis. Dat past ook goed in de behoefte aan patient empowerment. En doordat de behandeling gerichter is, wordt die korter, zodat de terugverdientijd voor verzekeraars interessant is. De trend is nu dat je beter gezonde bewegingen kunt inbouwen in je dagelijks leven. Dat is effectiever dan werken met fitnessapparaten en dergelijke. Als artsen en fysiotherapeuten weten hoe iemands natuurlijke beweging is, kunnen ze daar beter op inspelen.’ INFO: sytze.kalisvaart@tno.nl INFO: dianne.commissaris@tno.nl, ingrid.hendriksen@tno.nl, vincent.hildebrandt@tno.nl, nico.vanmeeteren@tno.nl, frank.pierik@tno.nl
STELLING GENOMEN JUNI 2011 TNOTIME 9 Twee managing directors van TNO reageren op persoonlijke titel op een stelling. STELLING: HET HUIDIGE WONINGBELEID MOET MEER REKENING HOUDEN MET TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN ALS LANGER DOORWERKEN EN VERGRIJZING GEZOND LEVEN De huidige maatschappelijke en economische ontwikkelingen leiden tot veranderingen in de eisen die mensen stellen aan hun omgeving. Een paar belangrijke trends hierbij zijn de noodzaak om langer door te werken en de vergrijzing. Om onze AOW en pensioenen betaalbaar te houden, zullen we vanaf 2020 langer aan het werk moeten blijven. Die langer doorwerkende burger zal steeds meer met ICThulpmiddelen zijn werk op afstand willen doen – al was het maar om de drukte op onze wegen te mijden. Het laat zich raden dat de informatisering van de thuisomgeving de komende decennia een grote vlucht zal nemen. Beeld-, geluid- en dataverbindingen van hoge kwaliteit met businesspartners in binnen- en buitenland zullen in de woningen van de toekomst een alledaags verschijnsel zijn. Tot zover de werkende fase van ons leven. Als we, na een lang en productief arbeidsleven, eindelijk willen genieten van ons pensioen, dan blijven we bij voorkeur in onze vertrouwde omgeving wonen. Hoewel onze gemiddelde levensduur nog steeds toeneemt, blijft het aantal ziektevrije jaren ongeveer gelijk. Steeds meer mensen worden namelijk in de loop van de jaren geconfronteerd met een chronische ziekte. Zorg in de thuisomgeving wordt de komende jaren een kostbaar goed. En doordat het aantal zorgkrachten achter zal blijven bij de vraag, zijn zelfzorg en e-Health belangrijke ingrediënten in ons toekomstige zorgsysteem. Diezelfde hoogwaardige IT-systemen die ons eerst hielpen om op afstand onze arbeid te verrichten, zijn nu nodig om alle relevante medische hulp en zorg te mobiliseren. Kortom, de wereld om ons heen verandert, maar de behoefte om vanuit onze eigen vertrouwde plek maatschappelijk actief te zijn, blijft. Dat zal onmiskenbaar invloed (moeten) hebben op onze huisvesting, en dus op ons woningbeleid. Het is zaak daar als samenleving nú al op te anticiperen. Dr. Niek Snoeij, managing director GEZOND LEVEN GEBOUWDE OMGEVING Deze stelling is in feite te vertalen als: maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een nieuwe ruimtelijke inrichting. De verschijnselen zijn bekend: de huizenverkoop en de huizenprijzen dalen nog steeds, zodat huizenbezitters hun woning niet meer te koop durven te zetten, en starters langer in hun huurwoningen blijven zitten. De hoop is gevestigd op een opbloei van het economisch klimaat zodat de doorstroom weer op gang kan komen en de situatie kan normaliseren. Maar ook als dat straks gebeurt, zullen de omstandigheden voor de aankoop van een huis vooralsnog niet hetzelfde zijn als in de afgelopen decennia het geval was. Dat komt doordat niet alleen de bevolkingsopbouw verandert, maar ook doordat de mens zelf verandert; hij leeft anders en stelt andere eisen aan zijn woonomgeving. En doordat de vraag verandert, zal ook de (bouw)sector móeten veranderen. We moeten investeren in de gebouwde omgeving. Grote gedeelten van de woningvoorraad in de steden zullen in de komende jaren moeten worden gerenoveerd. Hier liggen grote uitdagingen voor overheid, investeerders, bouwbedrijven en kennisinstellingen. Samen, als keten, kunnen zij ervoor zorgen dat de renovatie snel en goed wordt uitgevoerd. Een belangrijke uitdaging is om de juiste financiële arrangementen te vinden, die investeringen aantrekkelijk maken voor alle betrokkenen. Hierbij moeten huidige én toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen worden vertaald naar een nieuwe ruimtelijke inrichting – denk aan woningen die energiezuinig zijn, en die tevens aangepast zijn aan de steeds ouder wordende bewoners. Ik ben het dan ook met collega Niek Snoeij eens dat onze huisvesting, inclusief de ruimtelijke inrichting van ons leefgebied, de invloed van die veranderende demografische ontwikkelingen zal ondervinden. En inderdaad, daarop kunnen we niet snel genoeg ons huisvestings-, zorg-, onderzoeks- en politiek beleid afstemmen. Ir. Dick Schmidt, managing director GEBOUWDE OMGEVING
sytze.kalisvaart@tno.nl, dianne.commissaris@tno.nl, ingrid.hendriksen@tno.nl, vincent.hildebrandt@tno.nl, nico.vanmeeteren@tno.nl, frank.pierik@tno.nl,
Publitas e-Publisher Nederland
Publitas e-Publisher International
TIME 3 2011 main