Ultrafijnstof in Noord-Brabant

Thema:
Klimaat, omgeving en luchtkwaliteit
8 oktober 2026

De laatste jaren nemen de zorgen over ultrafijnstof en de mogelijke gezondheidseffecten daarvan toe. Van deze allerkleinste deeltjes van fijnstof wordt wel steeds meer bekend waar ze vandaan komen. In opdracht van de Provincie Noord-Brabant heeft TNO onderzocht hoe het daar zit met de uitstoot van ultrafijnstof. De belangrijkste bronnen zijn in kaart gebracht samen met de plekken waar die bronnen zich bevinden. Dit inzicht is gekoppeld aan een evaluatie van mogelijke maatregelen, om zo handelingsperspectief te bieden voor het verminderen van de uitstoot van ultrafijnstof.

In kaart brengen van de uitstoot van ultrafijnstof

Een overzicht van de uitstoot van een bepaalde stof naar de lucht noemen we een emissie-inventarisatie. Hierin staat welke bron hoeveel van een bepaalde stof uitstoot. De belangrijkste emissie-inventarisatie in Nederland is de Emissieregistratie. Deze wordt gecoördineerd door RIVM met bijdragen van verschillende kennisinstituten, waaronder TNO.

De uitstoot van een bron wordt typisch bepaald door twee factoren: hoeveel stoot een bron uit per activiteit en hoeveel activiteit kent die bron. Een voorbeeld: van elk type auto is bekend hoeveel fijnstof deze uitstoot per gereden kilometer. En er is bekend hoeveel kilometers elke Nederlandse auto rijdt. Als je die twee getallen met elkaar vermenigvuldigt, krijg je de totale uitstoot van fijnstof door auto’s. Dat wordt voor elke bron en elke emissie-oorzaak op die manier gedaan.

Voor heel Nederland heeft TNO in opdracht van RIVM recent een emissie-inventarisatie voor ultrafijnstof gemaakt. Dit onderzoek is van de meeste recente getallen (over 2024) uitgegaan en is toegespitst op de provincie Noord-Brabant.

Er zijn bovendien twee extra stappen gezet: voor de industrie is een verkennende verdieping uitgevoerd om ook de allerkleinste deeltjes mee te nemen. Deze deeltjes zijn namelijk onvoldoende vertegenwoordigd in de huidige aanpak voor ultrafijnstof.

De tweede verdieping is bij luchtvaart gedaan: hier is dezelfde methode als voor heel Nederland specifiek toegepast op het vliegverkeer in Brabant. Dit omdat deze een heel andere opzet kennen dan bijvoorbeeld Schiphol, waardoor de uitstoot ook anders is.

Uitstoot van ultrafijnstof in Noord-Brabant

Door van alle bronnen van ultrafijnstof te bepalen waar in Noord-Brabant ze zich bevinden, hebben we een uitstootkaart kunnen maken.

Uitstoot Noord-Brabant - ultrafijnstof
Uitstoot van ultrafijnstof in provincie Noord-Brabant.

In deze kaart zie je een aantal gebieden geel, oranje en rood oplichten: allereerst zijn de grote wegen en de steden duidelijk zichtbaar. Daarnaast valt de rode lijn ten westen van Eindhoven op: dit is de aanvliegroute van Luchthaven Eindhoven. Ook zijn er enkele oranje stippen zichtbaar, die komen vooral door industriële activiteit.

Bronnen van ultrafijnstof

Dit brengt ons bij welke bronnen het meeste bijdragen aan de uitstoot van ultrafijnstof; in de figuur hieronder is dat zichtbaar. De twee belangrijkste bronnen zijn luchtvaart en wegverkeer met 38% en 32%. Op enige afstand volgen industrie, binnenvaart en consumenten (bestaat grotendeels uit houtstook) met elk 7 – 9%. Voor met name industrie kent dit getal een grote marge door de verkennende aard van de bijtelling van de allerkleinste deeltjes. Daardoor is het mogelijk dat industrie een veel groter aandeel (tot 38%) heeft, maar het kan ook wat kleiner zijn (4%).

Uitstoot per sector - ultrafijnstof
Uitstoof van ultrafijnstof per sector in Noord-Brabant.

Ter vergelijking hebben we de bronnen van ultrafijnstof van Noord-Brabant naast die van heel Nederland gezet. Hierbij moet opgemerkt worden dat voor een eerlijke vergelijking de aanvullende uitstoot bij industrie is weggelaten bij Noord-Brabant, en die van scheepvaart op de Noordzee bij Nederland. De percentages in deze figuur zijn daarom iets anders dan in de figuur hierboven.

bijdrage aan uitstoot - ultrafijnstof
Vergelijking van Noord-Brabant met Nederland.

Voor zowel Noord-Brabant als Nederland zijn luchtvaart en wegverkeer de belangrijkste bronnen, maar voor heel Nederland is luchtvaart nog dominanter. Wegverkeer is juist belangrijker in Noord-Brabant, wat overeenkomt met de hogere transportactiviteit. Scheepvaart is juist iets lager in Noord-Brabant, en consumenten iets hoger.

Effect van maatregelen op de uitstoot van ultrafijnstof

Nu we weten welke bronnen hoeveel bijdragen, is het mogelijk om het effect van maatregelen op de uitstoot van ultrafijnstof te beoordelen. Allereerst hebben we naar de maatregelen binnen het Schone Lucht Akkoord (SLA) gekeken. Hieruit hebben we vier maatregelen geselecteerd die kwantificeerbaar zijn en waar voldoende groot effect van verwacht wordt.

Daarnaast hebben we ook tien illustratieve maatregelen opgesteld: maatregelen die niet gekoppeld zijn aan het SLA of (nog) niet voorgenomen of ingevoerd zijn, maar waar wel meer effect van verwacht wordt. Deze 14 maatregelen zijn gesorteerd per thema: Mobiliteit (wegverkeer), Mobiele werktuigen, Luchtvaart, Binnenvaart en Havens en Houtstook. In de figuur hieronder is per maatregel de afname in de uitstoot van ultrafijnstof zichtbaar.

overzicht maatregelen - ultrafijnstof
Overzicht van het effect van alle maatregelen.

In lijn met de grootste bronnen van ultrafijnstof, zijn de grootste effecten te zien bij de maatregelen gericht op wegverkeer, luchtvaart, scheepvaart en houtstook. Voor wegverkeer gaat het met name om het inrichten van milieu- en zero-emissiezones. In Noord-Brabant zijn er al enkele zero-emissiezones voor vracht- en bestelverkeer (’s-Hertogenbosch, Eindhoven, Breda en per 2029 Tilburg), en Eindhoven heeft de ambitie uitgesproken om dit voor alle wegverkeer in te voeren.

Voor luchtvaart is het bijmengen van duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAF) een belangrijke maatregel, die al op Europees niveau vastgelegd is (RefuelEU Aviation verordening). Bij scheepvaart is veel te behalen met elektrificatie van verschillende soorten schepen.

Een verbod op houtstook is ten slotte ook een maatregel die een belangrijk effect kan hebben op de totale uitstoot van ultrafijnstof in de provincie. Maatregelen op industrie zijn niet gekwantificeerd omdat deze sterk installatie-specifiek zijn, en dus niet in algemene zin kunnen worden beoordeeld. Maar bij industrie zit ook een duidelijk reductiepotentieel.

Samengevat geldt dat het weghalen van verbrandingsbronnen, bijvoorbeeld door elektrificering, een belangrijk effect heeft op de uitstoot van ultrafijnstof.

Betekenis voor inwoners en overheden

De kaart hierboven laat zien waar meer en minder uitstoot van ultrafijnstof in de provincie is. Maar tussen uitstoot en blootstelling zitten nog twee stappen: ultrafijnstof verspreidt zich vanuit de bronnen en verandert onderweg ook. Dat vormt dan concentraties in de lucht op een bepaalde plek. En als daar mensen wonen of werken, worden die daaraan blootgesteld.

Dit onderzoek heeft alleen uitstoot in kaart gebracht; voor concentraties is verspreidingsmodellering nodig. Ondanks dat kunnen we wel kwalitatief een vergelijking maken tussen de plekken met veel uitstoot en waar veel mensen wonen. Dat is zichtbaar in de kaart hieronder.

verdeling uitstoot - ultrafijnstof
Verdeling van uitstoot van ultrafijnstof en inwoners over de provincie Noord-Brabant.

In donkerrood zijn de plekken aangegeven waar veel uitstoot is en veel mensen wonen. Logischerwijs zijn dat vooral de steden. Er zijn ook plekken met veel uitstoot waar weinig mensen wonen, dat is vooral bij industriële locaties het geval. Veel van bovengenoemde maatregelen grijpen in op het stedelijk gebied (wegverkeer, houtstook) en dragen dus direct bij aan de verlaging van de blootstelling van mensen.

Voor overheden is dit onderzoek bedoeld om richting te geven: als de provincie of gemeenten maatregelen specifiek gericht op ultrafijnstof zouden willen nemen, geeft dit onderzoek de handvatten van welke maatregelen meer of minder effect te verwachten is. Maar niet al deze maatregelen liggen binnen het gezag van gemeenten en provincie. Voor die maatregelen dient dit onderzoek ook als opening van het gesprek met andere belanghebbenden, zoals andere provincies of de Rijksoverheid.

Bestaande ontwikkelingen

We hebben laten zien dat gerichte maatregelen op het verlagen van de uitstoot van ultrafijnstof mogelijk zijn. Maar er gebeuren al veel andere dingen waardoor de uitstoot omlaag gaat.

Binnen het wegverkeer daalt de uitstoot door vlootvernieuwing. Dit komt doordat nieuwere voertuigen voorzien zijn van roetfilters, die ook een groot deel van de uitstoot van ultrafijnstof wegnemen. De komende jaren zal deze trend doorzetten, ook door de verdere elektrificatie van het wegverkeer.

Ook elektrificatie in de bouwsector (Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen) en de scheepvaart draagt bij. Binnen de luchtvaart is er de Europese verordening RefuelEU Aviation, die voorziet in het steeds meer bijmengen van duurzame brandstoffen. Maar er zijn ook sectoren waar minder autonome ontwikkeling gaande is. Dit geldt met name voor houtstook en industrie.

Vervolgstappen

Dit onderzoek vormt een belangrijke eerste stap voor de provincie Noord-Brabant om inzicht te krijgen in de bronnen van ultrafijnstof en aan welke knoppen gedraaid kan worden. Maar met uitstoot is het plaatje nog niet compleet. Om zicht te krijgen op concentraties van ultrafijnstof zijn structurele metingen aan te raden. Hiermee kunnen bovendien ook trends in de tijd zichtbaar worden.

Ook zijn metingen op specifieke plekken aan te raden, zoals rondom industriële complexen, waar meer kennis van de uitstoot wenselijk is. Ook het vertalen van de uitstoot naar concentraties door verspreidingsmodellering is nuttig om een volledig beeld over de provincie te kunnen geven. Op die manier wordt de kennis over ultrafijnstof steeds beter en concreter, en wordt het steeds duidelijker of gerichte maatregelen wenselijk zijn.

4) Frontcover TNO-rapport

Meer weten?

Benieuwd naar het TNO-onderzoek? Download het rapport.

Voor meer informatie kun je ook het nieuwsbericht van de provincie Noord-Brabant bekijken.

Laat je verder inspireren

52 resultaten, getoond 1 t/m 5

Weten waar een signaal vandaan komt: lucht-eDNA en windmodellering

Informatietype:
Insight
7 september 2026
Nieuw onderzoek van TNO en de Universiteit Leiden toont aan dat winddata een betrouwbaar houvast biedt voor het vaststellen van de herkomst van lucht-eDNA.

Internationale samenwerking buiten Europa

Informatietype:
Artikel

eDNA

Informatietype:
Artikel

TNO en RIVM zetten stikstofmeetnetwerk op bij Nieuwkoopse Plassen

Informatietype:
Nieuws
8 april 2026

Rapport: Meetaanpak Houtrook

Informatietype:
Paper
6 oktober 2025