Windturbines en de impact op huizenprijzen

Thema:
Windturbines en de impact op huizenprijzen

Naast zonnepanelen zijn ook windturbines cruciaal om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar plaatsing van turbines stuit vaak op bezwaren vanwege geluidsoverlast en slagschaduw. Ze kunnen ook gevolgen hebben voor de woningwaarde in de directe omgeving. TNO onderzocht de invloed van toekomstige windturbines op huizenprijzen in Nederland tot 2030 en bracht het in kaart. Een van de conclusies is dat de waardestijging van woningen in de nabijheid van windturbines gemiddeld met enkele procenten kan achterblijven.

Rapport 'De impact van windturbines op de huizenprijzen'

Download het rapport of lees de samenvatting (pdf).

Voorzichtigheid bij interpretatie

'Omdat de onderzoekers zich baseren op plannen (RES) zijn er ook onzekerheden. Zo zullen bijvoorbeeld niet alle geplande nieuwe turbines worden gerealiseerd op de exacte locatie zoals door hen geïdentificeerd. En dat vraagt om voorzichtigheid bij de interpretatie van de door ons gemaakte kaarten', benadrukt Mulder.

Bestaande en geplande windturbines

Voor de studie heeft TNO informatie over de geplande turbines tot 2030 verzameld uit de 30 Regionale Energiestrategieën (RES 1.0) die juli vorig jaar zijn gepubliceerd. Daar zijn de gegevens van bestaande windturbines aan gevoegd. Deze bestanden zijn gekoppeld aan ruimtelijke gegevens van het CBS over aantallen en waarde van woningen, en bestaande kengetallen over de historische ontwikkeling van huizenprijzen in relatie tot turbinehoogte en de afstand van huis tot turbine.

Waardedaling voorkomen

De uitkomsten van de studie zijn met name van belang voor lokale en regionale overheden om overlast zoveel mogelijk te beperken en waardedaling te voorkomen. Het onderzoek geeft antwoord op vragen als hoeveel woningen zich dichtbij geplande windturbines bevinden, hoe groot de relatieve waardedaling van getroffen woningen is, welke windturbines hoeveel waardedaling veroorzaken en welke gemeenten in welke mate te maken krijgen met (relatieve) woningwaardedaling. Daaruit valt tevens af te leiden of de lasten op een rechtvaardige manier worden verdeeld. Want woningwaardedaling door plaatsing van windturbines treedt bij lang niet iedereen in gelijke mate op.

Anderhalf duizend windmolens erbij

Bij volledige realisatie van de RES-plannen komen er tussen 2020 en 2030 naar verwachting ruim 1.400 windturbines op land bij, goed voor ongeveer 5,5 gigawatt aan nieuw opgesteld vermogen. Het aantal woningen in de buurt van windturbines groeit naar verwachting van bijna 900 duizend in 2020 tot ruim 1,6 miljoen in 2030. In 2020 bedroeg de relatieve woningwaardedaling in de nabijheid van windturbines gemiddeld 2,6 procent, terwijl dat in 2030 3,8 procent is. Voor alle woningen nabij windturbines samen bedraagt het geschatte relatieve waardeverlies in 2030 ongeveer 15,5 miljard euro. Doordat de turbines steeds hoger worden en dichter bij woningen komen te staan is het effect op de huizenprijs na 2020 relatief groot.

Effect woningen randstad

Wel zeggen de onderzoekers dat de totale geschatte waardedaling in perspectief moet worden gezien. Zo zullen niet alle RES-plannen werkelijkheid worden. Er zijn ook grote verschillen in het effect op woningen: 10 procent van de windturbines veroorzaken samen twee derde van het totale waardeverlies. Deze staan voornamelijk in de Randstad, waar het door de hoge bevolkingsdichtheid moeilijker is om turbines op afstand van woningen te plaatsen. Verder blijkt dat het in bijna 70 procent van de totale waardevermindering om woningen gaat die tussen 1,5 km en 2,5 km van een turbine liggen. Ongeveer 8 procent van het totale waardeverlies treedt op binnen een straal van 1 kilometer van een turbine.

Ruimtelijke verdeling windturbines

De effecten van windturbines op huizenprijzen zijn op dit moment ongelijk verdeeld over het land. In 2020 stonden de meeste windturbines in de kustprovincies plus Flevoland. Friesland kent met afstand het hoogste percentage huizen op korte afstand van windturbines. In dichtbevolkte provincies als Noord- en Zuid-Holland staan de grootste aantallen huizen in de buurt van windturbines. De ruimtelijke ongelijkheid neemt tegen 2030 aanzienlijk af doordat nieuwe turbines vooral landinwaarts zijn gepland. Dan bevat ruim 70 procent van de gemeenten huizen binnen een straal van 2,5 km, terwijl dat in 2020 nog gold voor ruim 50 procent. Ook is in 2030 de spreiding in termen van gemiddelde woningwaarde per gemeente heel gelijkmatig.

Ruimte voor compensatie woningwaardedaling

De studie biedt partijen verschillende aanknopingspunten voor een economisch optimale ruimtelijke verdeling van windturbines op land. Zo is een relatief klein aantal turbines verantwoordelijk voor het gros van de totale woningwaardedaling en zijn daarmee vanuit economisch perspectief onevenredig duur. Verder laten de berekeningen zien dat de business case van grote windturbines ruimte laat voor compensatieregelingen aan huiseigenaren.

Laat je verder inspireren

4 resultaten, getoond 1 t/m 4

Gemeenten: Energiearmoedebeleid in stroomversnelling, knelpunten in de uitvoering

Informatietype:
Nieuws
24 november 2022

TNO-enquête brengt gemeentelijke aanpak energiearmoede in beeld. Gemeenten zetten alle zeilen bij in de aanpak van energiearmoede om huishoudens bij te staan maar ervaren daarbij ook veel knelpunten, blijkt uit de enquête.

Uitbreiding samenwerking TNO en gemeente Amsterdam

Informatietype:
Nieuws
31 maart 2022
De gemeente Amsterdam en TNO gaan hun samenwerkingsverband voortzetten én uitbreiden met uiteenlopende maatschappelijke uitdagingen.

TNO brengt impact toekomstige windturbines op huizenprijzen in kaart

Informatietype:
Nieuws
9 maart 2022

TNO onderzocht het effect van nieuw te plaatsen windturbines op huizenprijzen in de periode tot 2030.

Draagvlak voor systeem dat emissies door consumenten bepaalt hangt sterk af van voorwaarden

Informatietype:
Nieuws
23 juni 2021

Naast energiebesparing, hernieuwbare energie en CO2-opslag onder de zeebodem kan het verminderen van energie-intensieve activiteiten door consumenten helpen bij het terugdringen van broeikasgasemissies. Een voorbeeld van een manier om dat te bereiken is een persoonlijk emissiehandelssysteem. Uit onderzoek van TNO blijkt dat het draagvlak bij een representatieve groep Nederlanders voor zo’n persoonlijk emissiehandelssysteem in eerste instantie beperkt is. Onder de voorwaarde dat bedrijven meer gaan betalen voor hun CO2-emissies, staat echter toch een ruime meerderheid van de respondenten positief tegenover dit systeem.