Stijgend materiaalgebruik in elektronica- en klimaatinstallatieketens vraagt om aanvullend beleid
De energietransitie vraagt om warmtepompen, slimmere elektronica en verdere elektrificatie. Dat vermindert energiegebruik en uitstoot, maar vergroot tegelijkertijd de vraag naar materialen en kritieke grondstoffen. Twee nieuwe productgroepanalyses brengen de elektronica- en klimaatinstallatieketen in kaart en laten zien waarom circulair beleid verder moet kijken dan inzameling en recycling alleen.
Wat is een productgroepanalyse?
Productgroepanalyses (PGA's) zijn onderdeel van het Kennisprogramma Circulaire Economie: een samenwerking tussen kennisinstellingen, planbureaus en publieke organisaties, onder leiding van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het kabinet streeft naar een volledig circulaire economie in 2050; het programma monitort en evalueert de koers daarnaartoe en voorziet de overheid van de kennis die nodig is om beleid vorm te geven of bij te sturen.
Een PGA onderzoekt telkens één productketen aan de hand van de circulaire strategieën: vermindering, levensduurverlenging, substitutie en hoogwaardige verwerking. Een PGA brengt in kaart hoe groot de materiaalstromen zijn, welke milieueffecten daarbij horen, welke circulaire strategie de grootste potentie heeft, welke knelpunten en belemmeringen opschaling in de weg staan, en wat de aangrijpingspunten voor beleid zijn om belemmeringen weg te nemen.
De uitkomsten vormen mede de kennisbasis voor de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het PBL, die elke twee jaar de voortgang van de transitie beschrijft en mede richting geeft aan het Nationaal Programma Circulaire Economie.
PGA Elektronica: alle circulaire strategieën zijn nodig
Elektronica bevat een scala aan producten: van smartphones en laptops tot witgoed en verlichting. Zonder aanvullend beleid blijven zowel het primaire materiaalgebruik als de milieu-impact van deze keten richting 2050 stijgen.
De analyse laat zien dat beleid op de hele keten moet ingrijpen en alle circulaire strategieën moet toepassen: van minder consumptie en langere levensduur tot reparatie, hergebruik, substitutie en terugwinning van (kritieke) materialen. Alleen door deze strategieën te combineren komt een circulaire elektronicaketen dichterbij.
Tot wel 53%
minder totale materiaalaanvraag
Tot wel 89%
minder instroom van primaire materialen
Tot wel 52%
minder klimaatimpact
De cijfers laten zien hoe groot het effect van zo’n gecombineerde aanpak kan zijn. Alle strategieën samen kunnen de totale materiaalvraag in de elektronicaketen in 2050 met 25 tot 53 procent verminderen; de instroom van primaire materialen kan zelfs met 40 tot 89 procent omlaag.
Door deze maatregelen daalt onder andere ook de klimaatimpact fors: met 18 tot 52 procent in 2050. Dit betreft de productie en verwerking van producten en de materialen daarin; emissies tijdens het gebruik zijn niet meegerekend. Met alle circulaire strategieën samen krijgen beleidsmakers grip op de gehele keten: van ontwerp en aankoop tot gebruik, reparatie, hergebruik en hoogwaardige verwerking.
Aanbevelingen voor beleidsmakers:
- Beperk import en verkoop van elektronica met een zeer korte levensduur of eenmalig gebruik.
- Maak maatschappelijk verantwoord inkopen bindend voor overheidsopdrachten.
- Verduidelijk garantieregels, zodat reparatie standaard aantrekkelijker wordt dan vervanging.
- Stel via Europese productregelgeving (ESPR) minimumpercentages recyclaat vast voor kunststoffen en metalen, gekoppeld aan terugwinningsdoelen voor (kritieke) materialen.
- Verbeter inzameling, bijvoorbeeld via thuisophaal door pakketbezorgers of een statiegeldsysteem én strengere handhaving
Lees het volledige rapport PGA Elektronica
PGA Klimaatinstallaties: grootste winst zit vóór recycling
De verduurzaming van gebouwen zorgt voor een snelle verschuiving van hr-ketels naar warmtepompen, hybride systemen, ventilatie, koeling en slimme regeltechniek. Dat is nodig voor de energietransitie, maar verbreedt tegelijk de materiaalvraag door complexere producten, het aandeel elektronische componenten en de afhankelijkheid van kritieke materialen.
De groei aan woningen zet de totale materiaalvraag verder onder druk. De analyse laat zien dat beleid nu vooral stuurt op energieprestatie en elektrificatie, terwijl materiaalgebruik, levensduur, waardebehoud en hoogwaardige verwerking nog onvoldoende worden meegenomen. Daardoor is betere recycling wel nodig, maar niet genoeg om de keten circulair te maken.
Tot wel 39%
minder totale materiaalvraag
Tot wel 73%
minder instroom van primaire materialen
Tot wel 45%
minder klimaatimpact
De cijfers maken duidelijk dat vermindering de meest kansrijke afzonderlijke strategie is voor klimaatinstallaties. Door installaties slimmer en soberder te ontwerpen, collectieve oplossingen te benutten en overdimensionering tegen te gaan, kan de instroom van primaire materialen in 2050 met 18 tot 35 procent dalen. Ook de klimaatimpact neemt dan met 18 tot 36 procent af ten opzichte van business-as-usual.
Hierbij gaat het om de productie en verwerking van installaties en materialen, exclusief emissies tijdens het gebruik, zoals door aardgasverbranding. Wanneer alle maatregelen samen worden ingezet (dus naast vermindering ook levensduurverlenging, substitutie en hoogwaardige verwerking) kan de primaire materiaalinstroom zelfs met 33 tot 73 procent dalen en de klimaatimpact met 20 tot 45 procent.
Tegelijk laat de analyse zien dat de belangrijkste remmende factoren niet technisch zijn: de vijf hoofdbelemmeringen zitten vooral in doelen, sturing, regelgeving, risicoperceptie en businesscases. De uitdaging is daarom om circulariteit net zo concreet te maken als energieprestatie, comfort en kosten.
Aanbevelingen voor beleidsmakers:
- Veranker installatie-arm bouwen en renoveren in regelgeving, normering en subsidies.
- Pas energie-, milieu- en comfortnormen aan, zodat minder materiaalgebruik wordt beloond.
- Neem circulaire criteria standaard op in publieke aanbestedingen.
- Maak onderhoud, reparatie en hergebruik financieel aantrekkelijker dan volledige vervanging.
- Richt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid sterker op hergebruik en hoogwaardige verwerking.
Lees het volledige rapport PGA Klimaatinstallaties
Dit rapport is tot stand gekomen in het kader van het Kennisprogramma Circulaire Economie. Dit programma is een samenwerkingsverband van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), het Centraal Planbureau (CPB), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), RVO.nl, Rijkswaterstaat, TNO en de Universiteit Utrecht (UU) onder leiding van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
TNO gaf leiding aan de kernteams voor de analyses op elektronica en klimaatinstallaties. Voor elektronica bestond het kernteam uit TNO, Rijkswaterstaat, Universiteit Utrecht en CE Delft; voor klimaatinstallaties uit TNO, Universiteit Utrecht en Copper8.
Het kabinet streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Het doel van het kennisprogramma is om de door het kabinet uitgezette koers naar 2050 te kunnen monitoren en te evalueren en de overheid te voorzien van de kennis die nodig is voor de vormgeving of bijsturing van beleid. Meer informatie over het Kennisprogramma Circulaire Economie is te vinden op de website van het PBL.
TNO verbindt modellen, systeemkennis en praktijk
TNO coördineerde de analyses en bracht materiaalstromen, voorraden en milieu-impact in kaart voor de huidige situatie en toekomstscenario’s. Door kwantitatieve modellen te combineren met kennis van beleid, markt en ketendynamiek wordt zichtbaar waar maatregelen aangrijpen, welke neveneffecten kunnen ontstaan en waar instrumenten met de meeste potentie kunnen aangrijpen.
Die geïntegreerde aanpak helpt overheden en bedrijven om verder te kijken dan één product, één levensfase of één circulaire strategie. De volgende stap is om kansrijke beleidsopties samen met ketenpartijen verder te toetsen, door te rekenen en te vertalen naar uitvoerbare regels, normen en investeringsbeslissingen.
Download de rapporten voor de volledige analyses of neem contact op met TNO om te verkennen hoe materiaalstroom- en milieu-impactmodellen kunnen bijdragen aan beleid en strategie.
Neem contact met ons op
Laat je verder inspireren
Eerste projecten van start in FLIE: praktijkomgeving versnelt industriële elektrificatie


Slimme ramen van TNO nu voor het eerst toegepast in gebouwen en woningen


SkiesFifty en TNO werken samen aan onafhankelijk onderbouwde inzichten voor zorgvuldige opschaling van SAF


Waterstofdragers groeien door, maar in gematigder tempo dan eerder geraamd


Een duurzaam, geïntegreerd en weerbaar energiesysteem op de Noordzee



