Energiearmoede: van zorg naar verduurzaming
Voor gemeenten, huisartsen, woningcorporaties en andere organisaties wordt steeds duidelijker dat gezondheid, woningkwaliteit en bestaanszekerheid sterk samenhangen. Er wonen ook in Nederland huishoudens met een laag inkomen in slecht geïsoleerde woningen met tocht, vocht of schimmel. Onderzoek laat zien dat energiearmoede niet alleen gaat over betaalbaarheid, maar ook over woningkwaliteit, gezondheid en toegang tot ondersteuning en verduurzaming.
Daarmee raakt dit vraagstuk meerdere domeinen tegelijk: zorg, wonen, energie en sociaal beleid. TNO werkt aan hoe deze domeinen in de praktijk slimmer verbonden kunnen worden, met als doel een schaalbare aanpak voor heel Nederland.
Van inzicht naar interventie: de rol van woningkwaliteit in gezondheid en energiearmoede
Naast ons bestaande programma en onderzoek naar energiearmoede – met focus op monitoring, doelgroepinzicht en beleid – richt TNO zich ook op de samenhang tussen woningkwaliteit, energiearmoede en gezondheid, en hoe partijen daar in de praktijk effectiever op kunnen inspelen.
Onderzoek laat zien dat huishoudens met een laag inkomen in slecht geïsoleerde woningen gemiddeld hogere zorgkosten hebben. Tegelijk gaan energiehulp en woningverbetering samen met verbeteringen in energiekosten, wooncomfort en gezondheid. Niet alle verbanden zijn direct causaal, maar ze bieden wel aanknopingspunten voor gerichte interventies.
Met het project “Gezond wonen op recept” bouwen we voort op de resultaten van het eerdere onderzoek naar de gezondheidseffecten van energiehulp en woningrenovaties voor huishoudens in energiearmoede.
Gezond wonen op recept
Met Gezond Wonen op Recept onderzoekt TNO hoe zorgprofessionals, gemeenten en duurzaamheid en energiebesparing partners bewoners met gezondheidsklachten die mogelijk samenhangen met de woning of energierekening beter kunnen signaleren en doorverwijzen.
Deze aanpak vormt een aanvulling op bestaande zorg en energiearmoedebeleid en richt zich op signalering van problemen in de leefomgeving, gerichte doorverwijzing naar ondersteuning in de woning, betere samenwerking tussen zorg, sociaal domein en energiedomein.
In meerdere gemeenten wordt deze aanpak in de praktijk verkend, onder andere in:
- Heerlen – Integrale aanpak met focus op opschaling en structurele inbedding
- Arnhem – Gericht op kwetsbare gezinnen en gezondheid van (ongeboren) kinderen
- Leiden – Versterking van handelingsperspectief voor huisartsen via PO Sociaal
- Amersfoort – Praktische en laagdrempelige aanpak in bestaande wijkstructuren
- Almelo – Pilot in ontwikkeling / aansluiting op lokale samenwerking
De aanpak kan bijdragen aan meer handelingsperspectief voor eerstelijns zorgprofessionals en helpt om verduurzaming en ondersteuning beter te richten op huishoudens waar dit het meest nodig is.
Wat doet TNO?
TNO ondersteunt gemeenten en organisaties bij het ontwikkelen en opschalen van integrale aanpakken op het snijvlak van gezondheid, wonen en energie. Daarbij ontwerpen en begeleiden onze experts en gedragwetenschappers de samenwerking tussen het zorg-, sociaal en energiedomein en brengt het betrokken organisaties en hun rol in de keten in kaart.
Ook ondersteunen we de uitvoering en monitoring van pilots en vertaalt het inzichten naar werkbare en schaalbare oplossingen voor beleid en praktijk. Daarbij is expliciet aandacht voor randvoorwaarden zoals rolverdeling, samenwerking, privacy en gegevensuitwisseling. Zo dragen we bij aan een aanpak die niet alleen inhoudelijk onderbouwd is, maar ook uitvoerbaar en opschaalbaar in de praktijk.
Hoe ziet dit eruit in de praktijk?
In de praktijk vertaalt deze aanpak zich naar een samenwerking rond de bewoner, waarin verschillende organisaties en partijen een rol spelen. Zorgprofessionals signaleren gezondheidsklachten en verkennen of deze samenhangen met de woning of energierekening. Wanneer dat het geval is, kunnen zij bewoners doorverwijzen naar uitvoeringsorganisaties.
Deze organisaties brengen de woonsituatie in beeld, voeren huisbezoeken uit en bieden advies en kleine maatregelen. Indien nodig worden woningcorporaties of verhuurders betrokken om structurele verbeteringen aan de woning mogelijk te maken.
Op deze manier ontstaat een doorlopende keten van signalering naar ondersteuning en – waar nodig – woningverbetering, waarin zorg, sociaal domein en wonen met elkaar verbonden zijn.
Voor gemeenten en beleidsmakers biedt deze aanpak een manier om bestaande instrumenten voor energiearmoede, wonen en gezondheid beter met elkaar te verbinden. Door de koppeling met zorg en uitvoering ontstaat een directe lijn van hulp. Daarbij kan ook gekeken worden welke interventies het meest passend zijn. Dit helpt om beleid minder verkokerd in te richten en om te verkennen hoe aanpakken in de praktijk kunnen worden opgeschaald.
Zorgprofessionals zijn regelmatig de eerste die signalen oppikken van klachten die mogelijk samenhangen met de leefomgeving, zoals kou, vocht of schimmel en daar medicatie op voorschrijven. Deze aanpak maakt het mogelijk om deze signalen te vertalen naar gerichte ondersteuning in de woning. Daarmee ontstaat extra handelingsperspectief, als aanvulling op medische behandeling, waarbij ook de onderliggende oorzaak kan worden aangepakt.
Voor professionals in zorg, sociaal domein en uitvoering helpt deze aanpak om signalen beter te verbinden en samenwerking te organiseren. Door de combinatie van signalering, doorverwijzing en ondersteuning in de woning sluit de aanpak beter aan op de leefomgeving van bewoners en kan ondersteuning effectiever worden ingericht.
Samenwerken met TNO
Wil je verkennen hoe gezondheid, wonen en energiearmoede in je praktijk, beleid of regio beter met elkaar kunnen worden verbonden? Neem contact op met TNO.
Neem contact met ons op
Laat je verder inspireren
Energiehulp en woningrenovaties leveren gezondheidswinst op voor kwetsbare bewoners


Energiegemeenschappen: van buurtinitiatief tot belangrijke schakel in de energietransitie


Duurzaamheidsstrategieën robuust en veerkrachtig maken in een wereld vol onzekerheden
Rechtvaardigheid


Energiearmoede in 2024 gestegen naar 6,1 procent


