
TNO: Nederland bouwt instrumenten voor gericht innovatiebeleid af
Het kabinet wil het verdienvermogen van Nederland versterken, maar bouwt tegelijk instrumenten af die innovaties van het lab naar de markt helpen. Dat blijkt uit een TNO-analyse van het Nederlandse innovatie-instrumentarium van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Vooral in de ontwikkelfase, waarin wetenschappelijke kennis moet uitgroeien tot nieuwe producten en bedrijven, dreigt gericht instrumentarium weg te vallen, zoals de afbouw van het Nationaal Groeifonds. TNO adviseert om innovaties langdurig te ondersteunen en de instrumenten beter op elkaar te laten aansluiten.
Nederland heeft veel hoogwaardige wetenschappelijke kennis. Maar een goed idee of een uitvinding is nog geen product dat bedrijven kunnen verkopen. Daarvoor zijn verdere ontwikkeling, pilots en investeringen nodig. In die fase ontstaan nieuwe producten, startups en scale-ups, ook wel de kraamkamer om hoogwaardige kennis om te zetten in bedrijvigheid. Het is ook in deze fase – ‘Valley of Death’- waarin veel innovaties vastlopen: de kosten zijn hoog en de opbrengst is nog onzeker. Recent TNO-onderzoek toont aan dat 1 op de 5 startups doorgroeit tot scale-up.
Een gebroken innovatieketen
Volgens TNO sluit de inrichting van het innovatiebeleid nog onvoldoende aan op de nieuwe initiatieven van het kabinet, zoals de oprichting van de Nationale Investeringsinstelling (NII). De NII kan alleen investeren als er genoeg kansrijke bedrijven, innovatieve projecten en producten zijn. Juist die aanvoer komt onder druk te staan. Onder meer doordat het Nationaal Groeifonds niet structureel wordt voortgezet, ontstaat een flessenhals in de innovatieketen. Ook eerder in de keten verdwijnt steun. In de ontdekkingsfase wordt bezuinigd op het programma Vroege Fase Financiering.
Daarnaast stopt het ministerie van Economische Zaken en klimaat met de bijdrage aan Perspectief, een programma waarin onderzoekers en bedrijven samen werken aan nieuwe technologieën en toepassingen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap trekt in deze kabinetsperiode extra budget uit, maar dat is gericht op een nog eerdere fase en vult dit gat niet. In de doorontwikkelfase staan bovendien instrumenten zoals PPS-I onder druk.
Naar een verbonden innovatieketen
De onderzoekers adviseren om de ondersteuning over de hele innovatieketen te waarborgen. Nieuwe instellingen zoals de NII moeten aansluiten op programma’s die onderzoek en ontwikkeling in eerdere fasen ondersteunen. Ook kunnen onderzoeksprogramma’s beter aansluiten bij Nederlandse prioriteiten, zoals groeimarkten en de Nationale Technologiestrategie (NTS). Vooral voor de stap van onderzoek naar markt is een langjarig en gericht instrumentarium nodig, waarbij startups en scale-ups nadrukkelijk betrokken worden. Een mogelijkheid is om PPS-I flink uit te breiden. Deze regeling ondersteunt samenwerking tussen bedrijven en onderzoeksorganisaties en heeft momenteel een budget van maximaal €180 miljoen per jaar.
Daarnaast pleit TNO voor een structureel instrument naar het voorbeeld van het Nationaal Groeifonds, gericht op publiek-private samenwerking en sterke innovatie-ecosystemen. Als deze instrumenten voor langere tijd met elkaar verbonden worden, kan Nederland kennis beter omzetten in nieuwe toepassingen en bedrijvigheid.
Koersen op verdienvermogen: Een tussenbalans van het toekomstige innovatie-instrumentarium
Nederland wil zijn innovatiekracht versterken, maar juist cruciale ondersteuning wordt afgebouwd. TNO pleit voor langdurige steun om innovaties van onderzoek naar de markt te brengen. Benieuwd wat daarvoor nodig is?
Neem contact met ons op
Laat je verder inspireren
Koersen op verdienvermogen: een tussenbalans van het toekomstige innovatie-instrumentarium


Samenwerking tussen steden die versneld klimaatneutraal willen worden


Opeenstapeling knelpunten remt groei Nederlandse techstart-ups


Leerprogramma Orchestrating Innovation
Maak integrale innovatie de norm


