Direct naar de inhoud

TNO 90 Jaar

TNO bestaat in 2022 maar liefst 90 jaar. Onze geboorte vond plaats in mei 1932, toen de TNO-wet officieel in werking trad. Sinds die tijd hebben we als organisatie ongelooflijk veel doorgemaakt én bereikt.

Introductie

Van een luistertoestel voor de plaatsbepaling van vliegtuigen, metingen bij de totstandkoming van de Deltawerken en het opzetten van een uitgebreid vaccinatieprogramma voor kinderen… tot vroege experimenten met wind- en zonne-energie, een voorloperspositie op het gebied van radar en een computerprogramma voor de bouw van kassen. TNO heeft haar motto ‘Innovation for life’ waargemaakt door ook substantieel bij te dragen aan de digitale revolutie met belangrijke doorbraken op het gebied van computersimulaties, netwerktransacties, draadloze communicatie, cyberveiligheid, optische satelietcommunicatie en quantum computing.

Voor ons 90-jarig bestaan terugblikken op een aantal van onze topinnovaties. Hieronder vind je onze keuze in chronologische volgorde.

 

Direct naar

1935 - Eerste luisterstoel hoort ver

In de decennia na de Eerste Wereldoorlog werd het menselijk gehoor steeds vaker ingezet voor luchtverdediging. Bij nacht of bewolking konden vijandelijke vliegtuigen dan toch worden gedetecteerd. In de jaren ‘30 werkten onderzoekers van het latere TNO aan een 'elektrisch luistertoestel' voor de plaatsbepaling van luchtvaartuigen. Het systeem bleek uniek, want een paar jaar later zette het Nederland en Engeland op voorsprong tijdens de Tweede Wereldoorlog.

1946 - Van Commissie Hydrologisch onderzoek naar basisregristratie ondergrond

Aan het begin van de 20ste eeuw nam watervoorziening via het leidingnet in Nederland een sterke vlucht. Daarmee ontstond de behoefte om hydrologisch onderzoek centraal te coördineren. In 1946 besloten verschillende ministeries en diensten tot de oprichting van de Commissie Hydrologisch Onderzoek onder de beschermende vleugels van TNO. Eén van de doelen was het inwinnen en verspreiden van hydrologische en waterhuiskundige informatie. Door de decennia heen zijn de systemen waarmee dat gebeurt wel met de tijd meegegaan, maar de kerntaak blijft voor TNO hetzelfde. De Basisregistratie Ondergrond (BRO), sinds 2022 beheerd door de Geologische Dienst Nederland, bevat alle gegevens over de Nederlandse bodem en ondergrond. Wist je dat Nederland het eerste land ter wereld was met een dergelijke database? Deze informatie maakt veilig tunnels graven, nieuwe wijken bouwen en boren naar olie of gas mogelijk.

1948 - Proefwoningen Rotterdam

Al in 1943 startte de Commissie Uitvoering Proefwoningen TNO met de voorbereiding van 48 proefwoningen in de Rotterdamse wijk Carnisse. Op het eerste gezicht is er weinig bijzonders te zien aan de appartementencomplexen in de Eksterstraat. Toch zijn er allerlei bijzondere vloer-, dak- en wandconstructies toegepast, lette men op warmte- en geluidsisolatie én werden moderne verwarmings- en ventilatiesystemen geïnstalleerd. De TNO-woningen, in 1948 officieel onthuld door burgemeester Oud, zetten de standaard voor de naoorlogse wederopbouw.

1954 - Deltawerken

Nadat de Watersnoodramp van 1953 in Zuidwest-Nederland voor een ongekend aantal slachtoffers en grote schade had gezorgd, wilde de Nederlandse overheid een volgende ramp koste wat het kost voorkomen. Deze ambitie leidde tot de totstandkoming van de Deltawerken. TNO is vanaf het prille begin betrokken geweest bij dit immense project en ontwikkelde een scala aan instrumenten, zoals golfmeters, watersnelheidsmeters, zoutgehaltemeters en getijmeters. Deze moesten in veel gevallen onbewaakt op meetstations in zee hun werk kunnen doen. TNO zorgde voor radioverbindingen met het vasteland én vanaf de jaren ‘60 de mogelijkheid tot dataverwerking door computers. Eerst via bandponsers, na de komst van de minicomputer met online (digitale) signaaltransformaties.

1955 - Groei jeugd opgemeten

Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar met zekere regelmaat een groeistudie van kinderen plaatsvindt. De groei van Nederlandse kinderen behoort dan ook tot de beste gedocumenteerde ter wereld. TNO voert sinds 1955 deze landelijke groeistudies uit. Hiervoor wordt elke 10 tot 15 jaar een grote groep kinderen gemeten en gewogen. De resultaten maken het voor de overheid mogelijk om trends te volgen en eventueel actie te ondernemen. TNO zet deze gegevens weer in om instrumenten te ontwikkelen die helpen de ontwikkeling van een individueel kind te volgen en te beoordelen. Denk aan groeidiagrammen en -calculators, zowel voor ouders als voor medisch professionals.

1956-1960 - Vuurleidingstoestel DiphySa

In nauwe afstemming met de Koninklijke Landmacht ontwikkelde TNO tussen 1956 en 1960 een digitaal vuurleidingstoestel tegen luchtdoelen. De ontwikkeling kreeg de naam Diphysa (Digitaal, Physisch Lab, Signaalapparaten). Het project werd financieel gesteund door de Amerikaanse overheid en was de eerste rekenaar met een zelfgefabriceerd ringkerngeheugen dat radargegevens digitaal kon verwerken. De digitale vuurleidingstechniek trok internationaal de aandacht. In april 1957 bezocht een delegatie van TNO zes Amerikaanse militaire researchinstellingen om de voordelen van digitale vuurleiding toe te lichten. In 1965 noemde een Noorse defensievertegenwoordiger in de NATO het project Diphysa een ‘hardware project of magnitude developed in a small country’.

1957 - Vaccinaties beschermen kinderen

De bof, difterie, polio, rodehond, tuberculose… Vooral voor kinderen kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Sinds de jaren ‘50 komen deze infectieziekten gelukkig bijna niet meer voor in Nederland. Dat hebben we allemaal te danken aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Vanaf 1957 konden kinderen die na 1945 waren geboren volgens het RVP worden ingeënt tegen polio. Tegenwoordig biedt het RVP bescherming tegen maar liefst 12 infectieziekten. TNO verzorgde een belangrijke bijdrage aan het tuberculosevaccin en is vandaag de dag nog steeds nauw betrokken bij verschillende onderzoeken voor het RVP.

1964-1971 - Autoveiligheid

In 1950 overleden ruim 2.000 Nederlanders in het autoverkeer. Naarmate we in de jaren ‘60 meer te besteden kregen, groeide het aantal auto’s in Nederland. Maar daarmee steeg ook het aantal verkeersslachtoffers tot 3.196 in 1972. Sindsdien is dit getal, ondanks de verdere toename van verkeer, eigenlijk alleen maar gedaald naar 661 doden in 2019. Dat komt met name door de invoering van de gordelverplichting in 1971, een beleidskeuze die werd gebaseerd op decennialang TNO-onderzoek. De zoektocht naar de perfecte gordel kwam al in 1964 in een stroomversnelling. Dat jaar introduceerde TNO de eerste crashdummy in Nederland: Pinocchio.

1971-2003 - Emissieregistratie

Met de toename van het autoverkeer en een alsmaar groeiende industrie gingen overheden en bedrijven in de tweede helft van de twintigste eeuw nadenken over hun emissies. Wat had dat voor gevolgen voor lucht, water en bodem? De enige partij met voldoende capaciteit en knowhow om dit aan te pakken was TNO. Vanaf 1971 gingen medewerkers uit de gehele organisatie langs bij de chemische industrie in Limburg, de Hoogovens en een groot aantal kleinere bedrijven. Tegelijkertijd berekende men de emissies van auto’s op grote wegen. TNO voerde deze belangrijke taak uit tot 2004, het jaar waarin het project werd overgedragen aan het RIVM. In die ruim dertig jaar vormden de TNO-gegevens de basis voor gericht beleid op het gebied van lucht-, water- en bodemkwaliteit.

1973 - MADYMO visualiseert botsingen

Botsproeven zijn een onmisbaar onderdeel bij het ontwerpen van veilige auto’s. Voorheen konden deze tests alleen plaatsvinden met crashdummy’s, een pop waarin veel elektronica was verwerkt die via kabels informatie over de botsing doorgaf. Het was natuurlijk erg kostbaar om dagelijks meerdere dummy’s te verslijten. Begin jaren 1970 was de computertechnologie zodanig gevorderd dat het ook mogelijk werd om vooraf te berekenen wat er tijdens een botsing met het menselijk lichaam en de beveiligingsmiddelen gebeurt. TNO ontwikkelde daarvoor het programma Mathematisch Dynamisch Model, afgekort tot MADYMO. Ook vandaag passen vrijwel alle grote autoproducenten MADYMO toe in de beginfase van een nieuw auto-ontwerp. Het programma mag door de jaren heen misschien zijn veranderd, de basis lag bij TNO.

1975 - Nationaal Onderzoek Windenergie

In 1973 werden de Verenigde Staten, Nederland en andere West-Europese landen getroffen door de eerste oliecrisis. Als gevolg van politieke acties van olieproducerende landen tegen het Westen was aardolie plotsklaps schaars en duur geworden. In Nederland leidde dat tijdelijk tot autoloze zondagen en verlagingen van de maximumsnelheid. Maar er gebeurde nog iets anders dat uiteindelijk een grote impact zou hebben: men ging voor het eerst grootschalig investeren in onderzoek naar hernieuwbare energie. In 1975 werd het eerste Nationale Onderzoeksprogramma Windenergie op poten gezet, waarin TNO, ECN en de TU Delft kennis ontwikkelden. De resultaten maakten het Stork en Holec mogelijk om de eerste generatie windturbines te bouwen.

1976 - Zonnewoningen in Zoetermeer

Als onderdeel van de overheidsinvesteringen in hernieuwbare energie gingen TNO’ers uitgebreid aan de slag met windenergie. Dat leidde tot de eerste generatie windturbines. Tegelijk ontstond interesse in een betere benutting van zonnewarmte. Bij TNO ontwikkelde men een zonnecollector. In 1976 was TNO betrokken bij een pioniersproject waarbinnen vier experimentele zonnewoningen werden gerealiseerd in Zoetermeer. Grote zonnecollectoren vingen energie af, waarmee vervolgens de woning (gedeeltelijk) van warmte werd voorzien. De kennis die TNO bij dit experiment opdeed werd al snel internationaal opgemerkt: in 1977 werd TNO ingeschakeld bij een groot Europees programma om een testmethode voor zonnecollectoren te ontwikkelen. Ook vandaag loopt TNO voorop in de productie van steeds efficiëntere en gemakkelijker toepasbare zonnecellen.

1979 - CAISSA: phased array radar

Radartechnologie vormt al decennialang een hoofdthema binnen het TNO-onderzoek. Vanaf eind jaren ‘60 werkten TNO’ers aan de ontwikkeling van nieuwe typen radars die niet meer ronddraaiden, maar gebruikmaakten van elektrisch gestuurde richtingsgevoeligheid (fasedraaiers). Deze ‘phased array radars’ waren niet alleen kleiner dan gebruikelijk, ze bestonden ook uit een groot aantal kleine antennes. Dat maakte ze minder kwetsbaar voor vijandelijke aanvallen. Het grootste voordeel was echter dat phased array radars een groot aantal doelen voortdurend en tegelijk kan volgen. Bij een ronddraaiende radar is dat niet mogelijk. Door hun compacte omvang konden ze ook in vliegtuigen worden toegepast. De kroon op het TNO-radaronderzoek van die tijd was CAISSA oftewel het Computer Assisted Inertialess Scanning System Array. Het prototype van dit radarsysteem, waarin maar liefst 850 fasedraaiers waren verwerkt, werd door de instrumentbouwers van TNO zelf in elkaar gezet.

1980 - Beeldherkenning

Rond 1980 zette TNO de eerste stappen op het gebied van beeldherkenning. Tegen die tijd was de computertechnologie zodanig gevorderd dat het mogelijk werd om bijvoorbeeld handschriften of medische foto’s te herkennen. Dit gebeurde allemaal aan de hand van het TNO-programma Technical Command Language Image, vaak afgekort tot TCL-Image, een workbench voor beeldverwerkingstoepassingen. In de jaren ‘80 werd het programma ingezet voor het kwantitatief bepalen van de invloed van kankerremmende medicijnen, de selectie van chrysantenstekken voor productverbetering, maar ook het bewerken van vingerafdrukken tijdens de ontvoering van Freddy Heineken in 1983. TNO Beeldherkenning ondervond niet alleen gretig aftrek onder internationale bedrijven, maar vormde ook de opstap naar beeldherkenning op basis van AI-algoritmen.

1985 - Beeldschermwerk

Toen er begin jaren 1980 massaal beeldschermen op Nederlandse kantoren verschenen ontstond er vrees voor negatieve gezondheidseffecten. Zo was er angst voor verlies van gezichtsscherpte of het optreden van staar. Onder medewerkers van sommige banken meende men zelfs een abnormaal groot aantal miskramen en geboorteafwijkingen te constateren. De Nederlandse overheid gaf TNO in 1985 de opdracht op onderzoek te doen naar beeldschermwerk. Uit het rapport ‘Achter de schermen’ uit 1986 bleek dat gezondheidsklachten vooral samenhangen met langdurig werk achter een scherm. In hetzelfde rapport werden ook suggesties gedaan om het probleem met aandacht voor ergonomische condities, werkorganisatie en werkdruk tegen te gaan. Die bevindingen zijn uiteindelijk meegenomen in de Arbowet.

1987 - AH Zelfscan

Het basisidee van zelfscannen is simpel. Voor de meeste mensen is lang moeten wachten bij de kassa met stip het vervelendste aspect van een supermarktbezoek. Met een zelfscanner, een compacte barcodelezer, kunnen klanten zelf hun artikelen registreren tijdens het winkelen. Dat levert tijdwinst op voor de klant én voor het personeel van de supermarkt. Albert Heijn voelde in 1987 wel wat voor dit idee en benaderde TNO voor de uitwerking ervan. Dat leidde tot een eerste prototype in een filiaal in Tilburg. Met behulp van een Amerikaanse producent van barcodelezers kwam TNO begin jaren ‘90 tot een nieuwe versie die (inter)nationaal kon worden uitgerold. Toch heeft het even geduurd voordat zelfscanners gemeengoed zijn geworden. Pas sinds halverwege de jaren 2000 zien we ze steeds vaker in supermarkten opduiken – ook bij Albert Heijns concurrenten.

1993-2006 - CASTA + Sensiplant

De Nederlandse glastuinbouw wordt over de hele wereld geroemd. Een belangrijke reden voor dat succes is het uiterst efficiënte ontwerp van de kassenconstructie. Het overgrote deel van de kassen met een glazen omhulling werd ontworpen met behulp van het programma CASTA. Ook buitenlandse kassenbouwers maken steeds meer gebruik van deze TNO-innovatie, die in 1993 operationeel ging. Het resultaat? Lichtere, maar sterkere constructies en een verdubbeling in grootte en hoogte die de snelle schaalvergroting van kassen mogelijk maakte. In 2006 maakte TNO de sector ook blij met een draadloos systeem dat de grondvochtigheid van potplanten in kassen bewaakt: Sensiplant. De expertise van TNO op het gebied van kassen wordt tot op de dag van vandaag voorgezet.

1996 - ‘Contamination control’ voor chipfabrikanten

In 1960 was TNO het eerste instituut in Nederland dat een laser bouwde en wist toe te passen voor de ruimtevaart. De kennis die toen werd vergaard wordt sinds 1996 ingezet voor hightech-opdrachtgevers, waaronder de Nederlandse chipfabrikant ASML. Het fabriceren van chips vergt zeer fijn licht om een patroon in silicum te ‘schrijven’. In die tijd had ASML de grens bereikt van wat mogelijk was met zichtbaar licht. Met ‘Extreem UV-licht’ oftewel EUV viel nog winst te behalen, maar nog geen enkele chipfabrikant had zich daaraan durven wagen. TNO stapte met ASML in het diepe en werd een ‘preferred partner’. Niet direct op het gebied van optica of fijnmechanica, maar voor ‘contamination control’. Voor de EUV-route moest namelijk een geheel nieuwe stralingsbron worden ontwikkeld, die onder vacuüm en met spiegels in plaats van lenzen werkte. Het kleinste nano-stofdeeltje op de spiegels zou al het hele fabricageproces kunnen verstoren. TNO ontwikkelde daarom een scansysteem om deze deeltjes te registeren. De expertise van toen heeft ervoor gezorgd dat ASML ook vandaag nog voorloopt op concurrenten als Intel en Samsung.

1999 - Noisecancelling (anti-geluid) (TNO – Technisch Physische Dienst TPD)

Op langeafstandsvluchten, maar ook in de trein, nemen steeds meer mensen een noisecancelling-koptelefoon mee. Je hoort je muziek daardoor niet alleen beter, maar ook als je van wat meer stilte wilt genieten biedt noisecancelling-technologie uitkomst. Door het tegengestelde geluid te laten horen wordt het lawaai van de motoren namelijk flink naar beneden gehaald. TNO voerde al in 1994 proeven uit met antigeluid. Door op vliegtuigpropellors magnetische sensoren te plaatsen kon het frequentiespectrum van het motorgeluid worden vastgesteld. Dit signaal werd doorgevoerd naar een zogenaamde toongenerator, die dat spectrum analyseert en bij elke frequentie het tegengestelde geluid produceert. Dit antigeluid werd via luidsprekers in de vliegtuigcabine hoorbaar gemaakt. Zo konden piloten opeens zonder koptelefoon met elkaar communiceren.

2001 - SOCRATES: Sonar met een groot bereik

Niet alleen op het land en in de lucht is waarnemen belangrijk. Ook onderwater. Al sinds de start van de Koude Oorlog werken de Koninklijke Marine en TNO samen aan betere sonartechnologie. Een mooi voorbeeld is de passieve Twin Array, waarmee meteen kon worden waargenomen of een doel zich links of rechts van een schip bevond. Passieve sonars ontvangen alleen signalen. Met een actieve sonar die niet alleen ontvangt, maar ook zendt kun je moeilijk waar te nemen objecten ontdekken. En een sonar die op grote afstanden kan waarnemen biedt de meeste voordelen. TNO test de mogelijkheden sinds 2001 met SOCRATES (Sonar CalibRAtion and TESting) en opvolger SOCRATES 2.

2009 - Smart Grids: slim energie delen

Voor de energievoorziening van de toekomst zijn ‘smart grids’ nodig: slimme infrastructuren voor elektriciteit, gas en warmte waarin ICT een onmisbare component vormt. Smart grids stemmen vraag en aanbod optimaal op elkaar af door energiestromen te meten. Ook bevatten de systemen toepassingen om deze stromen en energieproductie (bijvoorbeeld uit zonnepanelen) aan te sturen. In 2009 werden smart grids voor het eerst onder de aandacht gebracht, maar eigenlijk doet TNO (en ECN, dat in 2018 door TNO werd overgenomen) al decennialang onderzoek naar dit onderwerp. Zij ontwikkelt hiervoor concepten, rekenmodellen en systemen. In 2005 lanceerde TNO een eerste toepassing, vooruitlopend op de slimme meter die je anno 2022 in vrijwel elk huishouden kunt vinden.

2009 - AMS – Versnelde medicijnontwikkeling

Bij de ontwikkeling van medicijnen wordt vaak pas in de eindfase een studie verricht naar de menselijke absorptie, distributie, metabolisme en excretie (ADME) van het middel. Dit betekent dat wanneer er op dat moment toch metabolieten worden ontdekt, het voor biotechnologiebedrijven een enorme uitdaging is om goedkeuring voor het geneesmiddel te krijgen. TNO is de enige organisatie in Europa met een biomedische Accelerator Mass Spectrometer (AMS). Aan de hand van deze microtracer kunnen in een vroeg stadium al metabolieten worden opgespoord. Dat versnelt niet alleen de snelheid waarmee een medicijn op de markt kan worden gebracht; het verkleint ook de noodzaak voor dierproeven. De procedure is bovendien minder arbeidsintensief, wat leidt tot een goedkoper geneesmiddel voor de patiënt.

MPC: Leren uit gevoelige data, zonder die te delen

Informatie delen tussen organisaties wordt steeds belangrijker, maar privacy en gevoeligheid zijn vaak moeilijk te overwinnen pijnpunten. Hoe kun je leren uit data van verschillende organisaties zonder de onderliggende data uit te wisselen? TNO werkt aan het veilig analyseren van data door gebruik te maken van Multi-Party Computation (MPC). Eén van de onderzoeksprojecten is BigMedilytics. Op basis van de gevoelige data over hartfaalpatiënten leert TNO’s computermodel allerlei verbanden uit de gecombineerde data van Zilveren Kruis en Erasmus MC. Aan de hand van cryptografie maakt MPC het mogelijk de informatie op een veilige manier te koppelen en te analyseren. Zo kun je voorspellen wie er verhoogd risico lopen. En kunnen deze patiënten de zorg krijgen die ze nodig hebben.

High energy laser waarmee drones kunnen worden uitgeschakeld

Drones zie je tegenwoordig overal. Toch kunnen kwaadwillenden er veel schade mee aanrichten, bijvoorbeeld door er explosieven op te monteren. Zelfs zonder bewapening kunnen drones voor problemen zorgen. Denk maar eens aan het hinderen van de luchtvaart op Schiphol. Wereldwijd ontwikkelen meerdere landen oplossingen voor het droneprobleem, waaronder Nederland. TNO zet in op ‘high energy lasers’ waarmee men met de snelheid van het licht ongewenste drones kan neerhalen. In een laboratoriumopstelling weet de laser al dik staal te doorboren. Met high energy lasers hebben we in de nabije toekomst een krachtig wapen achter de hand dat op veel fronten kan worden ingezet.

Volg TNO op social media

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, de vacatures en activiteiten

Op TNO.nl maken we gebruik van cookies. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd  worden.